Nederlandse kinderen zitten veel

18
Iets meer dan de helft van de kinderen, 55 procent, bewoog afgelopen jaar voldoende volgens de normen die de Gezondheidsraad heeft opgesteld. Dat wijzen cijfers van het CBS uit.
 

Dat houdt in dat 45 procent minder dan één uur per dag aan matig intensieve inspanning doet. Voorbeelden van matig intensieve inspanning zijn fietsen, wandelen en zwemmen. Volgens de Beweegrichtlijnen moeten kinderen ook drie keer per week spier- en botversterkende activiteiten als springen, dansen en krachttrainingsoefeningen ondernemen. Vrijwel alle kinderen halen deze norm wel.
Verder blijkt uit het onderzoek dat 65 procent van de kinderen wekelijks sport. Oudere kinderen bewegen iets vaker dan jongere: 79 procent van de acht- tot twaalfjarigen sport elke week, in tegenstelling tot 52 procent van de vier- tot achtjarigen. Van deze groepen is 73 procent lid van een sportvereniging en 13 procent heeft een abonnement bij een sportaanbieder.