Bekkenbodem – waar was je nou?

0

“Ik ga afvallen” – ik verklaar het plechtig met mijn mond vol bami. “Waar ga je nú weer vanaf vallen?”, zegt mijn man. “Je kunt me ook steunen, hoor, in plaats van zo ontzettend flauw te doen.”

Hij: “Jou kennende: pak de pleisters maar vast.” Dreigend zeg ik: “Morgen begin ik, hoor! En voor jou wordt het ook niet leuk! Want er komt dus niets lekkers meer dit huis in.”

Het is een tijd stil. De bodem van de pan komt in zicht.
“Alsof je dat kunt vinden.”
“Wat?”
“Alsof jij de toastjes kunt vinden als je ze hebt gekocht.”
“Wat bedoel je nu eigenlijk?”
“Je bent zo’n rommelkont; elke keer liggen de boodschappen op een andere plek. Dus als je iets nuttigs wilt doen, zorg dan eerst voor minder chaos.”

Hij is op dreef: “Je lijkt soms net een vrouw, zo vaak als jij je sleutels kwijt bent. En je pincode. En je opladers. En je medicijn-recepten. Zelfs je bril raak je kwijt.”
“Ja hállo, ik heb min zes. Ik zie mijn bril gewoon niet liggen.”
Hij: “Pak de pleisters maar vast.”

De volgende dag komt een vriendje van mijn zoon de huiskamer in lopen met mijn complete sleutelbos in zijn handen (huis-, auto-, fiets-, werk- en schuursleutel).

“Hoe kom jij aan mijn sleutels?”, vraag ik stomverbaasd.
“Zaten nog in de deur. Aan de buitenkant.”
“O.”

Zo’n jongen mag dan elf jaar oud zijn, hij denkt als een man.

Ik hang mijn sleutels weg op de Vaste Plek Voor Al Mijn Sleutels en zie bij de wasmachine mijn boodschappentas staan. Nog helemaal vol, compleet vergeten uit te pakken toen ik thuiskwam.
Nu is het uit! Ik start met orde, vandaag nog. Ik maak stapels van alle kranten en tijdschriften die rondslingeren. Weggooien? Nee, ik moet ze allemaal nog lezen. Ik leg ze dus op de stapel boeken die ik ook nog moet lezen.

“Nee, dat gaat helemaal lekker”, zegt mijn man cynisch.  Ik negeer hem en herhaal hetzelfde trucje met mijn opladers. Allemaal in een la. Welke waarvoor? Dat zoeken we later wel uit.
Mijn computer meldt zich – het is eindredacteur Sonja van den Heuvel. Ik open haar artikel en lees tot mijn stomme verbazing: ‘Zoek! En je zult hem vinden’.

Is ze helderziend geworden?

Haar artikel is zowel grappig als verontrustend. Fysiotherapeut Angelina Bearzatto: “Ik vraag tien vrouwen per dag hun bekkenbodemspieren aan te spannen. Ik zie spierspanning ontstaan op de gekste plaatsen: van samengeknepen billen tot kromgetrokken tenen.”
Ahá! Ik laat alles uit mijn hand vallen. Dát kan ik! Van de balletles en later de zwangerschapsgym weet ik dat ik heel goed mijn bekkenbodemspier kan vinden. Ik ga direct even op zoek. Ja hoor, daar is hij al.
Mijn man loopt langs. “Alweer klaar met opruimen?”
Ik zeg niets, zet thee, plof op de bank en pak de krant. Ik voel me tevreden. Ik heb precies gevonden wat ik zocht: geen orde, wel controle.

 José Leeuwenkamp, hoofdredacteur gezondNU, eerder verschenen in gezondNU 2, 2012.