Slavink versus entrecote

    232

    “Lekker is maar een vinger lang.” Ik knipper met mijn ogen als collega Gebke deze woorden uitspreekt. “Wie zegt dat?”, werp ik tegen. “Mijn oma”, stelt ze direct. “Maar jij komt toch uit Brabant, die houden toch van bourgondisch?”

    “Tja, mijn oma was een Drentse”, antwoordt ze. Nou, dat kennen we in Twente, waar ik vandaan kom, niet.

    Lekker is maar een vinger lang? Néé, joh. Lekker is zo lang het duurt. Soms maar één vinger, soms wel tien of als het kan nog meer. Mijn kinderen hebben dat ‘eenvingerprincipe’ al helemaal niet meegekregen. Ze zijn dol op eten. Ze genieten ervan. Smullen tot de laatste hap en het liefst likken ze hun bordje leeg. “Ohhh, ik ben jaloers”, roept Gebke als ik de verhalen over mijn smullende kinderen vertel. Bij haar thuis is elke maaltijd al meer dan tien jaar lang een strijd van ‘eet je paprika of elke willekeurige andere groente op’.

    Lekker is maar een vinger lang? Néé, joh. Lekker is zo lang het duurt. Soms maar één vinger, soms wel tien of als het kan – nog meer

    “Ik denk niet dat je zou willen ruilen”, beweer ik stellig. “Want dan is het wel elke dag aardappel eten.” Gebke trekt haar neus op. “Ja,” ga ik verder, want nu ben ik pas echt los, “mijn jongste eet het liefst slavink met aardappelen, sla én veel jus.” “Slavink, dat het nog bestaat”, zegt Gebke dromerig, terwijl ze in het geheugen van haar kindertijd graaft naar die ene slavink die ze ooit at. “En reken maar”, voeg ik er dreigend aan toe, “dat als je ‘s avonds soep serveert, er een lading protest over je heen komt, want: ‘Dat is geen echt warm eten.’”

    Daar heeft Gebke niets van terug. Het is verbazingwekkend dat iemand met wie je al een half leven samenwerkt, met wie je twee keer tegelijkertijd zwanger bent geweest, iemand die nog geen week voordat jij trouwde ook getrouwd is, er zo’n andere eetcultuur op na houdt. Haar dochter weet niet eens wat een slavink is. Zij is verknocht aan entrecote en eendenborst. Geen groente gaat erin. Zelfs geen aardappelen? “Misschien aligot”, aarzelt Gebke.

    Aligot? Ik knipper alweer met mijn ogen. Gebke geeft me een korte samenvatting van een aardappelpuree Franse stijl, waarbij geprobeerd wordt zo veel mogelijk calorieën in één hap binnen te krijgen. Er gaat kaas in, evenveel als aardappelen, een beker crème fraîche, knofl ook en een fl inke dot boter. Tja, ik kan niet anders dan concluderen dat in dit geval lekker wel een vinger lang móét zijn.

    Is dit de nieuwe eetcultuur van Nederland? Loop ik met mijn gezin en onze Hollandse pot zo hopeloos achter? Na het lezen van deze eeteditie kan ik naar alle eerlijkheid zeggen dat dit niet het geval is. Eigenlijk valt er maar één wijze les te trekken.

    Het wordt hoog tijd dat Gebke en ik met al onze kinderen om beurten voor elkaar gaan koken en samen gaan eten. Niet alleen omdat dit reuzegezellig is, maar vooral omdat het belangrijkste ingrediënt van een gezonde maaltijd variatie is en hoe varieer je meer dan als je twee eetculturen aan een tafel samenbrengt? Ik verheug me nu al op onze eerste eetdate. Lees smakelijk!

    José Leeuwenkamp
    hoofdredacteur gezondNU

    Delen