Home Blogs Ik ben niet gemiddeld – nou en?

Ik ben niet gemiddeld – nou en?

0
Ik ben niet gemiddeld – nou en?

“Jeetje, jij bent ook altijd slank geweest, hè?”, roept een vriendin me toe, die op de bank fotoboeken van mij zit te bekijken. Ik sta in de keuken om thee in te schenken en taart aan te snijden. Ze vervolgt: “Ik zou mijn hele leven crop tops dragen als ik zo’n buik had als jij.”

Vrouwen zijn het meest onzeker over hun buik, blijkt uit onderzoek. Mijn grootste onzekerheid vroeger was niet alleen mijn buik, maar mijn hele postuur. Mijn rondingen, of beter gezegd: het ontbreken van rondingen. En het wel hebben van uitstekende heupen, lange latten en dunne armen.

Ik droeg jarenlang twee leggings onder een broek,
kocht slobbertruien en push-up-bh’s

Ja, ik was dun. Of eigenlijk: ik ben dun. Dat mijn postuur niet gemiddeld is, had ik als tiener al snel door. Ik weet nog goed dat ik als 13- of 14-jarig meisje in een bekende fastfoodketen stond, toen een jongen van een jaar of achttien aan een tafel naar me riep: “Ik zou hier vaker naartoe gaan als ik jou was, je bent zo dun.” Zijn tafelgenoten lachten. Met het schaamrood op de kaken liep ik door. Achteraf was ik boos op mezelf, want ik had toch gewoon kunnen laten weten dat ik deze opmerking niet oké vond? Maar nee, ik klapte dicht van opmerkingen over mijn figuur. Net als die keer toen een oud-collega zei: “Wat heb jij dunne benen!” of de keren dat iemand stellig zei: “Vind je het gek dat je zo dun blijft? Je eet geen vlees!”

Ik geloof oprecht dat niemand dit soort opmerkingen verkeerd bedoeld, maar bij mij hakte het er toentertijd in. Ik paste mijn leven erop aan. Ik droeg jarenlang twee leggings onder een broek, kocht slobbertruien en push-up-bh’s. In de zomer probeerde ik te vermijden dat ik een bikini aan moest (en kon dat niet, dan ging de handdoek pas af als ik in het water plonsde). Ik hield iedereen voor de gek. Vooral mezelf. Zou ik ooit positief naar mijn lijf kunnen kijken? Tot voor kort dacht ik niet dat ik ooit ‘ja’ zou kunnen zeggen, maar gelukkig weet ik nu beter. De mijlpaal voor mij kwam ongeveer een jaar geleden, toen ik voor het eerst naar mijn naakte zelf durfde te kijken in de spiegel. Tot die tijd had ik altijd mijn hoofd weggedraaid. Bah, mijn lijf.

Het inleveren van dit voorwoord heb ik zo lang mogelijk uitgesteld (sorry, eindredacteur Sonja!). Want moest ik dit wel schrijven? Sloeg dit wel ergens op? Had ik wel recht van spreken? Maar op alle vragen kon ik ‘ja’ antwoorden. Ik ben er namelijk klaar mee. Klaar met het nastreven van een perfect uiterlijk, ten koste van plezier in mijn leven! En zeg eens eerlijk: wie is er nou echt gemiddeld? Bijna niemand. Misschien behoor ik daarmee wel alsnog tot de meerderheid … En zo niet, dan toch lekker niet?! Daar ga ik me niet meer voor verontschuldigen. Niet naar anderen toe, maar ook niet naar mezelf. Ik ga vanavond vieren wat mijn lijf allemaal voor me doet en dat ik in mijn handjes mag knijpen dat ik zo gezond ben. En misschien dat ik daarna toch maar eens een crop top ga aanschaffen.

Liefs,

Lian van Doorn,
Hoofdredacteur