Op het ritme van de Sahara

    277

    Ik schrijf deze blog vanuit Zagora, Marokko. Het is de laatste stop voordat één van de warmste, droogste plekken op aarde het overneemt: de Sahara.

    Terwijl Marrakesh nog volop Arabisch aandeed, is Zwart Afrika hier al voelbaar. De lemen huizen hebben een diepe, warme aardekleur en zijn versierd met traditionele Afrikaanse kunstvoorwerpen zoals maskers en houtsculpturen. Vrouwen in kleurrijke gewaden dragen pakken voedsel op hun hoofd van de markt naar huis en werpen steelse blikken vanachter hun sluier (nu ja, vooral dan naar mijn echtgenoot…). Vanaf deze plek duurt het 52 dagen om de woestijn te voet over te steken naar de mythische handelsstad ‘Timbuktu’ in Mali. Eeuwenlang trokken caravanen met dromedarissen over deze handelsroutes, met waar van zout, goud, ivoor tot slaven.

    Een week geleden vertrokken we vanuit deze plek om een tocht door de woestijn te maken met onze eigen caravaan, bestaande uit onze gids Rachid, kamelendrijver Hassan, mijn echtgenoot, ikzelf en drie toegewijde doch koppige dromedarissen die onze bagage droegen. Deze dieren zijn een prachtig staaltje moeder natuur, die perfect voor deze leefomgeving zijn uitgerust. Ze kunnen tot wel 100 liter water drinken in één keer en vervolgens gedurende 50 dagen voort zonder. Hun ogen lijken wel opgedirkt met valse wimpers, zo lang zijn ze. Perfect om het zand op een veilige afstand te houden. En dan zijn er die lange, ranke poten die bij elke stap in de brede, zachte kussentjes zakken die de voeten vormen waardoor ze niet te diep in het zand zakken.

    De dromedarissen gaven het trage, gezapige tempo aan van onze caravaan, waardoor het mogelijk was om gedurende lange tijd te blijven stappen ondanks de hoog oplopende temperaturen. In de woestijn wordt niets verspild, geen water, voedsel of energie. Ook de moeiteloze, soepele tred van onze gids werkte aanstekelijk en wiegde ons in een vredige roes. Rachid’s gezicht is afgeleefd van de zon en het harde bestaan, maar lijkt geen spoor van stress te dragen. Het is een gezicht vol plooien en rimpels dat een vreugde en tevredenheid uitstraalt die ik benijd. Het is een tevredenheid die zijn oorsprong vind diep binnenin, die geleerd heeft om het leven te nemen zoals het komt.

    Zijn cultuur en godsdienst spelen hierin wellicht een rol. Na haast elk zinnetje voegt hij de uitdrukking ‘Inshallah’ toe: als God het wilt. Zullen we morgen opnieuw bij een oase kunnen slapen? Inshallah. Zullen we de laatste dag op tijd aankomen voor ons vervoer terug naar de stad? Inshallah. De uitdrukking herinnerde me aan het feit dat ik me zelf graag de illusie voorhoud van de ‘maakbaarheid’ van mijn leven, alsof ik alles zelf onder controle heb. Dat geeft veel extra stress omdat ik in de strijd ga met- en me verantwoordelijk voel voor- zaken waar ik helemaal geen invloed op heb. De houding van Rachid liet me beseffen dat we over veel dingen in ons leven geen controle hebben. Ons lot ligt niet in onze handen, maar in dat van het universum of ‘God’. Ik denk dat mijn levensritme er heel anders zou uitzien indien ik minder invloed zou willen uitoefenen en de dagen meer op me af zou laten komen zoals ze zijn. Rachid en de woestijn hebben me alvast geïnspireerd om me meer over te geven aan de golven van het leven. Ik wil de uitdrukking ‘Inshallah’ een vaste plaats in mijn woordenschat geven.
    Voor ons lag een uitgestrekte zee van zand. Ook het navigeren gebeurt volgens onze gids zoals de oude zeelieden: aan de hand van belangrijke herkenningspunten, en vooral aan de hand van de zon en de sterren. Al na één dag rondtrekken in de woestijn, leek mijn horloge geen waarde meer te hebben. De kloktijd wordt op één of andere manier overbodig. In de woestijn slaan de zon en de sterren de maat. We staan op bij zonsopgang (die gelukkig pas rond zeven uur is), eten onze lunch wanneer de zon het hoogst aan de hemel staat en rusten gedurende een drietal uur in de schaduw van de schaarse struiken. We slaan ons kamp op wanneer onze schaduwen langer worden en een wind opsteekt die de ondergaande zon aankondigt. We volgen niet het kunstmatige tempo van thuis, maar de klok van de natuur.

    We stapten urenlang door een steeds wisselend landschap. De woestijn is niet zo eentonig als je zou denken. De grond onder onze voeten veranderde voortdurend: van zacht zand waar je haast niet in vooruit geraakt, naar een harde rotswoestijn tot asvalt aandoende ondergrond die kraakt onder je voeten tot je op het zachte zand eronder terechtkomt.

    De Sahara lijkt een onherbergzaam niemandsland waar geen ziel zich ooit zou wagen, maar niets is minder waar. De woestijn wordt tot op heden bewoond door verschillende nomadenstammen, die onder andere de kost verdienen door het hoeden van dromedarissen en het verkopen van handwerk. Tijdens onze tocht kwamen we een nederzetting en een aantal veehoeders op het spoor, maar uit respect voor hun levenswijze hield onze gids bewust afstand. Voetsporen van andere schuchtere voorgangers zoals kevers, hagedissen en kleine zoogdieren doorprikten de illusie dat we helemaal alleen wandelden. Fossielen van schaaldieren tussen de rotsen vormden de stille getuigen van een heel andere geschiedenis. Neen, de woestijn is geen niemandsland. Ze zit vol leven…

    Om de nacht door te brengen zochten we telkens kleine oases op voor wat beschutting en brandhout. Het contrast met de kale woestijn zorgde ervoor dat ik het groen extra kon waarderen. Het is alsof ik de verkoeling die de bomen me bieden pas echt kan appreciëren door geconfronteerd te worden met de afwezigheid ervan.

    Al vroeg in de avond wordt in de Sahara de azuurblauwe hemel geruild voor een magische sterrenhemel. En met die sterren komt ook de barre koude. De woestijn is werkelijk een plek van extremen. Zo extreem warm als het overdag wordt, zo koud wordt het gedurende de nacht. Ik heb al op vele plaatsen in de wereld mooie sterren mogen aanschouwen, maar ik kon maar één ding denken wanneer ik op mijn rug liggend naar de hemel keek: ik wist tot nu toe niet hoe een sterrenhemel er werkelijk uitziet. Het was alsof het doek van de kosmos werd opengetrokken en ik even een glimp kon opvangen van de oneindige schoonheid die erachter schuilt. Ik kon heel even voelen hoe onmetelijk het geheel is waar ik deel van uitmaak als nietig zandkorreltje in de oneindigheid.

    De woestijn is al eeuwenlang een plek van bezinning. Menig filosoof en mysticus vond hier zijn onderkomen. Het landschap geeft een gevoel van eenvoud, maar ook voorspelbaarheid. Het laat je toe om je blik naar binnen te richten en zorgt er bijna automatisch voor dat het een moment van bezinning en inspiratie wordt. Wat daar naar mijn aanvoelen in grote mate toe bijdraagt is de stilte. De stilte in de woestijn lijkt een beetje op de stilte van een dik besneeuwd landschap: het zand lijkt alle geluid te absorberen. De stilte lijkt haast aan te raken, zo aanwezig is ze. Het is alsof ze de materie is waarmee die grote ruimte tussen het zand en de lucht wordt opgevuld. Hoewel stilte als ‘saai’ kan aanvoelen, is ze dat in dit geval hoegenaamd niet. Het is een stilte die niet tot verveling leidt, of op zo’n minst een soort van verveling die niet leeg is. Het is de meest volle stilte die ik ooit heb ervaren. Een stilte die de stem van de kosmos vormt en je vertelt dat alles perfect is zoals het is. Ook mijn mijmeringen en gedachten leken net zoals het geluid door het landschap te worden opgenomen. Mijn geest leek de aard en het ritme van het landschap te volgen en op die manier tot verstilling te komen. Tijdens het wandelen en in mijn dromen ’s nachts borrelden vele herinneringen uit het verleden op. Dingen die ik allang vergeten was, maar die ik op één of andere manier nog leek mee te dragen: een ruzie met een vriendin toen ik puber was, mijn eerste grote liefdesverdriet, een verlangen om terug kind te zijn en zorgeloos te kunnen spelen op straat. Het is alsof mijn geest tegen de achtergrond van die verstilling de kans had om me te tonen wat nog vast zit en klaar is om losgelaten te worden. De kans om die dingen te tonen die zo ver weg zitten dat ze in mijn dagelijkse leven nooit de kans krijgen om zicht te tonen. Ik heb het gevoel dat ik in die stille omgeving een aantal dingen heb kunnen laten gaan die ik al veel te lang had bijgehouden. De woestijn is voor mij een plek die in haar stille, weidse aanwezigheid absorbeert en opneemt wat er in de weg zit. Het is een plek die je helpt om de overbodige geesten van het verleden een ander onderkomen te geven.

    Ik heb de stilte van de woestijn als een kostbare schat binnenin mezelf meegenomen. Het is een veilige plek waar ik steeds terug naartoe kan op momenten dat de drukte en het lawaai van mijn huidige leven me dreigen in te halen. Het is een plek die me eraan herinnert dat alles oké is zoals het nu is. Dat is ook de conclusie van de meeste mensen die in de woestijn inspiratie gingen zoeken: de kosmos is perfect. Er is geen interventie nodig en we moeten er vooral minder controle over uitoefenen.

    Inshallah.