Vla in de vuilnisbak

0

Net op het moment dat mijn man denkt dat ik niet kijk, gooit hij een pak vanillevla in de vuilnisbak. Het pak is nagenoeg halfvol.
“Wat doe jíj nou? Dat is toch zonde?”, roep ik.
“Hoezo? Het was maar 69 cent.”
“Nee, dat bedoel ik natuurlijk niet”, zeg ik bozig. “Het is zonde dat je eten weggooit. Dat doe je gewoon niet. Denk eens aan die koe die hard moest werken voor die melk die voor onze vla is gebruikt. Het gaat niet om het geld, het gaat om het principe.”
“Wat klets je nou? Je lust niet ineens vla.”

Dat klopt. Ik lust geen vla. De vuilnisbak klapt dicht.
Omdat ik me nog steeds de slimste van het stel voel, zeg ik: “Het is wel voedsel dat je weggooit, hè. Voeding.”
Mijn man: “Vla is geen voeding. Het is snoep. Moet je kijken hoeveel suiker en E-nummers erzin zitten. Jij wilt geen suiker eten, want dat vind je principieel slecht. En E-nummers wil je ook niet, want dat is gif. Eigenlijk gooi ik dus vergif weg. Echt, ik bewijs ons allemaal een dienst.”
“Als het zo slecht is, waarom koop je het dan?”
Hij: “Omdat het lekker is. En het was maar 69 cent.”

‘We hebben met groot succes goedkoop voedsel geproduceerd, het werd zelfs een wegwerpartikel’,  zegt Louise Fresco in gezondNU tegen Catherine Keyl. Ze slaat de spijker op de kop. Hoewel ik me graag principieel voordoe en áltijd netjes mijn fruitschaal leeg eet, is bij ons thuis voedsel ook een wegwerpartikel. Zeker als ik mijn moeder als voorbeeld neem. Met een likker in haar hand, bestierde ze haar keukenland. Elke dag kregen mijn zus en ik de restjes van de dag ervoor als side dish geserveerd.

Ik verfoeide die restjes – ze smaakten vies. Maar ik moet toegeven dat mijn moeder dertig jaar voor de hype al duurzaam was. Al wilde zij niet de planeet redden, maar vooral haar portemonnee.

‘Ik merk steeds vaker dat mensen proberen het goed te doen, maar dat ze niet weten hoe’, zegt Louise Fresco. Dat klopt – ik wil gezond eten en lief zijn voor de vissen, kippen en koeien, maar ik ben vooral een lekkerbek en gemaksmens. Bovendien: het mag niet te veel kosten. Hoe verenig ik al die tegenstrijdige principes aan één keukentafel?

De oplossing kwam uit onverwachte hoek: bitterballen! Een vriend, een redelijk principiële vegetariër, zei dat hij zichzelf eens per maand een schotel bitterballen gunde. Ik rolde van mijn stoel van het lachen.
“Bitterballen? Als vegetariër?”
“Kijk zelf maar.” Ik keek op het etiket, en verdraaid: in een bitterbal zat maar vijf procent vlees.

De serieuze vleesminderaar in mij juichte.
Vanavond gaan we bitterballen eten. Bijna vleesloos, goedkoop, bijzonder lekker, geen suiker.
En, beloofd, er verdwijnt niets in de afvalbak.

José Leeuwenkamp, hoofdredacteur gezondNU