Bypassoperatie beter bij complexe patiënten

26
Patiënten die ernstige afwijkingen hebben aan hun kransslagaders kunnen beter geopereerd dan gedotterd worden. Na een bypassoperatie is hun kans om te overlijden twintig procent kleiner dan na dotteren, bleek uit onderzoek van onder andere het Erasmus MC.
 

Per jaar ondergaan 38.000 mensen een dotterbehandeling. De vernauwing in de kransslagaders wordt daarbij opgeheven door een ballonnetje in de aderen op te blazen en de aderen eventueel te stutten met een stent. Er wordt dan alleen een prikgaatje gemaakt in bijvoorbeeld de liep, omdat het ballonnetje met een katheter wordt ingevoerd. Een bypassoperatie is veel ingrijpender, omdat de borstkas moet worden geopend. Daarom wordt het minder veel minder vaak per jaar, 4500 keer, gedaan. Toch blijkt een bypassoperatie de beste optie voor patiënten die met spoed behandeld moeten worden, maar ernstige verstoppingen hebben of vernauwingen op meerdere plekken, vooral in combinatie met diabetes.

Uit onderzoek bleek dat patiënten die geopereerd waren een twintig procent kleinere kans hebben om te overlijden dan patiënten die een dotterbehandeling kregen. Van de patiënten die geopereerd waren, overleed 9,2 procent binnen vijf jaar. Bij de mensen die gedotterd waren, was dat 11,2 procent. Als de verstoppingen en vernauwingen minder ernstig of complex zijn en op relatief gemakkelijk bereikbare plekken zitten, kan dotteren wel een goede optie zijn. De keuze voor de behandeling verschilt dus per patiënt en hoe complex de aandoening is.