Dit artikel komt oorspronkelijk uit Gezondnu editie 2 uit 2025 waar 'worden wie je bent' centraal staat.
“Van kleins af aan was ik al te dik, terwijl mijn jongere broertje en zusje dat niet waren. We vonden het allemaal heel gewoon. Ik was een kind met overgewicht en wist niet beter. In ons gezin draaide alles om eten. Er werd niet echt op gezonde voeding gelet en we aten standaard aardappels, vlees en groente. Ook als we bij familie op bezoek waren of zij bij ons, dan was er altijd eten. Door mijn overgewicht was ik al jong bezig met afvallen. Onder begeleiding van een kinderarts moest ik op dieet en meer bewegen. Later kwam ik bij een schoolarts terecht en ik heb ook nog bij een fysiotherapeut gelopen. Maar wat ik ook deed, het had weinig effect. Zelfs toen ik elke dag16 kilometer naar school fietste, bleef ik te zwaar.”
‘We zoeken allemaal iets dat snel werkt om af te vallen, dus vol goede moed probeerde ik dan weer iets nieuws. Van bijna niet eten tot heel veel sporten.’
Altijd op zoek
“Zelf zat ik er toen niet mee dat ik te zwaar was. Ik wist dat ik dikker was dan de rest. Het hoorde gewoon bij mij. Ik voelde me daardoor gelukkig niet minder dan een ander. Natuurlijk is het wel altijd een dingetje geweest, want mijn leven draaide om afvallen. Noem een dieet en ik heb het vast geprobeerd. Want ik heb heel vaak gedacht: nu is het genoeg. We zoeken allemaal iets dat snel werkt om af te vallen, dus vol goede moed probeerde ik dan weer iets nieuws. Van bijna niet eten tot heel veel sporten. Ik vond het belangrijk om snel resultaat te zien. Als er niet binnen twee weken vijf kilo af was, dan voelde het al als een teleurstelling. Sommige dingen heb ik echt lang volgehouden, zoals sporten met een personal trainer. In een jaar tijd was ik ruim 25 kilo afgevallen. Dat ging hartstikke goed, maar toen ik last kreeg van mijn schouder vond ik dat een mooi excuus om te stoppen. Want ik vond sporten in de sportschool verschrikkelijk. Het resultaat was dat de kilo’s er weer langzaam bij kwamen en ik zelfs zwaarder woog dan toen ik begon. Zo ging dat met alles wat ik probeerde. Er ging steeds wat af, maar uiteindelijk kwam er nóg meer bij. Zeker na twee zwangerschappen werd het nog lastiger om af te vallen.”
‘Ik begon met een half uurtje. Elke dag kwam ik bezweet en met een rood aangelopen gezicht thuis.’
Op zoek naar de oorzaak
“Zo’n drie jaar geleden bereikte ik het dieptepunt en woog ik 120 kilo. Zoveel had ik nog nooit gewogen. Ik zat op dat moment niet goed in mijn vel. Dit speelde al veel langer, maar ik heb mezelf altijd wijs gemaakt dat ik het zelf wel oplos. Maar als je kinderen hebt, ga je toch anders naar situaties kijken. Door nare gebeurtenissen in het verleden, sleep ik een trauma met mij mee. Mentaal ging het daardoor al heel lang niet goed met me. Doordat ik getriggerd werd door bepaalde situaties op mijn werk, besloot ik zelf aan de bel te trekken bij de arboarts. Puur om te voorkomen dat ik de ziektewet in moest. Ik bleek een depressie, burn-out en PTSS te hebben. Ik was niet verbaasd, want ik voelde me al jaren heel somber. Ik was zelfs zo depressief dat ik alleen de dingen deed die ik moest doen en verder niets. In mijn hoofd was ik veel drukker met bedenken wat ik allemaal moest dan dat ik het daadwerkelijk deed. Als de kinderen naar school waren en het huishouden was gedaan, lag ik niets te doen op de bank. Uit verveling ging ik er dan maar bij eten. Na een pak koekjes, volgde een zak chips en nog gerust twee boterhammen. Daar werd ik uiteraard niet gelukkiger van. Op advies van de arboarts ging ik in therapie en hoewel ik dat eerder heb gedaan, kreeg ik nu een duidelijke opdracht van de psycholoog: ik moest een hobby zoeken.”
Elke dag een rondje
‘Ik ga wel wandelen’, floepte ik eruit. Dat is tenminste iets wat ik kan, dacht ik. Omdat ik elke week een afspraak had met mijn psycholoog, moest ik me er wel aan houden. Van hem moest ik namelijk een dagboekje bijhouden. Eenmaal buiten dacht ik wel even: ‘waar ben ik aan begonnen?’ Ik begon met een half uurtje wandelen. Elke dag kwam ik bezweet en met een rood aangelopen gezicht thuis. Ik vond het best wel een ding dat ik dit elke dag moest doen, maar ik deed het. In mijn omgeving wandel je zo de natuur in, dus ik bedacht een leuk rondje. Onderweg stopte ik bij elk bankje, zodat ik even kon zitten. Ik heb ditzelfde rondje wekenlang gelopen. Het was zwaar, maar ik wilde niet opgeven. Op een dag merkte ik dat ik opeens een soort van conditie had en niet meer op elk bankje hoefde bij te komen. Ik kon doorlopen! Fysiek merkte ik dat het steeds beter met me ging en ik kreeg plezier in het wandelen. Als ik wandelde, hoefde ik verder nergens aan te denken. Dat gaf rust.”
‘Op een gegeven moment liep ik een rondje van tien kilometer, een kleine twee uur wandelen'
Een veranderend lijf
“Het heeft maanden geduurd tot ik een langer stuk dan vijf kilometer kon lopen. Op een gegeven moment werd het makkelijker en dacht ik: ‘Ik kan nog wel door’. Met mijn smartwatch om kon ik precies zien hoeveel kilometers ik liep. En steeds kwam er weer een stukje bij. Ik merkte ook dat mijn lijf veranderde. Omdat ik nieuwsgierig werd, ging ik weer op de weegschaal staan. Daar werd ik héél blij van. Doordat ik me steeds beter voelde, begon ik ook op mijn voeding te letten. Voorheen koos ik voor snelle maaltijden met pakjes en zakjes. Omdat ik het lastig vond om zelf recepten te bedenken, begon ik met het bestellen van maaltijdboxen. Er ging een wereld voor me open. Ik leerde echt gezond en lekker te koken. Ik voelde me goed, at gezond en het afvallen was een mooie bijkomstigheid. Dat motiveerde enorm.”
Wandelen werd me-time
“Het wandelen werd een vast onderdeel van mijn dag. Elke ochtend nadat ik de kinderen naar school bracht, maakte ik een wandeling. Ik werk vaak in de nacht, wat betekent dat ik daarna een aantal dagen vrij heb. Het werd een kwestie van gewoon goed plannen en écht gaan. Ook als ik geen zin had of het slecht weer was, wat soms echt wel pittig was. Op een gegeven moment liep ik een rondje van tien kilometer, een kleine twee uur wandelen. Dat was voor mij de ideale grens: lang genoeg om echt te bewegen, maar ook nog genoeg tijd over voor de rest van de dag. Het wandelen werd een soort me-time. Echt een moment voor mezelf. Zodra ik thuis kwam maakte mijn hoofd weer overuren, maar als ik liep dan hoefde ik niets, behalve stappen zetten. Als een soort dagboekje begon ik foto’s en filmpjes van mijn wandelingen en wat ik at op Instagram te delen. Ik deelde ook mijn gewicht en hoeveel ik afviel. Puur voor mezelf. Eerst had ik honderd volgers, wat ik al best wat vond en opeens waren het er tienduizenden. Dat vond ik bizar, maar ik kreeg zoveel mooie berichten. Ik inspireerde mensen om ook te gaan wandelen. Dat vind ik heel bijzonder. Zo werd posten op mijn account een belangrijke stok achter de deur.”
‘Voor het eerst in mijn leven had ik geen specifiek doel, behalve dat ik mentaal en fysiek fitter wilde worden’
De grootste verandering
“Het afvallen ging langzaam door. Ik weet nog hoe blij ik was toen ik 90 kilo woog. Dat voelde al als een overwinning. In totaal ben ik 50 kilo afgevallen in anderhalf jaar tijd. Achteraf lijkt het makkelijk, maar dat is het natuurlijk niet. Maar het verschil met alle andere keren was dat ik deze keer geen streng dieet volgde. Ik veranderde mijn leefstijl: meer bewegen, gezonder eten en mentaal goed voor mezelf zorgen. Wandelen hielp daarbij. Door aan mijn mentale gezondheid te werken, ging de rest vanzelf. Ik eet nu drie gezonde en normale maaltijden op een dag en soms een tussendoortje. De behoefte om veel en ongezond te eten is er niet meer. Als ik terugkijk, wil ik niet weten hoeveel geld ik aan diëten en sportscholen heb uitgegeven. Dit keer kost het me niets, behalve tijd. Die investering betaalt zich nu dubbel en dwars terug. Het wandelen heeft mijn leven positief veranderd. Doordat ik me beter voel en een goede conditie heb, kan ik veel meer genieten van de tijd met mijn kinderen. Vroeger deed ik alles voor hen, maar nu ook voor mezelf. Ik ben een leukere en betere moeder en dat is het belangrijkste wat er is.” Nooit meer terug “De grootste les die ik heb geleerd? Begin klein en maak het niet te groot. Geef het tijd en ga niet te snel. Zorg dat je kleine aanpassingen maakt die je vol kunt houden en bouw het daarna langzaam uit. Voor het eerst in mijn leven had ik geen specifiek doel, behalve dat ik mentaal en fysiek fitter wilde worden. Tot op de dag van vandaag ben ik nog steeds op mijn streefgewicht. Ik weeg nu rond de 67 kilo. Als je je hele leven bezig bent geweest met afvallen en aankomen, dan blijft de angst om weer terug te vallen er altijd. Dat is ook waarom ik nog steeds elke ochtend op de weegschaal sta. Niet omdat ik geobsedeerd ben met mijn gewicht, maar omdat ik nooit meer terug wil naar toen. Wandelen is voor mij de beste vorm van therapie gebleken. Je kunt blijven praten over verandering, maar als je zelf niets doet, gebeurt er ook niets.”
‘Je kunt blijven praten over verandering, maar als je zelf niets doet, gebeurt er ook niets’