<-- NIET ACTIEF -->

Hoe ouder je wordt, hoe meer levenservaring je hebt. Je zou dan ook denken dat we moediger worden naarmate we ouder worden. Maar nee, hoe ouder we worden, hoe meer angst we lijken te hebben. Hoe zit dat?

Bij jongeren start de puberteit rond de twaalf jaar. Hierdoor verandert hun hormoonhuishouding. Die verandering heeft ook invloed op structuren in de hersenen die betrokken zijn bij emoties, motivatie en genot. Dit is het zogenaamde limbische systeem. Vanaf ongeveer twaalfjarige leeftijd gaat dit limbische systeem al werken zoals bij volwassenen. Het systeem dat voorkomt dat we niet overhaast handelen en ervoor zorgt dat we rekening houden met de (sociale) omgeving komt echter pas later tot volledige ontwikkeling. Rond een jaar of 25 is dat systeem, dat zich in de prefrontale cortex (PFC) bevindt, pas volgroeid. Doordat de rijping van het limbische systeem snel verloopt en de rijping van de PFC langzaam verloopt, zijn jongeren meer geneigd om te kiezen voor snelle beloning, kicks en genot, en zien zij minder gevaar.

Meer te verliezen als je ouder wordt

Kinderen en jongeren storten zich zonder al te veel na te denken in een avontuur. Als je ouder bent, denk je wel twee keer na voordat je zonder rijervaring op een paard springt of in een achtbaan over de kop zoeft. Hoe ouder je bent, hoe hoger je kennisniveau is en hoe rationeler je nadenkt over de risico’s die activiteiten met zich meebrengen. Daar komt nog bij dat naarmate je ouder wordt je meer te verliezen hebt: gezondheid, geld, werk, status.

Soms is angst nuttig

Bijna twintig procent van de Nederlanders krijgt in zijn leven een angststoornis. Vrouwen hebben vaker een angststoornis dan mannen. Het gaat om serieuze klachten die de levenskwaliteit ernstig kunnen aantasten. Toch is het zo dat het spreekwoord ‘Angst is een slechte raadgever’ niet altijd klopt. Soms is het nuttig dat je bang bent in een bepaalde situatie. Bijvoorbeeld: tijdens een wandeling komt een grommende hond naar je toe lopen, je steekt uit voorzorg even de straat over. Angst wordt pas een probleem als je er last van krijgt en je anders gaat gedragen omdat je bang bent voor wat er zou kunnen gebeuren.

Angstig? 4 dingen die je kunt doen

Ben je vaak angstig? Dan is het belangrijk te onderzoeken wat de oorzaak is. Deze vier dingen helpen je op weg.

1. Breng je angst in beeld

Probeer een goed beeld te krijgen van je angst. Waar ben je bang voor? Wat betekent deze angst voor je leven?

2. Praat erover

Praat over je angsten met mensen in je omgeving. Dat helpt echt!

3. Onderzoek de klachten

Bepaal welke klachten je hebt bij beginnende paniek of angstgevoelens. Wat voel je bij beginnende paniek of angst? Wat gebeurt er in je lichaam?

4. Laat je angst niet winnen

Geef zo min mogelijk toe aan de angst. Confronteer jezelf juist met angst¬aanjagende situaties. Als je de confrontatie aangaat, merk je dat de onrust, het trillen en zweten na een tijdje weer wegzakken.