Kinkhoest is terug. De eens zo gevreesde kinderziekte komt de laatste jaren ook bij tieners en volwassenen voor. Ondanks alle vaccinaties lijkt de ziekte niet uit te bannen. De vaccinaties beschermen namelijk niet levenslang. De bacterie die kinkhoest veroorzaakt (Bordetella pertussis) blijkt in de loop der jaren veranderd. Vaccineren is en blijft belangrijk om te voorkomen dat er epidemieën van kinkhoest ontstaan. Voor (niet of onvolledig gevaccineerde) baby’s kan kinkhoest nog altijd een levensbedreigende ziekte zijn.

De symptomen van kinkhoest

Kinkhoest wordt overgebracht door druppeltjesinfectie (aanhoesten). De symptomen zijn in het begin niet erg verontrustend: hangerigheid, lusteloosheid en hoesten. De eerst droge hoest kan overgaan in hoestbuien met een gierende ademhaling – het ‘kinken’, wat de naam van de ziekte verklaart. De hoestbuien kunnen hevig zijn en kort op elkaar volgen. Ze kunnen gepaard gaan met het opgeven van taai slijm. In ernstige gevallen krijgt de patiënt het benauwd, loopt blauw aan en moet overgeven door het hoesten. De complicaties kunnen ernstig zijn: zuurstoftekort of een hersenbloeding door het hoesten, blijvende schade aan de longen en zelfs ademstops (vooral bij jonge baby’s).

Besmettelijkheid en incubatietijd

Kinkhoest is besmettelijk tot drie weken vanaf het moment dat het hoesten begonnen is. Binnen een gezin is de besmettingskans bij niet-gevaccineerde personen zeer hoog: 90%. De incubatietijd van kinkhoest is zeven tot tien dagen, soms langer (tot drie weken). Kinkhoest gaat vanzelf over, maar het hoesten kan langdurig zijn. Een kuur met een antibioticum (erytromycine, azitromycine of claritromycine) kan de besmettelijke periode verkorten.

Kinkhoest en epidemieën

Vanaf 1996 waren er ondanks de vaccinaties kleine epidemieën van kinkhoest in Nederland. In 2010 bleek uit een promotieonderzoek van Sabine de Greeff (RIVM) dat het aantal gevallen van kinkhoest bij volwassenen tussen 2000 en 2009 weer was toegenomen. De inenting op vierjarige leeftijd heeft wel geleid tot minder meldingen van kinkhoest bij baby’s en kinderen. Voor kinkhoest bestaat een meldingsplicht. Bij de GGD in Amsterdam waren er alleen al in 2009 346 meldingen.

Het belang van inenten

Kinkhoestvaccinaties zijn al sinds 1957 opgenomen in het Rijksvaccinatieprogramma. Vanaf 2001 kregen kinderen van vier jaar een vaccinatie met het vernieuwde acellulaire kinkhoestvaccin. Sinds 2005 worden baby’s in het eerste levensjaar vier keer gevaccineerd met dit nieuwe vaccin, dat gemaakt is uit onderdelen van onschadelijk gemaakte (dode) bacteriën. De vaccinatie is onderdeel van de DKTP-Hib-(HepB)prik.

Tieners en volwassenen die alle vaccinaties – meestal nog met het oude vaccin – hebben gehad, kunnen nog altijd kinkhoest krijgen. De ziekte verloopt dan wel in een milde vorm. Bij een milde vorm kan langdurig hoesten het enige verschijnsel zijn. De persoon met deze verschijnselen kan echter wel anderen besmetten.

De tijd dat er jaarlijks honderden baby’s overleden aan kinkhoest ligt al een halve eeuw achter ons. Maar nog altijd worden er ieder jaar enkele honderden kinderen met kinkhoest in het ziekenhuis opgenomen. Gemiddeld overlijdt er ieder jaar één baby aan kinkhoest, nog altijd een te veel. Onderzoeker Sabine de Greeff pleit voor aanvullende maatregelen, zoals het inenten van baby’s direct na de geboorte, of het inenten van jonge ouders.