Buurvrouw op bezoek, man onder de douche

    217

    Ik kom onverwacht ’s ochtends thuis, het is elf uur. Ik ben iets vergeten en heb even tijd om naar huis te gaan tussen de bedrijven door. Ik hoor de douche. Is dat mijn man onder de douche? Nu nog? Om elf uur ’s ochtends op een maandag? Ik loop naar de badkamer. “Waarom sta jij op dit tijdstip nog onder de douche?”
    “De buurvrouw kwam koffiedrinken”, roept hij.
    Echt, er zijn huwelijken die je met dit soort mededelingen direct opblaast. Maar ik houd mijn hoofd koel en doe de
    wc-pot dicht. Ik ga zitten en wacht.

    Er zijn huwelijken die je met minder opblaast

    Het water stopt. Hè hè. De douchedeur gaat open. “Zit jij hier nog?”, zegt hij verbaasd.
    Ik: “Ja, ik wachtte even. Maar hoezo kwam de buurvrouw op bezoek, ’s ochtends? En waarom was je nog niet aangekleed?”
    “Erger jij je ook zo aan dat handdoekrek?”, vraagt hij. “Dat moet gemaakt worden, het rammelt.”
    “Nou, er moet hier thuis wel meer gerepareerd worden.”
    Hij: “Alsof ik daar tijd voor heb.”
    Ik: “Alsof ik daar tijd voor heb. Maar hoe kan een handdoekrekje nou gaan rammelen? Er hangen handdoeken op die niets wegen. Dat is toch onverklaarbaar, vind je niet?”
    Hij: “Wat zei je? Ik luisterde niet. Wat doe jij eigenlijk hier? Moet je niet werken?”
    “Ik was iets vergeten omdat ik vanochtend bijna te laat was.”
    Terwijl ik dat vertel, loopt hij de badkamer uit. Het laatste deel van mijn zin galmt in een lege badkamer.

    Door mijn woeste haast vanochtend kom ik nu in tijdsnood en zit ik hier tegen mezelf te praten en me dingen af te vragen over handdoekrekjes. Op een dichtgeslagen wc. En kom ik dus bijna weer te laat voor mijn volgende afspraak. “Ik moet weg!”, roep ik naar boven. “Anders kom ik weer te laat.”

    Ik sjees de trap af, ren naar de auto en daar kom ik erachter dat mijn sleutels thuis liggen. Nee hè. Ik ren weer terug en bel aan. Na een hele tijd komt mijn man eraan. “Ben je er weer? Moest je niet allang weer op de redactie zijn? Moest je daar sowieso niet de hele ochtend zijn?”
    “Ik ben mijn sleutels kwijt.”
    “Klinkt als jou.”

    Ik ren naar de badkamer, daar liggen ze op de grond. Snel naar beneden.
    “Maar wat deed de buurvrouw hier nu ’s ochtends?”, roep ik in het voorbijgaan. “En waarom was jij toen nog niet aangekleed?”
    Hij: “Dat is een lang verhaal. Ik vertel het later wel. Ga snel, anders kom je te laat.”
    En daar ga ik. Kunnen minuten mijn dag nog redden? Of moet ik stoppen en nadenken over handdoeken en buurvrouwen? Nee … Klaar voor de start … AF!

    José Leeuwenkamp
    Hoofdredacteur gezondNU

    Delen