De overgang is meer dan opvliegers en slechter slapen, ook je bekkenbodem en overgang hebben veel met elkaar te maken. Door de daling van oestrogenen verandert het bindweefsel, worden slijmvliezen droger en neemt de spierkracht vaak af. Hierdoor heb je meer kans op urineverlies, een verzakking of pijn bij seks. Het goede nieuws is gelukkig wel dat je met de juiste aandacht en oefeningen veel kunt doen om klachten te voorkomen of te verminderen.
Wat verandert er precies in de overgang?
Tijdens en na de menopauze daalt het oestrogeen. Dit hormoon houdt normaal de vaginawand soepel en ondersteunt bindweefsel en spieren. Minder oestrogeen betekent een kwetsbaardere vaginawand, drogere slijmvliezen en soms minder veerkracht in de bekkenbodem. Daardoor zie je in deze levensfase vaker stress-incontinentie, dat is het verlies bij hoesten/lachen/springen, vaginale droogte en een verhoogde kans op verzakkingen van blaas, baarmoeder of endeldarm.
Spanning óf juist zwakte
Bekkenbodemklachten zijn er in twee varianten. De spieren kunnen te zwak zijn, hierbij heb je meer kans op urine-incontinentie, verzakking, moeite met ophouden, of juist te gespannen, denk hierbij aan moeite met plassen of ontlasten, pijn bij seks of een ‘brok in de keel’-gevoel in de bekkenregio. Herken je jezelf? Dan is een gerichte aanpak belangrijk: trainen waar het zwak is, ontspannen waar het te strak staat.
Waarom juist nu aandacht voor bekkenbodem en overgang?
Naast de hormonale verandering spelen leefstijl en levensfase mee. Iets meer buikvet, minder spiermassa of jaren van zwaar tillen of hoesten belasten de bekkenbodem extra. Daarbij kan vaginale droogheid pijn geven, waardoor je automatisch aanspant en klachten in stand houdt.
De optelsom maakt dat bekkenbodem en overgang een logische combinatie is voor preventie én behandeling.
Wat helpt echt?
- Bekkenbodemoefeningen: met begeleiding van een bekkenbodemfysiotherapeut leer je de juiste spieren op het juiste moment aan- en ontspannen. Dat is veel meer dan alleen ‘even je plas ophouden’.
- Ademhaling en ontspanning: een rustige buikademhaling en ontspanningstechnieken verminderen overbelasting en spierspanning.
- Houding & dagelijks gedrag: slim tillen, niet onnodig persen bij wc of sport bijvoorbeeld en druk in de buik beperken helpt je bekkenbodem.
- Ontlasting op orde: vezels + voldoende drinken, ongeveer 1,5–2 liter om obstipatie en persen te voorkomen.
- Lokale oestrogenen: bij droogte of recidiverende blaasontstekingen kan vaginale oestrogeen-therapie verlichting geven, via een huisarts of gynaecoloog.
- Pessarium: bij verzakking kan een goed passende ring veel klachten wegnemen; soms is een operatie nodig.
- Blijf bewegen: wandelen, fietsen, zwemmen en krachttraining ondersteunen botten, spieren en doorbloeding, zonder overbelasting.
Wanneer naar de huisarts?
Maak een afspraak bij aanhoudend urineverlies, druk- of zwaartegevoel in de vagina (mogelijk verzakking), pijn bij seks die niet overgaat, veelvuldig plassen of herhaalde blaasontstekingen. Samen bepaal je of fysiotherapie, medicatie, een pessarium of een andere behandeling past.
Kleine mindset-shift
Bekkenbodemklachten 'horen' niet gewoon bij ouder worden. Vrouwen van elke leeftijd, ook na de overgang, kunnen verbeteren met de juiste begeleiding. Hoe eerder je start, hoe sneller je progressie boekt.
- Het Groene Hart ZiekenhuisJouw bekken therapeut, bekkenfysiotherapiehageman, Catharina Ziekenhuis,
- Canva