<-- NIET ACTIEF -->

Onze verbeelding is een krachtig instrument. Zo krachtig dat op de Rijksuniversiteit Groningen een landelijk onderzoek wordt uitgevoerd naar het voorkomen van een depressie door gebruik te maken van je verbeelding. Hoe kan je je fantasie inzetten bij psychische klachten? gezondNU ontdekte de eerste beginselen.

 
Wanneer we jong zijn, kent fantasie geen grenzen. Alleen hoe ouder je wordt, hoe minder gewoon fantaseren is. Uit onderzoek naar verbeelding blijkt dat wanneer we ons iets inbeelden, dit invloed heeft op onze stemming. Op de afdeling Klinische Psychologie van de Rijksuniversiteit Groningen wordt daarom onderzoek gedaan naar de kracht van verbeelding bij depressies. Dit wordt onderzocht bij een groep mensen die herstellend zijn van meerdere depressies. 

Het trainen van positieve fantasie en positieve emoties is nu al een belangrijk onderdeel van trainingen om terugval bij depressie te voorkomen. 

Piekeren slecht, fantaseren goed

Eén ding is zeker; als je een piekeraar bent, heb je fantasie genoeg. Alleen gebruik je dit op de verkeerde manier. Piekeren wordt daarom ook wel ‘de verkeerde kant op fantaseren’ genoemd. Een techniek om je verbeelding op de juiste manier te gebruiken is omdenken. Hierbij denk je in kansen en niet in problemen.

Omdenken – dat doe je zo: 

  1. Deconstrueren: Je maakt van een probleem een feit. In plaats van te denken ‘Als ik tien kilo slanker zou zijn, dan voel ik mij gelukkiger’. Buig dat eens om in ‘Ik ben nu tien kilo zwaarder dan ik eigenlijk wil zijn.’
  2. Construeren: Van het bestaande feit (‘Ik ben tien kilo te zwaar’), kijk je wat je daarmee zou kunnen doen. Je gaat dus op zoek naar de mogelijkheden (meer sporten, gezonder eten, vaker touwtje springen) en voert dit vervolgens uit. Een eitje!

Train je verbeelding in 3 stappen

  1. Probeer aan het eind van de dag een belangrijke situatie zo gedetailleerd mogelijk te beschrijven. Dit zorgt ervoor dat je er bewuster bij stilstaat en het ook makkelijker kunt onthouden. Je kunt ook je wensen voor morgen zo concreet mogelijk opschrijven.
  2. Kijk naar de mensen om je heen en probeer hun stemming in te schatten. Probeer daarna deze stemming voor jezelf te verwoorden.
  3. Loop, fiets of rijd de route naar huis of je werk op een totaal ander tijdstip. Zit je normaal om acht uur in de ochtend op de fiets? Leg dan eens dezelfde route af om acht uur ’s avonds. De wereld ziet er dan totaal anders uit.

Er is nog ruimte voor deelname aan dit onderzoek.