Wees lui, en snel een beetje!

    749

    ‘José heeft het werk niet uitgevonden’, zei mijn moeder vroeger vaak tegen iedereen die het maar horen wilde. Jeugdtrauma? Allerminst. Het klopte, want het werk dat zíj had uitgevonden, meed ik als de pest. Die enorme moestuin van haar schreeuwde in de zomermaanden om handen aan het groentebed. Aardbeien, peultjes, bessen en bonen moesten worden geplukt, gerooid, gesnoeid en bewaterd.

    Als groente op je bord ligt, is dat natuurlijk een romantisch bewijs van die prachtige natuur. Maar als je weet hoeveel uur zwoegen daaraan vooraf gaat, verdampt die romantiek snel. Elke dag weer ben ik dankbaar voor de uitstekende land- en tuinbouwsector in ons land. Hemeltje, wat een werk zij uit ons handen nemen. Respect! Dank!

    Dát werk had ik dus niet uitgevonden, zeker niet. Kleine beestjes in de tuin zoemden en jeukten om mijn hoofd. Zweet prikte op mijn rug. Nee, augustus was een prima maand om binnen te zitten. Gordijnen dicht, het huis donker en koel. Zonder warmte en gekriebel. Buiten hoogzomer, ik binnen een Duckie lezend met alle barbies netjes aangekleed op een rij.

    Zij: moe en dorstig.
    Ik: ontspannen en geen zweet

    ‘Hoe lui jij bent!’, werd me dan om een uur of vijf zonder slag of stoot meegedeeld. Want passief agressief communiceren deden we in de jaren zeventig niet. Nee, het werd actief agressief tegen je aan geslingerd. Ook niet erg trouwens, wist je direct waar je aan toe was.
    Als ik naar mijn moeder keek, vond ik trouwens dat mijn luiheid loonde. Zij: moe, bezweet en dorstig. Ik: ontspannen, geen zonnebrand en geen zweet. Wie trok hier nu aan het langste eind?

    Maar nu komt de grap: als we een uur later gingen eten, kreeg mijn moeder de wind van voren. “Jij bent zó lui”, zei mijn vader. “Nooit eten we hier eens normaal op tijd.” Door al dat gezwoeg in die tuin, aten we vaak laat. Het was een maaltijd die onder enorme druk geproduceerd was en zonder toeters en bellen. “En altijd, áltijd die luie-huisvrouwenpudding!”, waarmee mijn vader doelde op vanillevla uit een pak in plaats van een met zorg gekookte griesmeelpudding of een ander tijdrovend toetje.

    “Anders kook jij toch”, beet ik mijn vader toe. Hondsbrutaal, klopt. Maar actief agressief communiceren was in de jaren zeventig niet voorbehouden aan ouders alleen. Wij als kinderen mochten ook van leer trekken. En zo bekvechtten we ons door de maaltijd heen, daarna door de afwas en daarna bonen doppend aan tafel. Als ik hem niet smeerde, want weet je hoe moe je wordt van niets doen? “Gaap … ik ga naar bed.” Met in mijn zak een interessante levensles; Lazy is in the eye of the beholder!

    ‘Ik ben niet lui, maar gewoon extreem gemotiveerd om helemaal niets te doen’, las ik ergens. En zo is het. Redacteur Riko schreef het artikel ‘Zo is elk huis in een halfuur schoon’ op gezondnu.nl. Binnen één dag was het duizenden keren gelezen. Wij willen lui. Dus aan de slag mensen! Wees lui. En snel een beetje, anders heb ik nog wel een tuinklusje liggen!

    José Leeuwenkamp
    Hoofdredacteur gezondNU

    Delen