Zielig voor de melkkoe

    964

    Zuivel wordt vooral gepromoot vanwege de hoeveelheid calcium die erin zit. Het idee was dat als we flink zuivel zouden innemen er ook minder osteoporose (botontkalking) zou ontstaan. Alleen bij een meta-analyse van onderzoeken bij in totaal ruim tweehonderdvijftigduizend mensen zien we dat calciuminname niet leidt tot een verminderde kans op heupfracturen, maar mogelijk zelfs tot een iets verhoogd risico. Je krijgt dus geen sterkere botten van extra calcium.

    Heeft zuivel dan andere gezondheidseffecten? Melk beschermt mogelijk een beetje tegen darmkanker, maar geeft misschien wel een verhoogde kans op prostaatkanker en eierstokkanker. Bij proefdieren zien we door melkinname een toename van borstkanker, maar bij studies bij mensen lijkt zuivelinname de kans op borstkanker juist iets te verlagen.

    Het merendeel van onze melk komt van zwangere koeien.
    Deze melk bevat zwangerschapshormonen

    Melk en kanker, het roept veel vragen op. Dit voorjaar hoorde ik op het congres Integrative Oncology een uur durende lezing van de Portugese onderzoeker Pedro Carrera Bastos. Hij vertelde me in de pauze erna dat zijn lezing een korte samenvatting was van een maar liefst zeven uur durend betoog over de minder gunstige effecten van zuivel. Hij had graag nog willen vertellen over POP’s (persistent organic pollutants) in melk, mycotoxinen en dioxine. Hieronder herhaal ik een deel van zijn betoog waar ik van onder de indruk was.

    Zo’n acht- tot tienduizend jaar geleden begon de mens vee te houden en ook melk te drinken. Nomaden die koeien hebben, melken de koe geregeld, ook als de koe zwanger is, maar niet meer na drie maanden zwangerschap. De koe krijgt daar bijna zes maanden per jaar rust.

    Hoe anders is het hier in het Westen. Drie dagen nadat de koe een kalf heeft gekregen wordt ze twee keer per dag gemolken en produceert ze vervolgens tien maanden melk. Omdat ze na tien maanden niet meer zo’n goede melkproductie heeft, wordt de koe drie maanden na haar bevalling alweer zwanger gemaakt en zo’n zwangerschap duurt ongeveer negen maanden. Dat betekent dat de koe gemiddeld genomen drie maanden per jaar niet zwanger is en alleen in de laatste twee maanden van de zwangerschap niet wordt gemolken. Dat heet dan een droge koe.

    Tegenwoordig produceert een goede koe zo’n 7800 liter per jaar, dat is 25 liter per dag en drie keer meer dan honderd jaar geleden. Een koe kan zo’n twintig jaar oud worden, maar wordt meestal na vijf jaar geslacht, omdat de melkproductie afneemt. Ik vind dat zielig voor de melkkoe.

    Het merendeel van onze melk komt dus van zwangere koeien. Deze melk bevat zwangerschapshormonen. Dat staat (nog) niet op de verpakking. Het betekent dat er werkzame hoeveelheden oestrogenen en groeihormonen in melk zitten.  Jongens en mannen die melk drinken plassen aantoonbaar meer oestrogeen uit en hun testosterongehalte daalt.

    De groeihormonen (IgF-1 en betacelluline) bevorderen de groei van cellen. Melk verhoogt de bloedsuiker en vooral de insulinerespons. Kankercellen hebben dit nodig voor de groei. Bij kinderen die melk drinken wordt een twintig tot dertig procent hoger gehalte aan groeihormoon gevonden. Nederlanders zijn niet voor niets zo lang. Maar zou het hoge aantal gevallen hormoongevoelige kankers in Nederland de prijs zijn die we hiervoor betalen?

    Er is geen volwassen zoogdier dat nog aan de uiers van een ander hangt. Alle geweldige marketing ten spijt, we hebben geen zuivel nodig. Wil je toch iets van zuivel, dan lijkt yoghurt het beste: het bevat gunstige bacteriën en iets minder groeihormonen. Met mate jonge kaas eten lijkt ook niet zo ongezond. Maar wil je wel dat je nog gaat groeien of dat je kankercellen stimuleert in hun groei?