De gezonde dokter: calorieën tellen? Nooit meer!

    2236
    Jacqui van kemenade
    Jacqui van Kemenade, voedingsarts

    Laat ik heel eerlijk zijn. Ik ben al heel wat jaartjes huisarts. Maar als het gaat om zoeken naar gezondheid en een ideaal gewicht dan doe ik het niet alleen voor mijn patiënten. Ook voor mezelf. Sinds ik de vijftig ben gepasseerd gaat niets meer vanzelf. Vetjes schieten uit de grond (lees ploppen boven de broekrand en onder de bh-rand) alsof het niets is. Ik heb bovendien ook nog een specialisatie in diabetes, voeding en leefstijl. Dus ik moet onderhand toch wat geleerd hebben? Hoera, misschien wel! Wat mij het meest fascineert ga ik vandaag met jullie delen.

    Al decennialang houden we vast aan het waanidee van caloriebeperking en calorieën tellen om op gewicht te blijven. We begonnen met calorieën tellen rond het begin van de vorige eeuw, toen rond 1900 het boek ‘Eat your way to health’ van Dr. R. Hugh verscheen. Hij kwam met het idee van calorieën tellen, een wetenschappelijk manier om af te vallen. Het klinkt altijd veel geleerder als we moeten optellen en aftrekken. We begonnen met tellen en zijn nog steeds aan het tellen. Onsje voor onsje tellen we onszelf zwaarder. Toch zie je geen enkel dier in het wild calorieën tellen en is geen enkel dier in het wild te zwaar.

    Langzaam bekruipt mij het gevoel: tellen we eigenlijk wel goed? Niet dus. We blijken de hoeveelheid van calorieën op ons bordje eten totaal verkeerd in te schatten. Noten zoals bijvoorbeeld pinda’s, pistaches en amandelen worden niet volledig verteerd. Wanneer we amandelen eten nemen we per portie gemiddeld 129 calorieën op en niet de 170 die op het etiket staat.

    We tellen verkeerd

    ‘De energie in voeding wordt dus niet volledig door het lijf opgenomen, verduidelijkt Sander Kersten, hoogleraar moleculaire voedingswetenschappen in Wageningen. ‘Een klein deel verlaat het lichaam onverteerd en komt in de ontlasting of urine terecht.’ Aha. Er gaat mij nu een licht op. We tellen dus helemaal verkeerd. De vraag is of het überhaupt te berekenen is hoeveel calorieën we uit onze oliebol of portie frieten halen? Een duizelingwekkend aantal verborgen dik- of dunmakers, buiten de hoeveelheid calorieën, komen nu door onderzoek langzaam maar zeker boven water. Om een paar te noemen

    • Sommige voedingsmiddelen hebben een ‘sterk jasje’ om ons eigen spijsverterings proces te overleven. Denk aan pitten en zaden die je gewoon weer achterlaat in de toiletpot. Dit is handig; die zaden hebben dan een ideale portie mest om weer te gaan groeien en bloeien. Zo beschermen planten het eigen nageslacht. Het maakt dus niet uit hoeveel calorieën ze bevatten. Je poept ze toch weer uit. Maar ze zetten ondertussen je trage darmen lekker aan het werk.
    • En nog een belangrijke: door koken, sauteren, fermenteren, flamberen noem maar op bewerken we ons voedsel. We kunnen dan makkelijker calorieën opnemen uit een stukje vlees of een aardappel. Dus eet je de aardappel rauw of helemaal tot moes gekookt? Het maakt nogal wat uit.
    • En zo is ook de ene boterham de andere niet. Je kunt bijvoorbeeld exact 800 calorieën opeten in de vorm van een broodmaaltijd met volkorenbrood en ambachtelijke kaas, of in de vorm van een broodmaaltijd met witte bolletjes en bewerkt kaas. Bij de volkoren boterham moet het lichaam veel meer aan het werk en kost het al bijna 100 calorieën meer dan de witte boterham, alleen om die boterham te verteren.
    • En dan natuurlijk niet te vergeten die miljarden bacteriën die gezellig in onze darm logeren; de darmgasten. Die gasten die eisen ook nogal wat calorieën voor zichzelf op. Dus hoe meer en gevarieerder je darmgasten zijn hoe makkelijker je op gewicht blijft. En die darmgasten helpen we om zeep als we bijvoorbeeld antibiotica onnodig slikken.
    • De schattingen van de hoeveel calorieën die op een label staan zijn gebaseerd op negentiende-eeuwse laboratorium experimenten die dus veel te kort door de bocht zijn. En logisch; mijn lichaam is geen laboratorium. Wat er met een calorie gebeurd in een erlenmeyer in een steriel lab is heel anders dan die calorie in mijn buik.

    Wat kan ik dan eten zodat ik mijn darm lekker aan het werk ga zetten? (Scheelt me weer een avondje sportschool toch?) Dat is dus echt onbewerkte voeding. Veel en verse groentes en kruiden. Met veel taaie vezels. Vezelrijk brood. Soms een lekkere rauwe salade. Gezond voor de darmen en gezond voor mijn gewicht. Dus lieve mensen, mezelf suf tellen ga ik dus echt niet meer doen.

    Jacqui van Kemenade is voedingshuisarts en legt als arts het verband tussen ziek-zijn, genezing en leefstijl.