<-- NIET ACTIEF -->

Waarschuwingen van ouders kunnen kinderen angstiger maken. Dit stelt dr. Danielle Remmerswaal in haar proefschrift over angst bij kinderen en de invloed van ouders daarop. Ze onderzocht kinderen in de leeftijd van 7 tot 12 jaar. Uit het onderzoek blijkt dat negatieve informatie van ouders het angstniveau van kinderen kan beïnvloeden. “Kinderen van angstige ouders zijn zelf ook sneller bang.”

Remmerswaal heeft voor haar onderzoek een hok met woestijnratjes gemaakt. Kinderen staken hun handen in het hok, maar ze wisten niet om welk dier het ging en het was onmogelijk om met hun handen bij de dieren te komen. “Van tevoren hebben we één deel van de ouders positieve informatie gegeven over de diertjes. De overige groep ouders kreeg negatieve informatie te horen. Zo zeiden we aan de ene kant dat de ratjes tam zijn en de andere groep ouders lieten we weten dat de beestjes onvoorspelbaar kunnen zijn. Zonder dat we erom vroegen, gaven de ouders de informatie direct door aan hun kinderen. Voor de ene groep kinderen waren dit dus positieve verhalen en voor de andere groep negatieve verhalen over de ratjes. Kinderen van ouders met negatieve informatie staken minder snel hun handen in het hok.”

Achteraf vulden de kinderen nog  een vragenlijst in, waarmee hun angstniveau werd gemeten. Remmerswaal concludeert uit haar onderzoek dat de informatie die moeders doorgeven, effect heeft op het angstige gedrag van het kind.

Slecht slapen, piekeren en niet spelen met vriendjes

Een angststoornis is de meest voorkomende stoornis voor kinderen onder de zestien jaar. “Tien procent van de kinderen krijgt te maken met een angststoornis”, zegt Remmerswaal. “Angst is heel normaal bij het opgroeien. Het hoort bij de ontwikkeling. Er is alleen een verschil tussen irrationele, overdreven en goede angst. We spreken van een angststoornis als kinderen in het dagelijks leven problemen ondervinden door hun angst. Ze gaan piekeren of slechter slapen. Sommige kinderen hebben sociale angst, waardoor ze niet meer met vriendjes spelen en niet naar school willen gaan. De angst belemmert dan het normaal functioneren.”

Angst is deels genetisch bepaald

40 tot 50 procent van de angst wordt genetisch bepaald. Remmerswaal stelt dat angst bij kinderen vaker voorkomt in families met angstige ouders. Ook leerervaringen kunnen een kind angstig maken. Kinder- en jeugdpsychologe Marga Akkerman ziet hetzelfde: “Angst door een leerervaring is angst als gevolg van wat je meemaakt, maar er zijn ook kinderen die van zichzelf meer aanleg hebben om angstig te zijn. Ze trekken zich dan snel dingen aan en zijn gevoeliger. Sommige kinderen zijn angstig op sociaal gebied en vinden het moeilijk om vriendschappen te maken.”

Gezinscultuur kan bijdragen aan angst

Kinderen die angstig zijn kunnen in een negatieve, vicieuze cirkel terecht komen, volgens Remmerswaal. “Er kan sprake zijn van denkfouten, die bijdragen aan het ontstaan en de tot stand houding van de angst. Een voorbeeld van een dergelijke denkfout is de bevestigingsfout. Dit is de neiging om vooral op zoek te gaan naar informatie die de bestaande overtuigingen bevestigt en informatie die daartegenin gaat te negeren. Bijvoorbeeld: een kind dat bang is voor honden, let alleen op honden die blaffen en bijten – niet de honden die wel geaaid willen worden. Kinderen die meer angst laten zien, gaan vaker op zoek naar die bevestiging en hebben minder aandacht voor informatie die tegen hun angst in gaat.”

Een kind kan zich gaan gedragen naar die bevestiging. Akkerman: “Ieder kind is wel eens zenuwachtig voor iets nieuws. Algemene waarschuwingen van ouders zoals ‘wees voorzichtig, kijk goed uit’ zijn een manier om te zeggen: ‘Ik ben bang dat jou iets ergs gebeurt.’ Een kind dat telkens de boodschap krijgt dat het moet oppassen, gaat zich er ook naar gedragen.”

“Als een kind extra vaak uitleg moet hebben op school en de ouders telkens zeggen: ‘Goed letten op wat de juf zegt, hoor’, gaat het kind denken: ‘Zie je wel, ik kan het niet in één keer begrijpen.’ Het kind blijft dan voor de zekerheid om extra uitleg vragen, ook al begreep het in één keer wat de juf zei. Het is een wisselwerking, waarbij de ideeën van het kind en die van de ouders elkaar in stand houden.” Bij angst kan dat net zo gaan.

Kinderen hebben een rijke fantasie

Niet alleen is angst genetisch bepaald en kan de gezinscultuur een rol spelen, Akkerman noemt ook de verbeeldingskracht van kinderen. “Als kinderen niet precies weten wat er aan de hand is, kunnen zij angstige fantasieën maken over hoe het verder zou kunnen gaan. Een voorbeeld is een ouder die naar het ziekenhuis moet. Een kind maakt zich daar zorgen over. ‘Maak je maar geen zorgen, ik blijf maar twee nachtjes weg’ zeggen is niet afdoende. Het kind voelt feilloos aan dat er spanning is rond de opname. Je kunt beter zeggen: ‘Ik vind het ook niet leuk dat ik daarheen moet, maar de dokters zorgen dat ik weer beter word.’ Dan weet het kind waar zijn eigen spanning mee te maken heeft.”

Stel je kind gerust

Bij kinderen met een angststoornis, zit de angst hun ontwikkeling in de weg. Akkerman: “Kinderen die minder angstig zijn, denken na een eerste poging bij het oplossen van een probleem: ‘Ik kom er niet uit, dus laat ik het opnieuw proberen.’ Kinderen die banger zijn aangelegd, denken al gauw als het moeilijker wordt: ‘Ik kan het toch niet, dus begin ik er niet aan.’ Angstige kinderen pikken steeds vaker de informatie op die ongunstig voor hen is. Ze ontwikkelen een tunnelvisie met angst als onrealistische raadgever. Het kind kan dan nog zoveel complimentjes krijgen, de negatieve informatie wordt als nog opgepikt.”

Akkerman geeft als tip mee dat je je kind gerust kunt stellen door samen terug te gaan naar een moment waarop het wel goed ging. “Houd de realiteit voor ogen en geef precieze voorbeelden van positieve ervaringen. Zeg als een kind erg zenuwachtig is voor een schooltoets: ‘Weet je nog hoe bang je was dat je je zwemdiploma niet zou halen? Toen had je heel goed geoefend en ging het allemaal prima. Nu heb je net zo goed geoefend.’”

Meer weten over de ontwikkeling van je kind? Ga dan naar het dossier Groei en ontwikkeling kinderen »