Het geeft geen klachten, maar is wél een risicofactor voor hart- en vaatziekten. Weet jij wat het is? Een te hoog cholesterolgehalte! Maar hoe weet je nu wanneer dit te hoog is? En wat kun je zelf doen om dit te voorkomen? Want nee, dit komt echt niet alleen voor bij mensen met overgewicht.

De meesten onder ons hebben negatieve associaties met cholesterol; daar moet je vanaf! Gek genoeg kan dat helemaal niet, onze lever maakt deze vetachtige stof zelfs aan. Daarnaast haalt je lichaam het uit voeding, zoals vlees of vis. We hebben cholesterol nodig, want het bouwt en herstelt onze cellen.

Cholesterol in het kort

Cholesterol bestaat grofweg uit een ‘goed’ en ‘slecht’ gedeelte. High density lipoproteïne (HDL) is hierbij het goede gedeelte, low density lipoproteïne (LDL) het slechte. Terwijl HDL-cholesterol beschermt tegen hart- en vaatziekten, veroorzaakt LDL-cholesterol juist deze ziekten. LDL nestelt in wanden van slagaders. Hierdoor vernauwen slagaders, ook wel slagaderverkalking genoemd. Een te hoog cholesterolgehalte betekent eigenlijk dat er meer ‘slecht’ LDL-cholesterol dan ‘goed’ HDL-cholesterol in je lichaam aanwezig is. In 2010 had 23 procent van de Nederlandse bevolking in de leeftijdscategorie van 30 tot 70 jaar hier last van.

Hoe weet je nu of dit ook zo is in jouw lichaam? “Gewoon laten meten”, geeft Hans van Laarhoven aan, teammanager collectieve belangenbehartiging van De Hart & Vaatgroep. Hij raadt aan om dit bij de huisarts te doen, zodat je een betrouwbare uitslag krijgt. Je cholesterolgehalte meet je door een bloedonderzoek. Wanneer het hoger is dan 5 millimol per liter spreek je van een licht verhoogd gehalte. Vanaf 6,5 spreek je van een verhoogd gehalte en vanaf 8 mmol/l is je cholesterolgehalte sterk verhoogd. Meerdere metingen zijn nodig om het met zekerheid vast te stellen, omdat je cholesterol van nature ook schommelt.

Risicofactoren

Moeten we nu allemaal massaal naar de huisarts om ons cholesterol te laten meten? Niet per se, maar het is wel goed om eens na te denken over je cholesterol, stelt Van Laarhoven. “Bij een te hoog cholesterol denk je aan dikke, rokende, gestreste mensen. Dat beeld is te beperkt en moeten we loslaten.” Goed, dus wat zijn nu alle risicofactoren voor een te hoog cholesterolgehalte?

Vrouw in de overgang
“Vrouwen zijn door het hormoon oestrogeen langer beschermd tegen hart- en vaatziekten. Maar door de overgang wordt dit in veel kleinere hoeveelheden geproduceerd, hierdoor vervalt dus ook de hormonale bescherming. Hierdoor kan je cholesterolgehalte ook stijgen.”

Teveel verkeerde vetten
Net zoals bij cholesterol hebben we negatieve associaties met vet. Verzadigde vetten zorgen ook inderdaad voor meer LDL-cholesterol. Zo kan het dus komen dat je met een gezond gewicht alsnog een te hoog cholesterolgehalte hebt. Onverzadigde vetten kunnen juist ten goede komen van je cholesterol. Dus: minder vet vlees, koek of gebakjes en méér vis, noten en plantaardige oliën. De uitzondering op onverzadigde vetten is transvet. Dit zit in harde margarines en andere bak- en braadvetten. Van Laarhoven adviseert: “Eet matig en gevarieerd. Ga niet streng diëten, maar zorg voor een houdbare, gezonde leefstijl.”

Familiekwestie
Familiaire Hypercholesterolemie (FH) is een aandoening waardoor je erfelijk hoog cholesterol hebt. Hierbij werkt de lever niet goed, waardoor je dus ondanks een gezonde leefstijl toch een te hoog cholesterol hebt. “Vaak weten mensen helemaal niet dat ze hiermee belast zijn”, legt Van Laarhoven uit. “Wanneer je dit hebt, heb je bij elk kind dat je krijgt 50 procent kans dat je het doorgeeft.” Tijd om eens goed te kijken naar je familieleden. “Bij FH kunnen familieleden hart- en vaatziekten krijgen op jonge leeftijd, dus ongeveer 55 jaar. Vaak krijgt een familielid al vroegtijdig hartproblemen, rond hun 30ste. Dan moet er zeker gedacht worden aan Familiaire Hypercholesterolemie.” In Nederland heeft 1 op de 250 mensen erfelijk hoog cholesterol.

Sigaretje opsteken?
Van Laarhoven is hier heel stellig over: “Dat moet je gewoon écht niet doen.” Roken is de allergrootste risicofactor voor hart- en vaatziekten. Het verlaagt bijvoorbeeld het HDL-gehalte van je cholesterol, juist het gedeelte wat wél hoog moet zijn.

Andere ziekten
Een verhoogd cholesterolgehalte kan ook komen door diabetes of een traag werkende schildklier. In deze gevallen is het dus ook raadzaam om je cholesterol te laten meten.

Te hoog cholesterol, en nu?

Wanneer je cholesterolgehalte een beetje te hoog is, kun je dit omlaag brengen door je leefstijl aan te passen. Van Laarhoven: “Eet matig en gevarieerd, lekker veel bewegen en natuurlijk niet roken.” Daarnaast zijn er ook cholesterverlagende voedingsmiddelen, deze bevatten kleine hoeveelheden plantensterolen. Voorbeelden hiervan zijn olijfolie, amandelen en haverzemelen. Ook vind je de geconcentreerde stof in cholesterolverlagende boter. En wat als het gehalte echt heel hoog is? “Dan kom je er niet met alleen je leefstijl aanpassen en het eten van natuurlijke cholesterolverlagers. In zo’n geval heb je ook medicijnen nodig.”