Ja of nee

0

Wat was ik tevreden met mezelf. Echt, misselijkmakend tevreden. Ik verwachtte stiekem dat iedereen tegen me zou zeggen: ‘Wat zie jíj er goed uit, zeg. Hoe doe je het?’ En dat ik dan zou zeggen: ‘Géén idee, zo sta ik gewoon op. Elke dag!’

Wat was er eerder? De brief? Of de zorgelijke blik van degene die mij de brief gaf? Ik weet alleen dat ik de brief las, hem in mijn tas stopte en hem daarna elk uur opnieuw las. Ik voelde paniek. Geen acute paniek, zoals wanneer je je kind kwijtraakt in een winkelstraat. Meer langzame paniek, het gevoel van naderend onheil. Alles zou anders worden, ik voelde me verlaten. Het tevreden gevoel verdween abrupt en zou maandenlang wegblijven.

De afzender van de brief was een universitair medisch centrum. In mijn familie was een genetische ziekte aangetroffen en er werd mij aangeraden een DNA-test te doen. De toon was zakelijk en praktisch. Eigenlijk bevatte die brief maar één ding: een enorm vraagteken. Wat stond mij te wachten?

Een tijd later zat ik bij een klinisch geneticus. ‘Je bent niet alleen’, zei ze glimlachend en knikte naar mijn buik. Dat klopte. Ik was vier maanden zwanger en absoluut niet alleen. Haar opmerking verwoordde onbedoeld exact mijn angst. Iedereen hoopt op een gezonde baby. Maar wat als straks zou blijken dat ik vóór de geboorte een ziekte aan hem had overgedragen? Ik kon het niet weten, maar maakt dat het minder onvergeeflijk?

Misschien, misschien niet – en zo ja, wat dan? Al het piekeren jaagde heel veel stress aan. Was deze kennis nu levensreddend? Of bij voorbaat al ziekmakend?

Jaren later weet ik een ding zeker: de uitslag deed er eigenlijk niet zoveel toe. Hoewel mijn familie is opgedeeld in ‘ja’s’, ‘nee’s’ en ‘weet het niet’, veranderde niemand wezenlijk. We praten allemaal nog net zo luidruchtig, drinken nét iets meer dan goed voor ons is en spelen het liefst flink vals om te winnen bij een spelletje. Misschien is dat rijtje erfelijke karaktereigenschappen veel zorgelijker dan welke uitslag van die DNA-test dan ook.

José Leeuwenkamp, hoofdredacteur gezondNU, eerder verschenen in gezondNU 1, 2013.