Ruim vier op de tien mensen met diabetes type 1 zijn chronisch moe. Toch is deze complicatie veel minder bekend dan bijvoorbeeld aandoeningen aan zenuwen en ogen. In een nieuwe en unieke therapie, Dia-Fit, gaan Nijmeegse onderzoekers de strijd aan met deze vermoeidheid. Recent startten de eerste deelnemers met Dia-Fit.

 
Van de totale Nederlandse bevolking is 5 procent chronisch moe. Van de mensen met diabetes type 1 geeft 40 procent aan chronisch moe te zijn, dat wil zeggen: meer dan zes maanden lang ernstig vermoeid. De mate van vermoeidheid is wetenschappelijk vastgesteld met een daarvoor ontwikkelde scorelijst, de ‘Checklist Individual Strength’ (CIS). 

Het NKCV (Nijmeegs Kenniscentrum voor Chronische Vermoeidheid) heeft samen met de diabetespoli van het Radboudumc de unieke therapie ontwikkeld. Uniek omdat nog niet eerder een behandeling op maat is gemaakt om deze vermoeidheid aan te pakken. Want dat is het uiteindelijke doel: de chronische vermoeidheid doorbreken. 

Onderzoeker Juliane Menting: ‘Er zijn deelnemers die heel veel tijd doorbrengen in bed of op de bank, sommigen hebben hun werk moeten opgeven. Zij zouden graag dingen willen ondernemen, maar dat gaat gewoonweg niet. Anderen houden het vol om fulltime te werken, maar daarna zijn ze volledig uitgeput waardoor ze in een sociaal isolement terechtkomen en niet meer aan hobby’s toekomen.’

Oorzaak moeheid

Vreemd genoeg is er geen duidelijke relatie tussen schommelende bloedglucosewaarden en chronische vermoeidheid, zoals vaak wordt gedacht. Ook bij goed gereguleerde mensen kan de vermoeidheid blijven bestaan. Klinisch psycholoog dr. Hans Knoop: “De grootste ‘voorspellers’ van chronische vermoeidheid zijn leeftijd (hoe jonger, hoe vaker moe), depressie, pijn, slaapproblemen, zich machteloos voelen om iets aan de vermoeidheid te doen en minder bewegen. Maar wat de vermoeidheid veroorzaakt weten we nog niet.”

Wel hebben de onderzoekers zicht gekregen op hoe zij de vermoeidheid kunnen aanpakken. Het kan zijn dat mensen door hun vermoeidheid minder zijn gaan bewegen en zich daardoor nog minder fit voelen. Of dat gevoelens van machteloosheid over de vermoeidheid een rol spelen – de zogenoemde catastroferende gedachten -, of een onregelmatig slaappatroon de vermoeidheid in stand houdt. 

Knoop: “Al deze zaken kun je aanpakken waardoor je minder moe wordt. In verschillende modules van Dia-Fit gaan we aan de slag met deze gevoelens en gedachten, en met praktische oefeningen. Dit doen we via een internetcursus gecombineerd met gesprekken met een therapeut (5 tot 8 gesprekken). We streven naar een behandeling op maat waar de deelnemers optimaal profijt van hebben.”

Verborgen diabetescomplicatie

Dia-Fit is een behandeling die valt onder de cognitieve gedragstherapie; deze therapie legt de nadruk op het veranderen van doen en denken. De onderzoekers richten zich sec op de vermoeidheid. 

Menting: “Dia-Fit is een intensieve behandeling, van vijf maanden lang. Maar, de wil is er en de deelnemers krijgen er veel voor terug. We zien nu al dat mensen zich beter gaan voelen, soms al na enkele sessies. Ik hoop dat er meer aandacht komt voor deze verborgen diabetescomplicatie. Als ons onderzoek aantoont dat deze therapie werkt hopen we dat die breder wordt ingezet om de chronische vermoeidheid van diabetespatiënten te doorbreken.”

Oproep

Het NKCV zoekt meer deelnemers met diabetes type 1 die ernstig moe zijn. Je kunt je aanmelden voor de behandeling in het kader van onderzoek als je:

  • aanhoudend moe bent;
  • last hebt van de vermoeidheid (belemmert in wat je wilt doen);
  • tussen 18 en 70 jaar oud bent;
  • minstens 1 jaar diabetes type 1 hebt. 

Je kunt contact opnemen met de onderzoekster Juliane Menting, juliane.menting@radboudumc.nl, 024-3610046.

Behandeling 

De deelnemers gaan aan de slag met de volgende modules. Bij de intake wordt afgestemd welke modules zinvol zijn voor die specifieke deelnemer. De behandeling duurt maximaal vijf maanden.

  • Module 1: doelen bepalen.
  • Module 2: regelmatig slaap/waak-ritme opbouwen.
  • Module 3: helpend leren denken in relatie tot moeheid.
  • Module 4: activiteiten opbouwen. Hierbij zijn twee groepen te onderscheiden: de ‘laag actieve mensen’ gaan hun dagelijkse beweging (fietsen, wandelen) opbouwen. De ‘relatief actieve mensen’, degenen die bij vlagen heel veel doen en op andere momenten volledig uitgeput zijn, leren hun activiteiten gelijkmatiger te verdelen en gaan daarna pas opbouwen.
  • Module 5: omgaan met pijnklachten; mensen met meer pijn zijn ook vaker moe.
  • Module 6: sociale omgeving; omgaan met reacties van de omgeving.
  • Module 7: omgaan met diabetes.
  • Module 8: doelen realiseren.