Moeite met sociale interactie en vasthouden aan routines of interesses. Dat kenmerkt mensen met autisme. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat mensen met autisme in een aantal breinstructuren verschilt van mensen zonder autisme. Wat betekent dat voor de manier waarop zij de wereld zien? En, leidt het tot een andere manier van denken?

Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat dat kinderen met autisme te veel zenuwvezels hebben. Daardoor hebben zij op vierjarige leeftijd een groter brein dan kinderen zonder autisme. Maar er zijn nog meer verschillen: een aantal breinstructuren, waaronder de amygdala (betrokken bij emotionele reacties) en staartkern (belangrijk voor leren) zijn juist kleiner of groter dan bij mensen zonder autisme. Betekenen deze veranderingen dat mensen met autisme anders waarnemen en denken?

Hypo- of hypersensitief

Mensen met autisme nemen de wereld om hun heen anders waar, en ervaren die dus ook anders. Zij verwerken de informatie vanuit zintuigen op een andere manier. Daarbij reageren ze overmatig of juist te weinig op prikkels als aanraking, licht of temperatuur. Sommige mensen met autisme worden bijvoorbeeld angstig of onrustig van bepaalde kledingtexturen. Tussen de vier en negen op de tien kinderen met autisme zou een verstoring van zintuiglijke waarneming hebben. Daarvan is ongeveer 36 procent hyposensitief (reageert weinig op prikkels), 20% hypersensitief (reageert overmatig op prikkels) en vertoont 36 procent een gemengd patroon van hypersensitiviteit en hyposensitiviteit.

Context is alles…

Dat het brein anders functioneert, leidt ook tot een andere manier van denken. Mensen met autisme zien namelijk de wereld om hen heen in fragmenten. Het zijn afzonderlijke stukken informatie, zonder samenhang of context. Hierdoor hebben zij moeite om gebeurtenissen of situaties in een breder kader te plaatsen en verbanden te leggen met andere informatie. Mensen met autisme voegen soms nietszeggende details toe aan een situatie of laten belangrijke details weg. Zij willen vervolgens niet afwijken van bepaald gedrag, dat voor mensen zonder autisme onlogisch lijkt. Altijd uit dezelfde beker drinken of dezelfde route naar school fietsen, horen voor mensen met autisme bij het concept ‘drinken’ en ‘naar school gaan’. Wanneer gevraagd wordt om uit een andere beker te drinken of een andere route te fietsen, begrijpen zij niet dat dit ook bij het concept ‘drinken’ of ‘naar school gaan’ kan horen.

Manier van denken

Een bekend hoog functionerend persoon met autisme is Temple Grandin, een Amerikaanse zoöloge. Zij stelt voor dat mensen grofweg in drie categorieën te verdelen zijn:

  1. Visuele denkers
    Dit zijn mensen die dingen moeten ‘zien’ om ze te begrijpen. Zo beeldt Temple Grandin bij het woordje ‘over’ zich een hond in die over een hekje springt om het woord te begrijpen. Daarmee creëert ze een fotografisch geheugen. Deze mensen tekenen graag plannen uit, of bouwen objecten. Jonge visuele denkers spelen dan ook graag met blokken, zoals Lego, of houden van knutselen.
  2. Muzikale en wiskundige denkers
    Met deze manier van denken vind je overal patronen in. Muziek en wiskunde zitten er vol mee, en daarom zijn deze mensen ook vaak goed in muziek of sommen maken (of allebei).
  3. Verbale denkers
    Verbale denkers houden van woorden en spraak. Zij maken graag lijstjes, leren een route of dienstregeling uit het hoofd. Of ze zetten dingen in alfabetische volgorde. Er hoeven geen patronen in te zitten, als er maar woorden in zitten.

Deze categorieën zouden overigens ook voor mensen zonder autisme kunnen gelden. Wat voor denker ben jij?