Dat vezels de sleutel zijn voor een gezonde spijsvertering, is geen nieuws. En we weten ook dat ze zorgen voor een verzadigd gevoel. Maar de link tussen vezels en een gezond cholesterol is minder bekend. Wat doen vezels voor je cholesterol? Wij geven je nog een reden om méér vezels te eten.

De vettige stof die als bouwstof werkt voor het lichaam, noemen we cholesterol. Belangrijk voor de aanmaak van hormonen, galzuren, vitamine D en het functioneren van de spijsvertering. Toch heeft cholesterol een slechte naam – hoe zit dat? Een té hoog cholesterolgehalte is een risicofactor voor hart- en vaatziekten. Het goede nieuws: met voeding kun je cholesterol beïnvloeden. En denk dan eens niet aan vet, maar aan vezel.

Vezels voor je cholesterol

Er zijn twee soorten vezels; vezels die afgebroken worden in de dikke darm (fermenteerbare voedingsvezels) en die niet worden afgebroken (niet-fermenteerbare voedingsvezels). De eerste groep (de vezels die niet door het lichaam worden afgebroken), hebben een gunstig effect op het cholesterol. Ze absorberen namelijk cholesterol uit voeding en voeren dit af via de stoelgang. Hierdoor daalt het cholesterolgehalte. Je vindt deze vezels vooral in volkorenproducten, de schillen van fruit en celwanden van groente.

6 voedingsmiddelen vol vezels

Wil je veel vezels binnenkrijgen? Eet dan deze vezelbommen:

– Bruine of witte bonen, gekookt (60 gram, 6,8 gram vezels)
– Vijgen, gedroogd ( 3 stuks, 5,9 gram vezels)
– Kikkererwten, geroosterd (20 gram, 2,7 gram vezels)
– Kapucijners, gekookt ( 55 gram, 4,4 gram vezels)
– Volkoren boterham (50 gram, 3,8 gram vezels)
– Volkoren pasta, gekookt (50 gram, 2,1 gram vezels)

Tip: Vezels zijn een soort sponsjes; ze zuigen water op. Vergeet daarom niet voldoende te drinken als meer vezels toevoegt aan je menu.

Zoveel vezels heb je nodig

Hoewel we als Nederlanders graag boterhammen eten, heeft bijna iedereen een tekort aan vezels. We eten gemiddeld 2 gram vezels per dag, terwijl 30 tot 40 gram wordt aanbevolen. We maken vaak verkeerde keuzes in ons voedingspatroon. We kiezen bijvoorbeeld voor geraffineerde graanproducten zoals witte pasta en witbrood en onvoldoende voor volkorenpasta en -brood. Ook eten we te weinig groenten en fruit. Juist in die voedingsmiddelen zitten veel vezels.