“Dertig jaar lang werkte ik als huisarts en zag ook veel mensen met een iets verhoogde bloedsuiker”, zegt Metta Hofstra. “Ik vond het wel eens een lastig dilemma. Ik wilde mensen niet onnodig bang maken met ‘naderende diabetes’. Wanneer is het prediabetes en wanneer (nog) niet?”

“Zeker bij waarden van net 6.2 of 6.3 mmol/l vond ik het wel eens lastig. Een internist vertelde mij: ‘Als mensen nuchter moeten komen om bloed te prikken, zijn ze vaak toch wat gespannen. En spanning kan de bloedsuiker iets verhogen.’ Als arts moet je goed naar de totale mens kijken. Heeft iemand overgewicht, beweegt hij weinig en leeft hij ongezond? Dan is het zeer goed mogelijk dat de verhoogde bloedsuiker echt prediabetes is en iemand hard op weg is om diabetes te ontwikkelen. Maar bij mensen die niet te zwaar zijn, sporten en gezond leven is het risico niet groot. Die wil ik niet onnodig bang maken bij een nuchtere bloedsuiker van 6.2 mmol/l. Wél is het zinvol bij hen na bijvoorbeeld een jaar nog eens een nuchtere bloedsuiker te bepalen, om te kijken of er toch geen stijging plaatsvindt.”

Verhoogd risico

En wat doen we dan met de grote groep mensen die wel risico lopen? “Mensen met een verhoogd risico zouden we eigenlijk elke drie jaar moeten prikken om te zien hoe hun bloedsuiker zich ontwikkelt. Zo kunnen we op tijd ingrijpen en de juiste medicatie geven. Een vingerprik is zo gedaan en kost ongeveer een euro; ontwikkelt iemand diabetes en krijgt hij of zij complicaties, dan is dat heel vervelend voor de persoon zelf en dit kost de gezondheidszorg veel geld. Denk je zelf dat je een verhoogd risico hebt, wacht dan niet, maar laat voor de zekerheid je bloedsuiker prikken. En, probeer iets af te vallen; een paar kilo maakt al verschil. Daardoor wordt je lichaam weer gevoeliger voor insuline.”

Tekst: Nathalie Ekelmans