<-- NIET ACTIEF -->

Zon? Smeren! Dat weten we en doen we (meestal) braaf. Maar wat weet je eigenlijk over zonnebrandcrème? Waarom zorgt een crème er voor dat je niet verbrandt? Moet je je tegen UVB-straling beschermen? Of ook tegen UVA? En: moet je ook smeren als de zon niet schijnt?

1. Werkt elke zonnebrandcrème hetzelfde?

Nee, dat ligt aan de ingrediënten. Een belangrijk ingrediënt in zonnebrandcrèmes zijn de zonnefilters. Die kun je verdelen in twee groepen: chemische en minerale filters. In veel anti-zonnebrandmiddelen zitten chemische filters, zoals zink- en titaniumoxide. Deze stoffen werken als miljoenen spiegeltjes en kaatsen het zonlicht terug, zo valt er niet veel zon op de huid. Een zonnebrandcrème kan ook bestaan uit een minerale filter als benzofenonen; deze absorberen de UV-stralen. De straling van de zon dringt niet tot in de huid en zal niet verbranden.

2. Wat is het verschil tussen UVA en UVB?

De zon bestaat uit drie soorten licht: infrarood licht, zichtbaar licht en ultraviolet licht. De ultraviolette straling van de zon, de UV-straling, heeft invloed op de huid.

Zonlicht bestaat voor meer dan 95 procent uit UVA. Dit licht zorgt voor een snelle bruine kleur omdat je huidpigment verandert. UVA-straling dringt diep in de huid door maar je verbrandt er niet door. Toch kan deze vorm van UV-straling wél huidschade, huidveroudering en huidkanker veroorzaken. Daarom moet je ook je huid insmeren als je niet verbrandt.

UVB zorgt ervoor dat de opperhuid dikker wordt. Hierdoor wordt de huid beschermd tegen teveel zonlicht. Teveel UVB-straling zorgt ervoor dat je verbrandt. Het aantal keer dat je verbrandt, vergroot het risico op huidkanker.

3. Wat zegt de factor op een zonnebrandcrème?

De beschermingsfactor tegen UV-stralen wordt berekend aan de hand van tests bij vrijwilligers. Hierbij wordt gemeten hoe lang het duurt voordat een niet-ingesmeerde gemiddelde huid verkleurt door blootstelling aan de zon. Vervolgens wordt deze waarde vergeleken met de huid die wel is ingesmeerd met het te testen zonnebrandproduct. Als het met het geteste middel vijf keer langer duurt voordat verkleuring optreedt, wordt dat een factor vijf genoemd. Bij een beschermingsfactor tien kan je dus tien keer langer in de zon zitten mét zonnebrand dan zonder smeersel. Hoewel de smeeradviezen verschillen, lijkt het erop dat je met SPF 30 in ieder geval goed zit.

4. Hoe vaak moet je smeren?

Gelukkig wordt de kwaliteit van zonnebrand alleen maar beter, maar regelmatig insmeren blijft belangrijk. Herhaal je smeerritueel iedere twee uur en smeer je minstens een halfuur voordat je de zon ingaat in. En: ook in de schaduw of bij bewolking kun je verbranden!

5. Waar moet je op letten bij een zonnebrandcrème?

Let er op dat een antizonnebrandcrème zowel UVA- als UVB- filters bevat. Als er op de verpakking een UVA-logo met een rondje erom heen staat, betekent dat dat het merk zich qua UVA-bescherming houdt aan de Europese wetgeving.

6. Maakt het nog uit wat voor pigment je hebt?

Onze huid is intelligent en heeft een afweermechanisme: het maakt melanine aan en beschermt de huidcellen tegen uv-straling. Het bijeffect is dat onze huid donkerder wordt. Mensen met een hoger huidtype worden sneller bruin; deze mensen kunnen meer zonlicht hebben dan mensen met een lichte huid. Een bruine huid is dus niet meteen ongezond. Wel kun je met een bruine huid alsnog verbranden en vergroot je de kans op huidveroudering. Een witte huid heeft veel minder pigment dan een donkere huid en is dus kwetsbaarder.

7. Moet je alleen smeren als de zon schijnt?

Nee, ook een op bewolkte dag is er veel UV-straling in de lucht. Van de zon genieten mag, want zonlicht is hartstikke gezond. Zo zorgt UV-straling ervoor dat het lichaam vitamine D aanmaakt maakt, wat onder andere nodig is voor onze botten. Ook geeft het je humeur een boost en kan het huidziekten als eczeem verminderen. Het is belangrijk dat je je lichaam niet te lang blootstelt aan zonlicht: langzaam bruinen is veiliger.

Foto door Christian Lambert op Unsplash

Lees meer over dit onderwerp