Ziek, maar wel opgevouwen was

0

Vijf jaar geleden werd ik na een korte kwakkelperiode door een specialist officieel ziek verklaard. In een maand tijd zat ik net zo veel in het ziekenhuis als in de 35 jaar daarvoor. Verschillende onderzoeken resulteerden in een keukenkastje vol medicijnen. Ik leefde niet alleen elke dag met pijn, ook met het misselijke gevoel door de medicijnen.  

Slapen lukte niet meer. Inslapen was een ramp, maar doorslapen was een nog ergere ramp. Hoeveel kan een mens piekeren? In hoeveel kringetjes kun je ’s nachts ronddwalen? Hoeveel dezelfde vragen kun je jezelf elke minuut opnieuw stellen? Ik weet: heel veel.

Gelukkig kun je altijd ’s nachts uit je bed gaan om de was op te vouwen. Of de vaatwasser uit te ruimen. En dat deed ik braaf. Ik was ziek en doodop, maar had wel stapeltjes keurig gevouwen kleren en een schone vaatwasser! Belangrijke meevallers in lange, doorwaakte nachten.

Nu komt het gekke: in die periode, toen ik ‘down and out’ was, zei iedereen, echt iedereen: “José, wat zie jíj er goed uit!” De reden: ik was door pijn, stress en nachtelijk ijsberen als een dolle afgevallen. En slank (mager zelfs) is zó begeerlijk dat een afgeslankte versie van jezelf automatisch als beter wordt bestempeld.

Gebke Verhoeven (redacteur van gezondNU) legt uit hoe het zit: Wat we als mooi ervaren, staat gelijk aan goed. Dat levert ons een schizofrene verhouding op met ons eigen lichaam. Mager vinden we goed. En ondanks dat de helft van alle mensen te dik is, vinden we ons eigen dikke lichaam (of dat van onze vrienden) lui, dom en slap.

Het is onzin. Als het op je lichaam aankomt, is er volgens mij maar één graadmeter: heb je genoeg energie om dansend door het leven te gaan? Als dat niet het geval is, moet je op zoek naar balans. In de plus, of in de min. Inmiddels heb ik (vijf kilo zwaarder) die energie weer. Ik slaap weer, mijn keukenkastje met medicijnen is (bijna) leeg en mijn wasmand is weer een chaos. Niemand geeft me nog een compliment. Maar ik voél me goed!

José Leeuwenkamp, hoofdredacteur gezondNU, eerder verschenen in gezondNU 8, 2012.