Niets is wat het lijkt

    748

    Na de borstsparende operatie en de bestraling vijf jaar geleden, zou dit haar laatste jaarlijkse controle zijn. Maar ze ziet er slecht uit, zit in een rolstoel. Haar dochter kijkt zorgelijk… 

    Meteen begrijp ik de zorgelijke blik van haar dochter. Haar moeder zit happend naar lucht voor me, is kilo’s afgevallen, heeft pijn in haar longen en een harde, rood gezwollen borst.

    Ik deel de zorgen van haar dochter en heb het sterke vermoeden dat de borstkanker terug is. En gezien haar kortademigheid, ben ik bang dat deze al is uitgezaaid naar de longen. Alles wekt de schijn dat haar laatste uur geslagen heeft. Natuurlijk doen we onderzoek om te kijken of mijn gevoel klopt. En om te kijken of we haar tenminste nog een tijdelijke behandeling kunnen bieden, die in elk geval haar benauwdheid kan verlichten.

    De longarts kijkt en denkt mee; de röntgenfoto van de longen is moeilijk te lezen en kan duiden op een uitgebreide longontsteking, maar zeker ook op uitzaaiingen. Ze is helaas te ziek, te onrustig door de benauwdheid om verder onderzoek te doen met een CT-scan. Samen beslissen we om te starten met antibiotica, voor de eventuele longontsteking. Daarnaast nemen we een hapje uit de borst voor weefselonderzoek. Het weefsel toont een onrustig beeld, maar zonder aanwijzing voor terugkeer van de borstkanker, terwijl de buitenkant dat toch sterk doet vermoeden. Door de pijnlijke, harde borst is een diepere biopt niet mogelijk. Ook niet onder narcose, daarvoor zijn de risico’s nu te groot. En zelf is ze heel duidelijk: “Ik wil dit niet meer”.

    Te ziek om naar huis te gaan, nemen we haar op op de verpleegafdeling. Door de antibiotica en de extra zuurstof knapt ze geleidelijk op. Haar benauwdheid wordt milder. Een nieuwe foto van haar longen laat ook duidelijk verbeteringen zien, ook al kunnen we uitzaaiingen nog steeds niet uitsluiten. Haar borst knapt niet op, maar een scan wil ze niet. Ze wil naar huis, verder niks meer… Ik overleg met haar huisarts. Gelukkig begrijpt hij mijn zorgen en neemt het vanaf hier van mij over, zodat we haar niet langer hoeven vermoeien met ziekenhuisbezoeken.

    Een jaar later, ’s ochtends voor het spreekuur begint, zie ik een bekende naam op mijn polilijst staan. Ik haal haar op uit de wachtkamer. Ze ziet er goed uit; met een beetje kleur op haar gezicht en zonder ademhalingsproblemen loopt ze met me mee naar de spreekkamer.

    Het gaat goed met haar. En daarmee ook met haar dochter, die er een stuk minder zorgelijk uitziet dan de vorige keer. De antibiotica hebben hun werk goed gedaan en de fikse longontsteking is verdwenen. En de eerder gedachte, mogelijke uitzaaiingen in de longen zijn niet meer zichtbaar. Ook haar borst is weer helemaal rustig; achteraf gezien was de harde, rode zwelling een late reactie op de bestralingen die ze heeft gehad na de borstsparende operatie.

    Nu ziet de borstfoto, die we elk jaar maken om te controleren of er geen aanwijzingen zijn voor terugkeer van de borstkanker, er keurig uit. Ook aan de buitenkant lijkt de borst in niks meer op wat het een jaar geleden was. Toen zorgelijk, nu opgelucht geven we elkaar een hand. Tot volgend jaar!

    Delen