In Scandinavië weten ze al jaren dat een gebrek aan zonlicht kan leiden tot allerlei lichamelijke en geestelijke klachten. Daglicht is extra belangrijk wanneer er wordt gesjoemeld met de klok. Hoe zit dat? 

Hoe minder zonuren per dag, hoe groter de kans op depressie. Daarnaast hebben we zonlicht nodig voor de vorming van vitamine D. Maar de belangrijkste reden waarom we dat daglicht zo hard nodig hebben, is misschien wel omdat we zónder totaal uit de pas zouden lopen met het 24-uursritme van de aarde. Daglicht zorgt er namelijk voor dat onze biologische klok elke dag netjes wordt ‘gelijkgezet’. Wie ’s ochtends fris en fruitig uit bed wil stappen, doet er dus goed aan om veel buiten te zijn. Zeker wanneer de zomertijd ingaat.

We zijn gevoelig voor daglicht

Hoe gevoelig we zijn voor licht, bewijst een grootschalig Europees enquêteonderzoek. Daaruit blijkt dat Duitsers die in het oosten wonen – waar de zon opkomt – ongeveer een halfuur eerder opstaan en naar bed gaan dan landgenoten die in het westen wonen, terwijl al die mensen naar hetzelfde achtuurjournaal kijken. Het maatschappelijke ritme is dus niet allesbepalend voor onze biologische klok, het portie daglicht wel.

Zo werkt je interne klok

Onze ‘interne Rolex’ zorgt ervoor dat allerlei biologische processen (zoals je lichaamstemperatuur, bloeddruk en stofwisseling) netjes op het moment van de dag zijn afgestemd en kunnen anticiperen op de dingen die gaan komen. Zo worden je bloeddruk en lichaamstemperatuur ’s nachts laag gehouden en worden ze ruim voordat je opstaat weer op peil gebracht.

“We voelen er niks van, maar het ene moment van de dag zitten we heel anders in elkaar dan het andere moment’, weet Andries Kalsbeek, hoogleraar Experimentele Neuro-endocrinologie aan het Academisch Medisch Centrum (AMC) in Amsterdam. “Op bepaalde tijdstippen ben je alerter en beter in staat om je voedsel te verteren, maar ook gevoeliger voor schadelijke stoffen dan op andere momenten.”

Waarom we daglicht nodig hebben

In feite heeft onze interne klok geen licht nodig om te kunnen functioneren; in een donkere bunker behoudt ons lijf een natuurlijk slaap- en waakritme met een omlooptijd van ongeveer 24 uur. Meestal is ons eigen lichamelijke ritme echter ietsjes trager, gemiddeld zo’n twaalf minuten. Dat betekent dat we in die donkere bunker elke dag twaalf minuten later naar bed gaan en twaalf minuten later opstaan. Na twee dagen loop je dan vierentwintig minuten achter, na drie dagen al ruim een half uur. Daglicht zorgt ervoor dat je biologische klok weer gelijk wordt gezet met het 24-uursritme van de aarde. Dat de hersenklok licht kan ‘zien’, komt doordat hij in directe verbinding staat met het netvlies.

Kunstlicht versus daglicht

Gewone binnenverlichting zet weinig zoden aan de dijk. Daglicht heeft een lichtsterkte van meer dan honderdduizend lux bij een volle zomerzon. Op een bewolkte winterdag is dat nog meer dan 10.000 lux. Ter vergelijking: een goed verlicht kantoor levert je hooguit 500 lux op. Thuis kom je niet verder dan 250 lux. Daar gaat dat klokje niet harder van tikken.

Slaapproblemen door gebrek aan daglicht

Lang binnen zitten kan dus bijdragen aan een ontregeling van de biologische klok. Je lichaam geeft steeds later op de avond het signaal dat je moet slapen, maar de volgende ochtend gaat die wekker gewoon om zeven uur. Vooral uitgesproken avondmensen met een negen-tot-vijf baan lopen een groot risico op een chronisch slaaptekort. Hun bioritme is van nature nóg trager, waardoor ze in ieder geval al de neiging hebben later naar bed te gaan. ’s Avonds kunnen ze de slaap niet vatten en ’s ochtends worden ze veel te vroeg door de wekker gewekt. Dat vraagt om problemen.

Al na een paar korte nachten zie je dat mensen slechter functioneren en minder goed problemen kunnen oplossen. Bovendien is het slecht voor de gezondheid. Slecht uitgeruste mensen roken vaker, drinken meer alcohol en uit recent onderzoek blijkt dat ze ook dikker zijn. Daarnaast is wakker worden een heftige verandering voor je lichaam. Daarom begint je biologische klok al een paar uur van tevoren met de voorbereiding. Maar als je midden in dat proces opstaat, is je lichaam er nog niet klaar voor.

4 tips voor meer daglicht

Gelukkig kun je met daglicht je biologische klok ook weer bijsturen. Vijf tips om je klokje bij te stellen zodra de zomertijd ingaat:

  • Hoe meer je overdag buiten komt, hoe vroeger je de volgende dag kunt opstaan. Rond het middaguur is het licht buiten op z’n best, dus ga gezellig wandelen in de pauze.
  • Je biologische klok blijkt vooral gevoelig voor blauw licht, dus doe die tv, computer of tablet uit. En omdat alle kleine beetjes helpen, is het beter om de lampen te dimmen. Als avondmens zul je nooit een ochtendmens worden, maar je zult sneller in slaap vallen en meer uitgerust opstaan.
  • Voor extreme ochtendmensen die graag wat langer willen opblijven ’s avonds geldt het omgekeerde: vermijd fel ochtendlicht en zoek ’s avonds de buitenlucht op.
  • Voor wie elke dag buiten komt en al goed ‘in de pas’ loopt, zijn tien minuten daglicht in principe al voldoende om de klok gelijk te zetten. Maar slaap je slecht, omdat je een paar dagen niet buiten bent geweest en ook nog een avond- of nachtmens bent, kun je tot wel twee à drie uur nodig hebben om je klok gelijk te zetten als de zomertijd is ingegaan.