Autisme komt steeds in het nieuws en er lijken meer en meer kinderen op te duiken met autisme. Is er een epidemie gaande? Plakken we nu te snel een etiket op mensen die ‘anders’ zijn of is de toename te verklaren? gezondNU ging op onderzoek uit.

Het jongetje in de klas dat geen oogcontact maakt, teruggetrokken is en obsessief bezig is met iets. Het is het stereotypebeeld van een kind met autisme. Was dit eerst nog één jongetje in de klas, tegenwoordig zitten op meer stoelen in de klas kinderen met autisme. Het aantal mensen met autisme lijkt toe te nemen: in de jaren zestig werd 2,5 op de 10.000 mensen met autisme gediagnosticeerd, in 2010 zijn het 100 op de 10.000 mensen. Waar komt deze toename vandaan? Is er een autisme-epidemie?

Hoe komt het dat er steeds meer mensen met autisme zijn?

Over de toename van het aantal diagnoses is nogal wat discussie. Want is het zo dat we nu kinderen te snel een etiketje opplakken, of deden we mensen met autisme vroeger af als ‘raar’ of ‘excentriek’? De toename in het aantal mensen met autisme hangt samen met verbetering van het onderzoek naar de aandoening en de diagnostiek. Zo zijn de diagnose autisme en de aanverwante stoornissen syndroom van Asperger en PDD-NOS opgegaan in één diagnose: Autisme Spectrum Stoornis. De criteria voor de diagnose ASS zijn dus ook samengevoegd. Dat betekent dat de diagnose nu een breder spectrum heeft, waardoor er één noemer is maar mensen met de diagnose qua gedrag en problemen van elkaar kunnen verschillen.

Als een lopend vuurtje rond

Door verbeterd onderzoek weten we ook meer van autisme af. Betere herkenning leidt tot meer erkenning en verhoogt de bekendheid van autisme als stoornis. Het gaat als het ware als een lopend vuurtje rond. Ouders vragen zich af of dat de gedragsproblemen van hun kind met deze stoornis te verklaren zijn en trekken aan de bel. Zo kan een toename in bekendheid ook tot een toename in het aantal diagnoses leiden.

Een andere maatschappij

Nog een andere verklaring voor de stijging in het aantal gevallen van autisme zou in de veranderde maatschappij kunnen zitten. Mensen krijgen in de huidige maatschappij ontzettend veel prikkels op zich af. Onze scholen eisen veel van kinderen: je moet zelfstandig kunnen werken en sociale vaardigheden ontwikkelen. Kinderen met autisme hebben daar hulp bij nodig en vallen dan buiten de boot.

Kloppen de cijfers wel?

Als laatste is het de vraag hóe je het aantal gevallen van autisme telt. Het Centraal Bureau voor de Statistieken (CBS) publiceerde dat 2,8 procent van de Nederlandse kinderen (4 tot 12 jaar) volgens hun ouders een ASS heeft. Daarbij is dus niet nagegaan of deze kinderen ook echt de diagnose hebben of nog gaan krijgen. Een echt groot onderzoek hierover ontbreekt in Nederland. Na zo’n onderzoek kan pas beoordeeld worden of er sprake is van over- of onderdiagnostiek en of we te snel etiketjes plakken of niet.