Een kind met ADHD is altijd heel druk, dat komt door te veel suiker, een slechte opvoeding en het lijkt alsof er steeds méér drukke kinderen zijn. Over ADHD doen de gekste verhalen de ronde: het ene gevuld met goedbedoeld advies, het andere erkent de aandoening niet. Wij zetten de zeven grootste fabels op een rij.

Bij ADHD denken we direct aan een jongetje dat niet kan stilzitten op zijn stoel en constant praat. Maar dat beeld is eigenlijk niet terecht. Ook zijn sommige mensen van mening dat de hyperactiviteit te wijten is aan opvoeding, een eetpatroon of slecht onderwijs. Deze vooroordelen over de aandoening kunnen erg vervelend zijn voor iemand met ADHD. We weerleggen de zeven grootste fabels.

1. Een kind met ADHD: Alle Dagen Heel Druk

Een kind dat door de klas rent, niet op zijn beurt kan wachten en absoluut niet stil kan zitten. Dat is het typische beeld van een kind met ADHD. Maar dit beeld klopt niet helemaal.

Kinderen met ADHD, en volwassenen trouwens ook, hebben niet allemaal dezelfde kenmerken. Er zijn verschillende typen: de één is hyperactief, de ander heeft juist moeite zich te concentreren en is helemaal niet zo druk. Weer een ander is juist vooral impulsief. En dan zijn er ook nog mensen die nagenoeg alle kenmerken hebben.

2. Er zijn steeds meer kinderen met ADHD

Een gemiddelde klas is gevuld met één of twee kinderen met ADHD. Zijn dat er nu meer dan vroeger of lijkt dat maar zo? Dat lijkt zo, het wordt tegenwoordig beter herkend doordat de diagnose duidelijker geformuleerd is. De kenmerken waren twintig jaar geleden vaag beschreven en een kind werd weggezet als lastig, onhandelbaar of heel druk. Door nieuwe technieken kan nu zelfs bekeken worden wat er anders is aan de hersenen van iemand met ADHD.

3. Het is een hype

Nee. Er is meer aandacht voor, maar dat wil niet zeggen dat het een hype is en dat kinderen eerder het label ADHD opgeplakt krijgen. Ja, er worden meer kinderen behandeld. De diagnose wordt dus vaker gesteld, maar niet sneller. Voor de diagnose ADHD moet je langer dan zes maanden kenmerken vertonen die je belemmeren in het dagelijks leven, zowel in de klas als thuis. Voordat een kind of volwassene de diagnose krijgt, doorloopt het een traject van onderzoeken door (kinder)artsen, psychiaters of psychologen.

4. Het ligt aan de opvoeding

Een kind dat altijd druk is en aandacht wil, komt thuis aandacht tekort. Nee! ADHD is geen gevolg van slechte opvoeding. Deze fabel kan erg vervelend zijn voor het kind én de ouders. Het heeft een biologische oorzaak en is dus geen direct gevolg van verkeerde opvoeding. Wel kunnen ouders hulp krijgen bij het omgaan met een kind met ADHD.

5. Mensen met ADHD zijn hoogsensitief

Mensen met ADHD zouden zich niet kunnen concentreren omdat zij overmatig reageren op prikkels van buitenaf. Zoals een hoogsensitief persoon dat doet. Bij iemand die hoogsensitief is, komen prikkels en impulsen erg intens binnen. Ze kunnen afgeleid worden door kleine prikkels die iemand normaal niet ziet. ADHD is een aandoening waarbij iemand altijd moeite heeft met concentratie, ongeacht de omgeving. Een hoogsensitief persoon kan zich juist ontzettend goed concentreren wanneer er geen belemmerende prikkels zijn.

6. Het is een fase: je groeit er wel overheen

Dat ADHD een fase kan zijn, is een misverstand. Ja, kinderen kunnen een tijd wat drukker zijn dan anders door bijvoorbeeld stress. Maar bij deze kinderen houden deze kenmerken langere tijd aan. Zo niet hun hele leven. Het blijft voor hen lastig zich te concentreren, de beurt af te wachten en te plannen. Ze kunnen wel leren er beter mee om te gaan.

7. Kinderen worden druk van suiker, kinderen met ADHD moeten dus minder suiker eten

Van suiker worden kinderen druk. Toch? Nee! Uit verschillende wetenschappelijke onderzoeken blijkt dat suikerinname niet de oorzaak van hyperactiviteit kan zijn. Kinderen met ADHD hoeven dus ook niet op een suikervrij dieet gezet te worden. Wél kunnen ze baat hebben bij een ander voedingspatroon. Ze kunnen namelijk overgevoelig zijn voor bepaald eten, vaak iets natuurlijks zoals tomaten, appels of vlees. Een eliminatiedieet, waarbij je één voor één voedingsmiddelen uitsluit, kan deze overgevoeligheid aantonen.

Delen