In de trein, in de pauze, op het toilet of op een feestje. Waar je ook bent, die smartphone is er ook. Is het niet in jouw hand, dan is het wel in de hand van een ander. Waarom is het toch zo lastig om jezelf los te weken van een scherm?

Terwijl ik bezig ben met dit artikel voel ik het zelf ook. De drang om mijn mobiel te checken. Heb ik nog berichten gekregen of heeft iemand iets op Facebook geplaatst? Allemaal veel minder belangrijk dan waar ik mee bezig ben en toch wordt mijn focus steeds minder. Ben ik verslaafd aan mijn smartphone? Of komt het gewoon doordat ik al duizend keer het woord smartphone tegen ben gekomen en mijn hersenen nergens anders meer aan kunnen denken? Hoort het niet gewoon bij deze tijd, waarin iedereen constant bereikbaar is en de informatiestroom altijd maar doorgaat? Chareen Soekardjo van Jellinek preventie en Mischa Coster, mediapsycholoog, leggen het uit.

Waarom heb ik de neiging tijdens het werk mijn telefoon te checken?

Mediapsycholoog Mischa Coster: “Dat komt doordat wij mensen een ‘verlangen’ en een ‘beloning’ systeem in de hersenen hebben. Elke keer als wij een berichtje krijgen, worden er stofjes afgescheiden die ons een fijn gevoel geven. De beloning. Echter, de stofjes die het ‘verlangen’ verzorgen zijn net iets sterker. Daarom zullen we niet afwachten een beloning te krijgen, maar actief op zoek gaan naar die beloning door op onze telefoon te kijken.”

Wat is een smartphoneverslaving?

Chareen Soekardjo, van Jellinek preventie: “Mensen spreken al snel van een verslaving als iemand iets te vaak doet. Een internet of social media verslaving wordt gezien als een niet-middelen gebonden verslaving en valt onder de gedragsverslavingen. Iemand is afhankelijk van de activiteit die wordt verricht en de bijkomende kick die daarbij vrijkomt. We zien verschillende soorten gedragsverslavingen voorbij komen zoals online gamen, social media, online gokken. Maar geen gevallen van telefoon of smartphone verslaving.”

Na wat onderzoek komt vaak naar voren dat mensen verslaafd zijn aan een app op de telefoon, zoals een game of social media. De smartphone is daarbij alleen het middel om bij het verslavende product te komen. Wanneer ben je eigenlijk verslaafd? Als je gedurende een jaar tenminste zes kenmerken hebt:

  • Controleverlies
  • Sociaal conflict
  • Preoccupatie
  • Onthouding
  • Problemen
  • Vluchtgedrag

Hoort een smartphoneverslaving niet gewoon bij deze tijd?

Coster: “Zeker. Normaal veelvuldig gebruik is iets van deze tijd. Daarom spreek je bij een nieuwe vorm van gedrag die door iedereen vertoond wordt niet van een verslaving, maar van een maatschappelijke ontwikkeling.”

Wat zijn negatieve effecten van veel je smartphone gebruiken?

Coster: “Afhankelijkheid van je telefoon, weinig of helemaal niet afspreken met vrienden en de angst om iets belangrijks of leuks te missen als je even niet kan kijken. Hier zijn we als mens allemaal gevoelig voor, maar door smartphones en social media wordt dit ineens veel duidelijker. We worden afgeleid van ons werk en studie waardoor we minder presteren, er is minder persoonlijk contact en social media kan een verkeerd beeld van de werkelijkheid geven.

Zijn er ook positieve effecten?

Soekardjo: “We kunnen niet meer om het gebruik heen. Iedereen doet het en iedereen heeft hier een mening over. We gebruiken smartphones veel om informatie op te zoeken en kunnen hierdoor meer bewuste keuzes maken, dus zijn ze bijna niet meer weg te denken. We kunnen ook makkelijker contacten leggen met mensen, er ontstaan nieuwe vriendschappen en relaties online en we houden contact met vrienden en familie.”

Als ik verslaafd ben, hoe kom ik daar dan vanaf?

Soekardjo: “Houd social media leuk en veilig! Probeer dagelijks niet te veel tijd te besteden aan social media en zorg dat andere dingen er niet onder lijden zoals echte contacten, hobby’s, werk en je slaappatroon. Probeer ook iets te ondernemen zonder je telefoon als je die niet nodig hebt. Merk je toch dat je het moeilijk vindt en geen controle meer hebt over je gebruik, dan kan je erover nadenken om hulp te zoeken. Hiervoor is de eerste stap het probleem voorleggen aan je huisarts.”