Elke dag steken er 75 kinderen hun eerste sigaret op. Hoe onschuldig dit geëxperimenteer ook mag lijken, er is maar één sigaret nodig om levenslang verslaafd te raken, aldus longarts Wanda de Kanter. Hoe voorkom je dat kinderen gaan roken? Wanda voorziet je van de nodige anti-tabaksmunitie aan de hand van vijf vragen.

1. Een sigaretje kan toch geen kwaad?

Longarts Wanda de Kanter: “Geloof me, het is echt makkelijker om niet te beginnen met roken. Dat is ook wat ik jongeren duidelijk wil maken: experimenteer erop los, maar niet met sigaretten. Er is echt maar één sigaret nodig om je levenslang verslaafd te maken. Daar sta je niet bij stil als je twaalf of veertien bent. Je kunt je onmogelijk voorstellen hoe het is om veertig te zijn en de rekening gepresenteerd te krijgen in de vorm van longkanker of COPD. En natuurlijk zijn er opa’s die 85 worden met twee pakjes per dag. Maar tegenover die ene opa staan twee mensen van 45 jaar met longkanker. Die verhalen hoor je niet. Ze blijven onzichtbaar. Het beeld dat naar buiten komt, is van de mooie, nog schijnbaar gezonde, roker of de opa’s en oma’s die het roken overleefd hebben.”

2. Roken is toch minder erg dan alcohol of drugs?

“De cijfers zijn keihard. Twee van de drie kinderen die een keer experimenteert met een sigaret, wordt een dagelijkse roker. Dat is het enge aan nicotine. Het is zó verslavend. Net zo verslavend als cocaïne en heroïne. En, hoe jonger je begint, hoe lastiger je er vanaf komt. Als je als tiener rookt, wordt die sigaret vaak onderdeel van je identiteit. Je rookt niet alleen, je bent een roker. Dat zegt wat over de mate van verslaving. Leeftijd, genen en omgeving. Die drie bepalen hoe verslavingsgevoelig je bent. Onderschat die omgeving niet. Als iedereen om je heen rookt, zie dan maar eens te stoppen of niet opnieuw te beginnen.”

3. Maar de tabaksindustrie maakt kinderen toch niet bewust verslaafd?

“In geheime documenten van de tabaksindustrie worden ze zelfs ‘replacement smokers’ genoemd. Kinderen moeten de tabaksdoden en degenen die stoppen met roken vervangen. If they got lips, we want them. In die termen wordt er over ónze kinderen gesproken. Dat verzin ik niet. Er staan wel veertien miljoen documenten van de tabaksindustrie online. Die moesten ze openbaar maken van Amerikaanse rechters. En als je de kleine lettertjes leest, word je er misselijk van. Tieners die willens en wetens door de industrie verslaafd worden gemaakt aan één van de dodelijkste gewoontes die we kennen. Er zitten stoffen in sigaretten die voorkomen dat je gaat hoesten. Zoetstoffen en ammoniak zorgen ervoor dat die nicotine in een wip in je hersenen belandt. Door het maken van aantrekkelijke verpakkingen, door het sponseren van jongerenevents, door op studentenverenigingen sigarettenmachines weg te zetten, zorgen de fabrikanten dat je niet om tabak heen kan. Ik vind dat jongeren dit ook moeten weten.”

4. Als ouder kan ik toch niet voorkomen dat mijn kind gaat roken?

“Toch wel! Door zelf het goede voorbeeld te geven en niet te roken. De kunst is om te voorkomen dat tieners gaan roken. Trek daar gerust alles voor uit de kast. Tachtig procent van de rokers is begonnen voor zijn achttiende. Als je je eerste sigaret na je 25ste opsteekt, dan is dat meestal ook meteen de laatste. Roken is gewoon niet lekker als je niet verslaafd bent en je moet er net als je eerste biertje toch even doorheen. Vooral tieners laten zich daardoor niet kennen, ze zijn heel gevoelig voor wat hun vrienden doen en wat stoer is. Wil je kinderen echt van het roken afhouden? Dan zijn accijnsverhogingen het meest effectief. Eigenlijk zou de prijs elk jaar met tien procent omhoog moeten, daarmee daalt het aantal rokers met vier procent per jaar. Vooral jongeren die weinig geld hebben, weerhoudt dat ervan hun eerste sigaret op te steken. Maar die maatregelen moet de politiek nemen. Daarom zit ik ook vaak in Den Haag.”

5. Als je kinderen wil beschermen, dan moeten sigaretten toch verboden worden?

“Het laatste wat ik wil, is rokers boos maken. Als die sigaret geen nicotine meer bevat, dan is roken niet meer verslavend en lost het probleem zichzelf op.”