Nachtzuster

0

Halftwee. Ik ben wakker. Net zwierf ik nog over een parkeerplaats omdat ik mijn auto kwijt was. Maar nu klaarwakker. Blij dat ik van die parkeerplaats af ben. Ik ga naar de wc en drink wat water. Terug naar bed. Lekker slapen. Nu.
Twee uur. Wat is het warm. Raam open. Nu ontspannen en slapen. Net als mijn man, die slaapt alsof hij het heeft uitgevonden.

Nu ik toch wakker ben, kan ik ook wel naar de radio luisteren. Ene Joop belt naar Nachtzuster Astrid de Jong. Joop wil een moestuin beginnen. Maar zijn tuin is maar twee bij twee. “Wat is het best om te planten?”
In elk geval moet Joop aardbeien planten. Misschien wat sla. Geen pompoen, want dan is Joops tuin snel overwoekerd, net als ons balkon. Wat een enórme plant zo’n pompoen.

Halfdrie. Ik sluip in het donker naar beneden. Onderaan de trap struikel ik over een bak met was. Dan stoot mijn voet ook nog tegen een slingerend autootje. Kletterend stuitert die de trap af. Ik verstijf – maar iedereen slaapt. Behalve ik dus. En Joop die op een moestuinadvies zit te wachten.

Warme melk drinkend, blader ik door de krant van gisteren. Ik voel me eenzaam. Ik zie mezelf weerspiegeld in de oven. “José, je bent een waker. Dat is goed”, zeg ik. Dat ik een waker ben, heb ik net geleerd uit een artikel in gezondNU. Volgens professor Eus van Someren zijn slechte slapers van alle tijden. Ik stam af van de prehistorische José die op de savanne bij haar vuur zat zodat ze elk moment alarm kon slaan.

Het is een troost. Alhoewel: wat heb ik aan waakgenen als er vannacht zeker weten geen roofdier langskomt?

Kwart voor drie. Terug naar bed. “Waarom zit er op een strijkijzer geen aan- en uitknop?”, vraagt iemand op de radio. “Waarom …”

“Máma. Mahámm! Ik heb honger!” Het is halfacht. Wát? Ja hoor, verslapen! Ik duw hardhandig mijn man wakker en ren naar beneden. Daar zit iedereen relaxt Donald Duckjes te lezen. “Wil je een eitje voor ons koken?” En: “Mag ik een gebakken eitje? In stukjes? Net zoals de moeder van Esma doet, met de boterham ernaast?”

De waker staat vanaf nu in de sprintstand. Hoort dit ook bij mijn genetisch profiel? In elk geval niet bij de snurkers van deze wereld. Mijn man, met effectief drie uur slaap meer achter de kiezen, strompelt met halfdichte ogen de kamer in.

“Wat deed jij eigenlijk vroeger op de savanne?”, vraag ik aan hem als ik snelsnel brood smeer.

“Huh?”

“Niets. Dat dacht ik al.”

 José Leeuwenkamp, hoofdredacteur gezondNU, eerder verschenen in gezondNU 11, 2012.