Een doodskleed op je huwelijk

    97

    Van het een kwam het ander en zo hebben we het ineens over doodgaan. Tja, het is inderdaad een gekke kinderverjaardag. De tafelgenoot praat opgewekt over grafstenen en opschriften. Ik lepel soep naar binnen. “… en ze werd begraven in een pyjama.”

    Als je die kast kantelt, heb je ook direct de planken voor de kist

    De zin explodeert in mijn hoofd. Begraven worden in je pyjama? Ik snap dat je geen kou en schaamte meer voelt als je dood bent. Maar komaan, dat iedereen langs je kist schuifelt terwijl je daar in je pyjama ligt … Trouwens, ik heb niet eens een pyjama, alleen wat oude T-shirts.
    Terwijl ik op deze gedachte kauw, beweert mijn moeder (van dezelfde generatie overigens) dat begraven worden in je normale kleding pas véél later mode werd. Mode en begraven. Die kan er nog wel bij. “Jouw oma had haar doodskleed gewoon in de kast klaarliggen. Ze had het vanaf haar trouwen, het hoorde bij de uitzet.”
    “Maar dat is toch vréselijk!”, roep ik.
    “Nee hoor. Om de zoveel jaar waste ze het, anders werd het wat geel.”

    ’s Avonds als het bezoek uitgezwaaid is en de kinderen op bed liggen, pak ik een overgebleven stuk appeltaart en google ‘doodskleed en uitzet’. Ik lees op verschillende plekken dat het doodskleed net als de lakens voor je bed inderdaad behoorde tot de uitzet. Maar als je mazzel had, hoefde je het niet zelf te kopen of te naaien, maar was het een huwelijksgeschenk. Weer ontploft er een bom in mijn hoofd. Dat je op je trouwdag als bruid een doodskleed krijgt van je schoonfamilie. Dat je daar dan blij mee moet zijn! En ze moet bedanken! Ik kan veel nachtmerriecadeaus verzinnen, maar zelfs in mijn slechtste bui had ik zo’n misplaatst geschenk nooit bedacht. Op hetzelfde moment vergeef ik alle mensen die mij ooit een dom cadeau hebben gegeven. Zelfs S., die me een weegschaal gaf. Vergeleken met een doodskleed is het een tópcadeau.

    Maar waarom een doodskleed bij je huwelijk? De verhalen op internet onthullen hoe hard het bestaan drie generaties geleden was. Als je trouwde, werd je vaak snel zwanger. Er was een grote kans dat je op het kraambed overleed en dan had je in elk geval een doodskleed.
    De volgende dag vertel ik met afschuw dit verhaal aan mijn man. “Bij mijn oma lag dus gewoon haar doodskleed in haar linnenkast.” Ik kijk ernstig en knik.
    “Handig toch”, zegt hij. “Als je die kast kantelt, heb je ook direct de planken voor de kist.”
    Ik zend hem een koude blik, hij zwaait vrolijk met een pollepel terug. Mijn vage Blue Monday-gevoel verdwijnt als sneeuw voor de zon. Ik aai over de muis van mijn computer, kijk verliefd naar de centrale verwarming. Heus, er is van alles aan te merken op mijn bestaan, maar in elk geval leef ik hier en nu.

    José Leeuwenkamp
    hoofdredacteur gezondNU