Waarom afvallen niet lukt

    25684

    Als het afvallen of op gewicht blijven niet lukt, spelen je eigen gedachten daarbij vaak een belangrijke rol. Zo kun je na het eten van een traktatie op het werk bijvoorbeeld de gedachte hebben dat je dag nu toch al is mislukt en dus thuis ook nog maar wat bonbons en een schaaltje chips pakken. Dat slaat natuurlijk helemaal nergens op; want als er in je mooie witte blouse één vlekje zit zeg je ook niet: ‘Er zit nu toch al een vlek op, dus gooi er ook nog maar wat chocoladesaus overheen. Die blouse is nu toch al verpest’. Of wel? Die traktatie op het werk was ook helemaal het probleem niet, jouw gedachte dat je dag daardoor was mislukt was het probleem. Want daardoor gaf je jezelf een vrijbrief, om nog meer te mogen snoepen.

    Denkfouten

    Er zijn heel veel gedachten die je kunt hebben over jezelf en je eetgedrag, die je poging om af te vallen saboteren. Deze gedachten bevatten echter vrijwel altijd denkfouten. Fouten in je redenaties en aannames die, wanneer je ze leert herkennen, maken dat je er niet meer intrapt.

    Hieronder staan een aantal voorbeelden van veel gemaakte denkfouten die het afvallen in de weg staan.

    • Zwart-wit denken: Denken in termen als ‘alles’, ‘niets’, ‘altijd’, ‘nooit’, ‘goed’ of ‘fout’. Voorbeeld: “Ik heb vanmiddag een gebakje gegeten, dus nu is mijn dag mislukt”, “Ik mag nooit meer snoepen” of “Ik moet elke dag sporten”.
    • Etiketten plakken/labelen: jezelf in een hokje stoppen. Bijvoorbeeld: “Ik ben nu eenmaal een chocoholic”, “Ik ben echt geen sport-type” of “Ik heb gewoon zware botten”.
    • Overdrijven: Je ziet één negatieve gebeurtenis als een zich herhalend patroon van mislukkingen. In plaats van “Ik heb vandaag toch een snoepje genomen” zeg je “Ik zal altijd verslaafd blijven aan snoep”.
    • Negatief filteren: Je hebt de neiging alleen het negatieve te zien. Bijvoorbeeld: “Ik heb deze week een feestje, dus het wordt lastig om gezond te eten deze week”, in plaats van “Ik heb 6 avonden niets, dus ik heb alle mogelijkheden er een gezonde week van te maken”.
    • Gedachtenlezen: Je gaat er bij voorbaat al vanuit dat je weet wat anderen over je denken en dat dat negatief zal zijn. Voorbeeld: “Ik weet gewoon dat ze het stom vindt als ik nee zeg tegen een taartje”.
    • De toekomst voorspellen: Je voorspelt dat wat er nog staat te gebeuren, vast slecht zal aflopen. Je gaat bij voorbaat uit van een negatieve uitkomst. Bijvoorbeeld door te zeggen “Na twee dagen geef ik het toch weer op”.
    • Emotioneel redeneren of denken met je gevoel: Je baseert je gedachten op hoe je je voelt. “Ik denk dat ik dat niet kan volhouden, dus dan kan ik het ook niet”.
    • “Zou-moeten”-denken: Je bekritiseert jezelf en/of anderen met regels, verplichtingen of andere strenge eisen. Je praat in termen van “moeten”, “dat mag niet” en “dat hoort niet”. Bijvoorbeeld: “Ik moet fruit eten en mag niet snoepen” in plaats van “Ik kies voor meer fruit en minder snoep”.
    • De verantwoordelijkheid van je eigen successen en prestaties buiten jezelf leggen: Als iets goed ging, was dat omdat iemand anders je zo goed had geholpen, niet omdat jij goed je best deed. Bijvoorbeeld: “Het was makkelijk om gezond te eten op dat feestje, omdat mijn zus speciaal voor gezonde hapjes had gezorgd”.
    • Jezelf vergelijken met anderen, bij voorkeur met mensen die het “beter” lijken te hebben/doen dan jij. Bijvoorbeeld: “Hij heeft meer wilskracht” of “Zij kan wel alles eten”.

    Vastzitten in oud gedrag

    Al deze denkfouten zorgen ervoor dat je vast blijft zitten in je oude gedrag of daar al heel snel weer in terugvalt. Op die manier is afvallen inderdaad heel lastig en is ook op gewicht blijven bijna onmogelijk. Je geeft jezelf indirect en onbewust steeds toestemming om toch teveel of te ongezond te eten. Wees eens eerlijk; welke denkfouten herken je bij jezelf? En zie je dan nu ook hoe moeilijk je het jezelf maakt?

    Dat kan anders!

    Herken je een denkfout bij jezelf, schrijf deze dan eens op en formuleer er ook een redelijke gedachte voor in de plaats. Zei je bijvoorbeeld tegen jezelf “Ik heb vanmiddag een gebakje gegeten, dus nu is mijn dag mislukt” dan zou een redelijke gedachten kunnen zijn “Ik heb vandaag een gebakje gegeten en hij was heerlijk. De rest van de dag doe ik weer even rustig aan”. Was je gedachte “Ik weet gewoon dat ze het stom vindt als ik nee zeg tegen een taartje”, dan kun je deze vervangen door tegen jezelf te zeggen “Ik weet niet wat ze ervan zal vinden als ik het taartje afsla, maar het is mijn keuze en ik wil vandaag geen taart”.

    Oefenen is cruciaal

    Het zal niet vanzelf gaan en net als bij het leren van een vreemde taal, kost het tijd, energie en vergt het oefening. Je kunt niet van het ene op het andere moment vloeiend Italiaans spreken, zonder dat te oefenen. Dus om op een andere manier met je gedachten om te leren gaan, zul je ook moeten oefenen. Schrijf vooral veel op. Want als ze in je hoofd blijven zitten, lijken je gedachten zo logisch. Maar zodra je ze zwart op wit voor je op papier hebt staan, zie je vaak pas hoe onlogisch ze eigenlijk zijn… Succes!

    Diana van Dijken is Voedingspsycholoog en Acceptatie en Commitment Therapeut en is gespecialiseerd in het begeleiden van vrouwen met gewichtsproblemen en eetproblematiek.