Over het risico om jezelf echt te tonen

    462

    Ik drink een muntthee aan een tafeltje voor twee in een typische koffiebar. Dadelijk zal er één van mijn beste vriendinnen binnenwandelen… En alhoewel ik dit misschien al duizend keer gedaan heb, voel ik me toch een beetje nerveus. Een soort van afwachtende spanning.

    Als ik om mij heen kijk, zie ik de meeste mensen hetzelfde doen: onder het genot van een kop thee of koffie met een vriend, familielid of partner keuvelen over de dingen des levens en daarmee bovenal één ding willen zeggen: ik mag jou graag. En toch zie ik ook iets anders. Ik zie mensen die het beste van zichzelf proberen te geven, die misschien onbedoeld een masker opzetten om hun beste kant te laten zien. Die de pijnlijke en kwetsbare kanten onder tafel proberen te houden. En dat is ook wel voor een deel waar mijn gespannenheid mee te maken heeft, denk ik. Iemand ontmoeten heeft voor mij op één of andere manier altijd iets van ‘mijn goede kant’ laten zien. Een beetje zoals zorgen dat je met je mooie kant op de foto staat.

    Ik denk dat het diep van binnen te maken heeft met een geloof dat ik ‘beter’ ben als ik mijn best doe, als het licht de mooie dingen beschijnt. Alsof de mensen waarvan ik houd me alleen dan de moeite waard zullen vinden.

    We hebben geleerd om onze kwetsbare en donkere kanten te verstoppen voor anderen. We zijn sociale wezens en moeten om te overleven aanvaard worden in de groep. We hebben geleerd om alles te doen om geaccepteerd te worden. Anders dreigt er gevaar van uitsluiting. Ik herken dit bij mezelf; de angst die ik kan voelen wanneer ik mijn kwetsbare kanten laat zien. Alsof iets me instinctief influistert dat het gevaarlijk is om me bloot te geven.

    En tegelijk omvat dit ‘risico’ het mooiste wat in menselijk contact kan gebeuren: kwetsbaarheid die met kwetsbaarheid en openheid wordt beantwoord. Het doet me denken aan de tekst van Leonard Cohan: ‘There is a crack in everything. That’s how the light gets in.’ Het is door onze ‘cracks’, door onze onvolmaaktheden en kwetsbaarheden, dat we het licht van het leven en de liefde kunnen ervaren. Een echte ontmoeting kan alleen maar van ‘crack’ tot ‘crack’. Het is volgens mij alleen door onze grieven, angsten en beperkingen met elkaar te delen en aan elkaar te tonen, dat we werkelijk kunnen ervaren wat liefde en vriendschap betekent. Alleen dan kunnen we ons echt ‘gezien’ voelen. Het is volgens mij ook de enige remedie voor eenzaamheid.

    De grootste gevangenis die er bestaat, is die van je eigen schaamte. De schaamte om je eigen onvolmaaktheden en de tralies die voorkomen dat je deze toont aan de wereld. De afgeslotenheid die daardoor ontstaat veroorzaakt de meest pijnlijke soort eenzaamheid.

    Alleen door de ‘cracks’ kunnen we elkaars schoonheid zien. De mensen waarvan ik houd betekenen net zoveel voor mij met al hun kreuken erop en eraan. Schoonheid zit niet in de perfectie, maar in het kleine. Het is het verdriet om iets wat niet mocht zijn, de woede om iets kleins dat zo belangrijk voelt en de snijdende jaloezie om iets dat ons niet was gegund dat we verbinding ervaren met het leven van anderen. Omdat deze gevoelens ons zo bekend zijn. We herinneren elkaar op die manier aan onze gedeelde menselijkheid. Aan het feit dat we reizigers zijn in een leven vol bulten en gaten en we door onze tocht en ‘struggles’ met elkaar te delen de tocht iets minder zwaar maken.

    En dat is volgens mij de oorsprong van mijn spanning wanneer ik iemand ontmoet. Het gaat telkens om een stap, een risico om mezelf (al dan niet) werkelijk te tonen zoals ik op dat moment ben. Het is altijd een beetje een gevecht met mijn instincten, maar telkens weer als ik de stap zet een weg naar verbondenheid en liefde.

    Delen