Buiten is alles beter

    272

    Ik loop met mijn zus het huis uit, ze gaat naar huis en het is al ver na twaalf uur ’s nachts. Het tuinpad is donker. Ineens horen we gehijg vanuit een hoek achter in de tuin. Ja, inderdaad: dát soort gehijg. Ik kijk haar verbaasd aan. Ze kijkt geschrokken, maar moet ook iets lachen. Serieus? Gebeurt dit hier? In een tuin? Net nu wij buiten lopen?

    “Hallo!”, zeg ik luid om onze komst aan te kondigen. “Hallo!” Het gehijg (en ja, voor de lezers die twijfelen: dát soort gehijg) wordt niet minder, maar juist harder.

    “Kun je niet beter iemand bellen?”,
    fluistert mijn zus.
    “Misschien is dit wel link.”

    Serieus, gaat die man (of man en vrouw? Alhoewel me dat sterk lijkt, want zo’n grote struik is het niet), gaat die viespeuk gewoon door? Is hij werkelijk zo brutaal dat hij ons negeert? Is hij dronken? Of wíl hij juist dat wij het horen? “Pas op, dit is misschien wel een doodenge, gevaarlijk kerel”, fluistert mijn zus en ze kijkt me bloedserieus aan.

    “Hallo”, zeg ik nu weer en loop heel voorzichtig naar de struik toe. Ik zie niets. Maar het is ook echt donker in die hoek. Met elke stap die ik doe wordt het gehijg en gesnuif intenser. Dit is ineens serieus eng. Ik ga geen stap verder.

    Ik loop snel terug naar het tuinpad, pak een bezem die bij de deur staat en ga gewapend met de bezem terug naar de struik. “Kun je niet beter iemand bellen?”, fluistert mijn zus. “Misschien is dit wel link.”
    “Echt niet”, fluister ik. “Dit is mijn tuin. En met een broek naar beneden, kun je niet hard rennen.”

    Terwijl het gehijg hard en schaamteloos doorgaat, prik ik met de bezemsteel heel voorzichtig in de struik. Ik raak niets. Maar het gehijg stopt niet!
    “Is dit een practical joke, een bandopname van de buren ofzo?”, fluister ik.
    “Nee joh, wie verzint dat nou?!” Ik doe een kleine stap naar voren en til met de bezem de bladeren iets op zodat ik in de struik kan kijken.
    Het gehijg is nu heel hard en heel dichtbij. Maar nergens een enge kerel.

    “Ik zie niets!”, sis ik. “Ik doe wel even de lamp aan op de telefoon”, zegt mijn zus. Ineens valt een straal licht de struik in. Op dat moment zie ik twee egeltjes zich van schrik oprollen. Het gehijg is in een keer voorbij.

    Met grote ogen kijken we elkaar aan. Is dit echt gebeurd? We barsten in lachen uit.
    “Ik vond je wel dapper hoor, zus!”, zegt ze. “Ik eigenlijk ook wel”, zeg ik gierend.” Ik zwaai haar uit, loop naar binnen en kijk naar de struik. Ik moet weer lachen. Buiten is echt alles beter!

    José Leeuwenkamp
    Hoofdredacteur gezondNU

    De mei editie van gezondNU staat boordevol inspiratie voor buiten: maak je eigen blote voetenpad, ga op avontuur het bos in en eet in de buitenlucht – want dan smaakt alles lekkerder!