Gerommel in je buik, een opgeblazen gevoel, hevige buikpijnaanvallen of niet naar de wc kunnen. Dat zijn klachten die horen bij het prikkelbare darm syndroom. Waar het precies vandaan komt is onduidelijk. Wat wel bekend is: het FODMAP-dieet kan verlichting bieden.

Wat de oorzaak van PDS is, is niet helemaal duidelijk. Waarschijnlijk gaat het om een tot nu toe ongrijpbare combinatie van factoren. Zoals een verstoorde beweging van de darm, een gevoelige darmwand, het eerder voelen van prikkels in de darmen, stress of verkeerde voeding. Die onduidelijkheid maakt het moeilijk om een concrete behandeling te vinden. Maar vanuit Australië komt positief geluid. Op de Monash Universiteit is een dieet ontwikkeld dat effectief lijkt bij PDS. Het FODMAP-beperkte dieet.

FODMAP

FODMAP staat voor Fermenteerbare Oligosachariden, Disachariden, Monosachariden And Polyolen. Anders gezegd; FODMAPs zijn koolhydraten die slecht of niet opgenomen worden in de dunne darm en in de dikke darm terechtkomen. In de dikke darm fermenteren de bacteriën deze koolhydraten, waar veel gas bij vrijkomt. Het gevolg: een opgeblazen gevoel en winderigheid. De FODMAPs trekken in de darmen veel vocht aan, waardoor je stoelgang kan veranderen. Het beperken van FODMAPs in de voeding kan helpen bij het verminderen van de klachten.

Het dieet

Bij ongeveer driekwart van de mensen met PDS vermindert het FODMAP-dieet de klachten. Maar het dieet is wel een tikkeltje ingewikkeld; het advies is dan ook om het alleen samen met een diëtist te volgen. Als je start met het dieet eet je de eerste zes weken alleen nog producten met heel weinig FODMAPs. Als je klachten verminderen, ga je daarna uitproberen hoe gevoelig je bent voor de verschillende FODMAPs. Je probeert ze één voor één. Op die manier kom je er achter tegen welk eten je wel en niet kan. Dat maakt het dieet uiteindelijk makkelijker om vol te houden en je voeding blijft zo volwaardig mogelijk.

Wat mag ik wel en niet?

In de eerste fase van het dieet moet je veel producten vermijden. Om je een indruk te geven wat je voorlopig even moet laten staan en wat je nog wel mag eten, geven we je een paar voorbeelden.
Wel eten: Speltbrood, havermout, aardappel, zilvervlies rijst, mihoen, courgette, komkommer, paprika, tomaat, aardbei, banaan, lactosevrije melk, harde kaas zoals Goudse en Edammer, eieren, onbewerkt vlees en koffie en thee.
Niet eten: tarwebrood, roggebrood, couscous, meergranenrijst, peulvruchten, avocado, champignons, ui, appel, mango, gewone melk, zachte kaas zoals geitenkaas en roomkaas, bewerkt vlees, kruidenthee en sappen met FODMAP-rijk fruit of groentes.

Etikettenhulp

Je hoeft niet alleen de wel-niet-lijst te gebruiken. Je kan ook veel informatie op het etiket van producten vinden over wat er in zit. Alle ingrediënten worden aangegeven in volgorde van gewicht. Hoe eerder een FODMAP-rijk ingrediënt wordt genoemd, hoe meer FODMAPs er in het product zitten. Omdat de verschillende FODMAPs veel soorten namen hebben, kan deze opsomming je helpen om er achter te komen wat je in de supermarkt moet laten staan en wat je wel op je bord kan leggen.
Oligosachariden: Inuline, oligofructose,
Disachariden: Lactose, botermelk, melkbestanddelen, melkpoeder en wei
Monosachariden: Fructose, fructose siroop, glucose-fructose siroop en fructose mais siroop.
Polyolen: Isomalt, maltitol, mannitol, sorbitol en xylitol.