Home Blogs ‘Misschien was het de tijd van het jaar’

‘Misschien was het de tijd van het jaar’

0
‘Misschien was het de tijd van het jaar’

Naar de dokter ga ik liever niet. Niet dat ik bang ben voor de huisarts. Helemaal niet. Maar toch ga ik er liever niet voor niets heen. Want stel je voor dat ik eerst de nodige tijd verspil in de wachtkamer en vervolgens naar huis word gestuurd met: “Het is niks.” Er moet echt wel wat aan de hand zijn. Ik wil niet als ‘aansteller’, ‘overbezorgde moeder’ of ‘zeurpiet’ bekendstaan. Op veel fronten interesseert het me geen biet wat mensen van mij vinden, maar als het om de dokter gaat (die ik misschien eens in de zoveel jaar zie) verandert dat ineens om redenen die ik zelf niet begrijp.

Net op het moment dat ik dacht dat het onzin was om in deze tijd nog aandacht te vragen voor vrouwengezondheid, stierf Anja

En dus gaan er heel wat interne gesprekjes vooraf aan dat ene belletje naar de doktersassistent. In gedachten ga ik op de stoel van de huisarts zitten en vraag wat ik er zélf aan kan doen, wat ik verwacht van de dokter en of het met een beetje rust niet vanzelf over zal gaan. Pas als klachten echt aanhouden en ik er met geen mogelijkheid een verklaring voor kan vinden, ga ik misschien eventueel met veel tegenzin naar de huisarts.

Ik mag een beetje kierewiet klinken – en ja, dat ben ik wellicht ook – maar ik ben niet de enige. Er schijnen hele mensenmassa’s dit soort gesprekken met zichzelf te voeren voor ze naar hun huisarts gaan. En dan met name vrouwen. Wij zijn over het algemeen kunstenaars in het bagatelliseren van onze eigen klachten. Zelfs ik, die écht niet over zich heen laat lopen, vind het anno 2020 nog steeds lastig om tegen de dokter te zeggen: “Dit en dat is er aan de hand, hoe kunnen we dit fixen?”

Afgelopen najaar overleed mijn lieve ex-buurvrouw Anja aan de nasleep van een hartstilstand. Ze liep al weken met vage klachten rond waarvoor ze geen verklaring had. Ze was hartstikke moe, had ‘lood’ in haar benen en was down. Ze hoopte dat een ‘schildervakantie’ haar zou opfleuren. Ja, ze had al wel tien keer gebeld met de huisarts, maar die kon er ook niks mee. Misschien was het de tijd van het jaar. Ze had al een afspraak met de cardioloog, wellicht was het iets met haar medicatie.

Anja is nooit op schildervakantie gegaan. Net op het moment dat ik dacht dat het onzin was om in deze tijd nog aandacht te vragen voor vrouwengezondheid, stierf ze. En ik kan het niet helpen me af te vragen: had dit anders kunnen lopen als Anja ‘duidelijker’ was geweest, harder bij de dokter aan de bel had getrokken of als er sneller actie was ondernomen? Ik zal het nooit weten. Ik weet alleen wel dat mij hetzelfde kan overkomen, omdat ik net als Anja denk: het zal zo’n vaart niet lopen. Maar wij – alle vrouwen in Nederland, België en daarbuiten – mogen niet vergeten dat het soms wél zo’n vaart loopt. En daarom hebben we in deze editie van gezondNU veel aandacht voor vrouwengezondheid en vooral ook voor dat vrouwenhart. Met dank aan Anja, dat ze vanaf haar wolk daarboven toch misschien nog een vrouwenleven hier en daar mag redden.

Liefs, Gebke