<-- NIET ACTIEF -->

Een supermarkt om de hoek, genoeg fietspaden en voldoende sociale contacten. Allemaal factoren die bepalen hoe gezond de buurt is waarin je woont. Gezondheidswetenschapper Joreintje Mackenbach ontdekte dat een ongezonde buurt zelfs invloed heeft op het risico op overgewicht. Ben je dus eigenlijk zo slank als waar je woont?

Waarom heb je het verband tussen de omgeving waarin we wonen en overgewicht onderzocht?

Gezondheidswetenschapper Joreintje Mackenbach: “Wereldwijd is overgewicht een probleem, niet alleen in rijkere landen. Individuele genen, zoals hoe snel je schildklier werkt en andere biologische functies spelen hierbij een belangrijk rol. Alleen verklaart dit niet dat er in de afgelopen dertig tot veertig jaar zo’n enorme stijging in overgewicht te zien is. Onze genen zijn niet veranderd, maar de omgeving waarin we wonen wel. Dit moet wel invloed hebben op ons gewicht. De enige literatuur hierover kwam uit Amerika, terwijl er juist grote verschillen zijn tussen Europa en Amerika. Reden genoeg om dat te onderzoeken.”

Wanneer is een buurt een ongezonde buurt?

“Het is moeilijk om dat zo zwart-wit te bepalen. Je kunt wel spreken van ongezonde situaties. Buurten die slecht bereikbaar zijn met het openbaar vervoer en via fietspaden, waar veel ongezond en goedkoop voedsel wordt aangeboden en waar geen mogelijkheden zijn om gezonder te eten, dat is een ongezonde situatie. Je maakt het mensen dan wel heel moeilijk om een gezonde keus te maken. Een buurt zou het mensen juist zo makkelijk mogelijk moeten maken om een gezond gewicht te behouden.”

Is er meer overgewicht in een buurt met een snackbar?

“Dat is best een ingewikkelde vraag. Als er meer fastfoodketens in een buurt zijn, eten mensen ook meer fastfood. Maar de literatuur liet zien dat deze mensen niet per se meer overgewicht hebben. Waarschijnlijk komt dit omdat je fastfoodketens vaak in het centrum van de stad vindt waar alles op loopafstand is. Het zou goed kunnen dat de mensen in deze buurt dus meer lopen. Soms zie je dan niet direct een verband met overgewicht. Het is ook een samenspel tussen economische en fysieke factoren. Hoe ver weg en hoe betaalbaar een supermarkt is, heeft ook invloed op het risico op overgewicht in de buurt.”

Als je Nederland vergelijkt met andere Europese landen. Wat valt dan op?

“In de Randstad zijn relatief gezien minder fastfoodketens dan bijvoorbeeld in Londen. Ook wordt er in Nederland duidelijk meer bewogen, vooral fietsen in de vrije tijd en van en naar werk. We hebben ook gekeken of de relatie tussen buurtkenmerken en overgewicht verschilt per land. Daar vonden we niet veel bewijs voor. Op Europees niveau zouden er in buurten dus maatregelen genomen kunnen worden om overgewicht te voorkomen. Dat is positief.”

Wat zou de overheid volgens jou kunnen doen om overgewicht terug te dringen?

“Ervoor zorgen dat er een goede verhouding is tussen gezonde en ongezonde eetmogelijkheden. Er is veel winst te behalen door, vooral in gebieden met mensen met lagere inkomens, betaalbare supermarkten te plaatsen. Zo zorg je ervoor dat mensen met een kleiner budget ook gezonde keuzes kunnen maken. Daarnaast is het belangrijk dat buurten verbonden zijn met het openbaar vervoer en fietspaden, zodat het makkelijker is om de fiets te nemen in plaats van de auto.”

En waar kun je zelf op letten voordat je verhuist?

“Niet iedereen heeft natuurlijk de middelen om te kiezen waar hij of zij woont. Als je deze middelen wel hebt, is het zinvol om op de sociale cultuur in de buurt te letten. Of je het gevoel hebt dat je er tussen past. Uit het onderzoek bleek dat als er meer sociale cohesie in een buurt is, je elkaar vertrouwt en dezelfde normen en waarden hebt, er minder overgewicht is. Hetzelfde geldt voor sterkere sociale netwerken: als je de buren een beetje kent en om hulp kunt vragen, dan is er ook minder overgewicht. Maar hoewel jij wel kunt besluiten waar je wilt wonen op basis van hoe die buurt er dan uitziet, kan er veel veranderen aan de buurt door allerlei externe krachten. Denk aan supermarkten die sluiten of een nieuwe trambaan die wordt aangelegd. De grootste rol ligt daarom toch echt bij de overheid.”