Soms zou je bijna vergeten hoe ingenieus ons lichaam in elkaar zit. Hoe fascinerend en geweldig het is. In het boek Oermens 2.0 laat Mikkel Hofstee ons weer een beetje verliefd worden op ons eigen lichaam, ondanks de kilo’s en plooien. De meest geweldige weetjes visten wij speciaal voor jou uit zijn boek. Altijd leuk om de blits mee te maken op een verjaardag.

1. Hoe langer je bent, hoe meer kinderen je krijgt

Met een gemiddelde lengte van 1,84 meter gelden de Nederlandse mannen als de langste ter wereld. Ook de Nederlandse vrouwen zijn met gemiddeld 1,71 meter uitzonderlijk lang. Tot nu toe werd aangenomen dat dit kwam door onze voeding: calorierijk, veel vlees en zuivel. Maar volgens onderzoekers moet er nóg een oorzaak zijn. In de Verenigde Staten was het dieet de afgelopen 150 jaar vergelijkbaar, maar zijn de mannen gemiddeld maar zes centimeter langer geworden. De Nederlandse mannen ‘wonnen’ alleen al tussen 1981 en 2000 ruim drie centimeter in lengte. Slechts 200 jaar geleden behoorden de Nederlandse mannen met gemiddeld 1,65 meter nog tot het kleinste Europese volk. Volksgezondheidexpert Gert Stulp van de London School of Hygiene & Tropical Medicine dook in een databank met de gegevens van meer dan 94.500 Nederlanders uit de periode 1935-1967 en kwam tot een verrassende conclusie: lange mannen krijgen gemiddeld meer kinderen. Opvallend is dat in Nederland ook langere vrouwen veel kinderen krijgen. In andere landen geldt juist het omgekeerde. Onze lengte lijkt dus erfelijk, en een gevolg van een kennelijke voorkeur voor lange partners.

2. Ons lichaam beloont ons voor lachen

Humor helpt relativeren, leidt tot verbondenheid en kan soms in moeilijke onderhandelingen net het verschil maken. Ook heeft het allerlei positieve gezondheidseffecten. Als je lacht, drukt je middenrif een beetje op je bijnieren en wordt er wat ‘noradrenaline’ je lichaam in gepompt: een ontstekingsremmend hormoon. Daarnaast worden hormonen als endorfine en vaak ook oxytocine (omdat lachen vaak samen gebeurt) aangemaakt, die je stressniveau verlagen. Door te lachen krijg je bovendien meer zuurstof in je bloed, wat goed is voor je bloedsomloop en je bloeddruk. Het heeft een positief effect op je immuunsysteem, je bloeddruk, je stress en je stemming. Het lichaam beloont ons dus voor lachen.

3. Ergens zijn we allemaal familie

Ons lichaam is opgebouwd uit ongeveer 40 miljard cellen, naast nog eens 160 miljard hersencellen. Een onvoorstelbaar grote hoeveelheid. Al deze cellen zijn kleine machientjes waarin zich constant allerlei chemische processen afspelen. Ondanks dat er zo veel cellen in ons lichaam zitten, verschilt het menselijke DNA maar 0,1 procent. Je voelt je misschien dus wel heel anders dan je buurvrouw, collega of vriendin, maar genetisch is er nauwelijks verschil tussen jou en andere mensen. En blijkbaar is dat piepkleine beetje genoeg om te zorgen voor de talloze verschillen tussen mensen onderling. Ondanks al die verschillen zijn mensen toch vooral gelijk. Voor 99,9 procent gelijk om precies te zijn. Dat feit lijkt erop te duiden dat we allemaal tot zo’n 600 oorspronkelijke oermoeders te herleiden zijn. Ergens zijn we dus allemaal familie.

4. Er is een verband tussen gapen en het gewicht van je brein

Uit zijn studies blijkt dat er een directe correlatie is tussen het gewicht van het brein, de hoeveelheid neuronen in de cortex (buitenste laag van de hersenen) en de lengte van de gaap. Maar waaróm we gapen, blijft een mysterie. Er wordt gezegd dat we gapen om de hitte van ons brein wat te verminderen. Dat zou ook verklaren waarom dieren met grotere breinen langer gapen en waarom ‘s avonds meer gapen. Deze dieren hebben meer afkoeling nodig, helemaal voordat ze gaan slapen. Duidelijk is in ieder geval dat gapen niets te maken heeft met verveling.

5. We kunnen zo’n vijf liter zweten per dag

We hebben zo’n 2 tot 5 miljoen zweetklieren over ons hele lichaam – met een concentratie in de handen, voeten, oksels en niet te vergeten: de bilspleet. Die zweetklieren stellen ons in staat om voldoende af te koelen tijdens onze bezigheden. We zijn in staat maximaal vijf liter vocht per dag kwijt te raken via zweet. Zweten is heel nuttig. Het vermogen om zodoende af te koelen tijdens de inspanning is waarschijnlijk een van onze belangrijkste overlevingsmechanismen geweest. Daarnaast hielp de positie van onze neus. Die steekt meer uit dan bij onze aapachtige voorouders en dat had als voordeel dat we onze longen vochtig hielden door onze manier van ademhalen. Daardoor droogden we minder snel uit en konden we wel dertig kilometer lang achter een dier aan blijven lopen totdat het dier oververhit raakte en neerviel. Daarnaast zijn bijna al onze zweetklieren temperatuurgevoelig.

Koop het boek Oermens 2.0 van Mikkel Hofstee via bol.com