Het went nooit

    1404
    Léonie Smit

    Een complicatie gaat je als arts niet in de koude kleren zitten. Dagelijks wordt van ons de beste zorg gevraagd, de laatste kennis van recente wetenschappelijke inzichten en de hoogste precisie tijdens operaties. En terecht. Waar het voor ons misschien weer ‘another day at work’ is, geldt dat voor onze patiënten zeker niet.

    Daarom wil ik elke dag opnieuw foutloos zijn. Helaas weet ik sinds mijn eerste dag als arts dat dat niet kan. Ook als ik weet dat ik het beste gedaan heb voor de patiënt, dat de zorg voldoet aan de beste zorg en de laatste wetenschappelijke inzichten, kan het zijn dat de patiënt niet tevreden is. Bijvoorbeeld door de manier waarop ik behandelopties heb uitgelegd. Of doordat nét die ene afspraak niet op dezelfde dag gepland kon worden als de rest van de afspraken. Of als het resultaat van een operatie voor de patiënt tegenvalt. Dat raakt me als arts, maar ook als mens. Ook al weet ik dat sommige teleurstellingen niet een fout of complicatie te noemen zijn.

    Maar het komt ook voor dat een complicatie wél komt door het handelen van mij als chirurg. “Alleen een chirurg die niet opereert, heeft geen complicaties”, zei één van mijn opleiders ooit. Dat klopt ja. Zonder operatie zijn er geen wondproblemen of nabloedingen: de twee meest voorkomende complicaties na een borstoperatie. Gelukkig zijn dit geen complicaties die gepaard gaan met een discussie die gaat over leven en dood. Voor de oplossing is vaak niet eens een extra operatie nodig. Maar voor de patiënt betekent het extra ongemak, extra bezoeken aan het ziekenhuis en een langer genezingsproces.

    Nog niet zo lang geleden opereerde ik mevrouw Z. voor de tweede keer in korte tijd. De eerste operatie was borstsparend. Borstsparend omdat de foto’s uitwezen dat het ging om een afwijking, nog in het voorstadium van borstkanker. De patholoog die het weggenomen weefsel onderzocht had, vertelde dat de afwijking helaas minder klein was dan de foto’s lieten zien. Dat komt voor helaas. Voor mevrouw Z. betekende het een tweede operatie. Een operatie waarbij we de hele borst moesten verwijderen.

    De eerst keer had ze erg opgezien tegen de operatie. Ze was nog nooit geopereerd; altijd gezond en ‘in control’. Nu voelde ze zich overgeleverd aan het operatieteam. Gelukkig doorstond ze de operatie goed, het was haar allerzins meegevallen. De uitslag van het weefselonderzoek viel zeker tegen, en dat de borst helemaal verwijderd moest worden ook. Maar de operatie, daar had ze alle vertrouwen in. Ik ook. Ze was relatief jong, gebruikte geen bloedverdunners, was slank en rookte niet. Zo op papier waren er geen problemen te verwachten. De operatie verliep vlotjes, de wond was goed te overzien en zonder zichtbaar bloedverlies sloten we de wond. Aan het einde van die middag bezocht ik haar op de afdeling. Ze maakte het goed, had weinig pijn en de wond zag er rustig uit.

    Hoe anders was het de volgende ochtend. Duidelijk oncomfortabel. De wond was gespannen en ze had pijn. Angstig keek ze me aan. “Help me”, zeiden haar ogen. Een nabloeding, dat was meteen duidelijk. En dit keer helaas niet met een extra controle op de polikliniek te verhelpen. Ik belde de anesthesioloog en de coördinator op de operatieafdeling. We konden gelukkig snel terecht. Angstig keek ze me aan toen de anesthesioloog haar in slaap bracht. “Geef je maar over”, zei ik, “We gaan goed voor je zorgen.”

    Nadat we alle stolsels hadden verwijderd en we de wond hadden gespoeld, was het operatiegebied droog. Zoals dat vaak zo is bij een nabloeding, die is dan uit zichzelf gestelpt. Maar het wegnemen van alle stolsels neemt de spanning van de wond en de pijn weg. Dat gold ook voor mevrouw Z. De volgende dag kon ze alsnog naar huis en de wond zag er bij de controle, een week later, rustig uit. Gelukkig was de uitslag van het weefselonderzoek dit keer goed en was ze heel goed hersteld van de twee operaties in korte tijd.

    Kwam de nabloeding door een fout van mij? Is een bloedvaatje wat ogenschijnlijk niet meer bloedde, toch opengegaan? Heb ik iets over het hoofd gezien, of kwam het door iets anders? Ik zal het antwoord niet krijgen. Maar, het is een complicatie, een onbedoeld gevolg veroorzaakt door mijn handelen. Dus kijk ik elke operatie, telkens weer, zorgvuldig of de hele wond mooi droog is voordat ik hem sluit. Misschien de komende tijd nog bewuster dan altijd. Gelukkig, ze was niet de laatste patiënt die ik opereerde; daarmee ook niet mijn laatste complicatie. Ik herinner mij de woorden van mijn opleider, maar toch, het went nooit. En dat is maar goed ook.