Iedere loper herkent het knagende stemmetje: eigenlijk zou ik aan krachttraining moeten doen. We weten dat het ons sterker maakt, onze looptechniek efficiënter maakt en — misschien wel het belangrijkste — blessures buiten de deur houdt. Toch ruilen we de sportschool liever in voor een extra rondje in het bos. We dachten altijd dat we uren in de gym moesten zwoegen voor resultaat, maar er blijkt iets anders aan de hand te zijn: met één specifieke oefening leg je al een ijzersterke basis.
Volgens voormalig topatleet en hardloopcoach Gert-Jan Wassink is de step-up dé oefening waar lopers het meeste aan hebben. De beweging bootst namelijk precies na wat je tijdens het hardlopen doet. Je traint per been, werkt aan je stabiliteit en leert je lichaam om gecontroleerd kracht te leveren. Door te variëren in de uitvoering prikkel je telkens andere spieren en pezen, waardoor je lichaam zich blijft aanpassen en verbeteren.
De kracht van asymmetrisch trainen
Hardlopen is in feite een aaneenschakeling van sprongen op één been. Daarom is het logisch dat we in de sportschool ook per been trainen. De step-up dwingt je om je balans te bewaren terwijl je kracht zet. Wanneer je deze oefening uitvoert met een dumbbell in één hand, ontstaat er een asymmetrische belasting. Dit is een slimme manier om niet alleen je beenspieren, maar ook je rompstabiliteit (core) uit te dagen. Je lichaam moet namelijk hard werken om niet opzij te kantelen, precies wat er gebeurt tijdens een landing op een oneffen pad.
Tijdens het opstappen activeer je specifiek de bilspieren en de quadriceps die verantwoordelijk zijn voor een krachtige afzet. Het geheim zit hem in de controle: druk jezelf niet omhoog met je achterste voet, maar haal alle kracht uit het been dat op de verhoging staat. Dit zorgt voor een betere coördinatie tussen je heupen, knieën en enkels.
Variaties voor meer loopvermogen
Om de oefening nog specifieker te maken voor het hardlopen, kun je variëren met een halterstang op de rug. Dit verlegt het zwaartepunt en dwingt je om je bovenlichaam kaarsrecht te houden, wat essentieel is voor een goede loophouding wanneer de vermoeidheid toeslaat. Een geavanceerde variant is de single leg step-up, waarbij je het vrije been actief tot heuphoogte brengt in een looppositie. Dit traint de knie-inzet en zorgt voor een betere heupcontrole.
De focus ligt hierbij niet alleen op de weg omhoog, maar juist op de weg terug. Door gecontroleerd en langzaam weer naar beneden te stappen, train je de excentrische kracht van je spieren. Dit is de 'remkracht' die je nodig hebt om de schokken van elke landing tijdens het hardlopen op te vangen. Hoe sterker deze remkracht, hoe kleiner de kans op overbelasting van je gewrichten.
Praktische vertaalslag naar je trainingsschema
Je hoeft je trainingsschema niet om te gooien om te profiteren van deze inzichten. Experts adviseren vaak om twee keer per week een kort blok met krachtoefeningen in te plannen. Voor de step-up geldt: kies een verhoging waarbij je knie in een hoek van ongeveer 90 graden staat en gebruik een gewicht dat uitdagend is, maar waarbij je techniek niet in het geding komt.
Het is raadzaam om bij twijfel over je uitvoering advies te vragen aan een sportfysiotherapeut of trainer. Een goede uitvoering voorkomt dat je knie naar binnen zakt, wat een veelvoorkomende valkuil is. Met een paar sets van deze oefening per week investeer je direct in je loopplezier op de lange termijn. Je zult merken dat je heuvels makkelijker oprent en aan het einde van je duurloop minder snel 'inzakt'.