Iemand is niet zo vrijgevig met complimenten, geeft kritiek op hoe je iets doet of maakt continu selfies. Pff, narcist! Nou … De term narcisme valt steeds vaker, maar wanneer ben je een narcist? En komt het tegenwoordig écht vaker voor of is het een modewoord?

Narcisme popt overal op. Tijd om eens beter naar deze term te kijken. Dat doen we met Mjon van Oers, schrijver van het boek ‘Narcistisch misbruik in de liefde’ en Martin Appelo, schrijver van het boek ‘Een spiegel voor narcisten’ en, zo zegt hij zelf, narcist. Wat al snel blijkt: er is nog veel discussie onderling.

Feit 1: Narcisme is er in allerlei facetten

“Narcisme is een containerbegrip met veel betekenissen en gradaties,” weet Mjon van Oers. “Narcisme varieert van ietwat irritant gedrag tot een zeer ernstige persoonlijkheidsstoornis.” Zo heb je cultureel narcisme, gezond narcisme, seksueel narcisme en de narcistische persoonlijkheidsstoornis. “Naar schatting heeft één procent van de bevolking een echte narcistische persoonlijkheidsstoornis. Tien procent vertoont duidelijk narcistische trekken,” weet Appelo.

Feit 2: Een narcist vindt zichzelf superieur

Typisch narcistische kenmerken waar beide deskundigen het over eens zijn: narcisten verwachten een speciale behandeling, zien zichzelf als uniek en superieur, hebben een verstoord zelfbeeld, hebben een gebrek aan inlevingsvermogen, hebben continu bewondering van anderen nodig en nemen veel ruimte in. Om nog even door te gaan: ze zijn egoïstisch, manipulatief, ontrouw en machtswellustig, zijn niet gediend van kritiek en zullen nooit de hand in eigen boezem steken.

Feit 3: Narcistische trekjes lijken steeds meer voor te komen

“Om de zoveel tijd is een bepaalde stoornis ineens populair. Een tijd geleden was dat schizofrenie, daarvoor seksueel misbruik en daarvoor anorexia nervosa. Nu zijn de pijlen gericht op narcisme,” vertelt Appelo. Is narcisme dan een typisch modewoord? “Niet per se; als we kijken naar de uiterlijke kenmerken van narcisme, zoals zelfingenomenheid en een gebrekkige frustratietolerantie, dan nemen die toe. Vooral 25- tot 35-jarigen hebben vaker het idee dat de wereld om hen draait en dat ze meteen een torenhoog salaris moeten krijgen.” Onderzoek van de Nijmeegse Radboud Universiteit laat hetzelfde beeld zien: narcistische trekken zoals assertiviteit, mondigheid, gemakzucht, agressiviteit en impulsiviteit komen tegenwoordig meer voor bij studenten. Toch is er discussie of de stoornis zélf ook meer voorkomt, of alleen de narcistische trekken.

Feit 4: Mensen met narcisme hebben een gebrek aan empathie

Dit is een discussiepunt, blijkt uit de reacties van Appelo en Van Oers. Appelo meldt dat narcisten wel degelijk empathie hebben, maar dat die vaak vooral op zichzelf is gericht. “Als therapeut kan ik narcisten die aan zichzelf willen werken, wel degelijk leren om die empathische gevoelens ook weer op een ander te richten.”

Van Oers pleit voor nuance en verwijst naar de DSM, het handboek voor de Classificatie van Psychische Stoornissen. “Criterium nummer zeven voor de diagnose narcistische persoonlijkheidsstoornis is dat diegene een gebrek heeft aan empathie en niet bereid is de gevoelens en behoeften van anderen te erkennen of zich ermee te identificeren. Empathie betekent dat je het vermogen hebt om je in de gevoelens van anderen in te leven. Het gaat dus niet over de gevoelens voor de narcist zelf.”

Feit 5: Narcisme is deels aanleg, deels hechting

“Aan narcisme ligt een groot wantrouwen in de ander ten grondslag,” vertelt Appelo. Hij vervolgt: “Dat ontstaat door een hechtingsprobleem, waarbij de ouders er niet alleen niet waren voor het kind maar ook agressief waren. Het kind leert hierdoor dat de ander er niet is en als die er wel is, dat die moet oppassen. Dat enorme wantrouwen zorgt ervoor dat een narcist zich op zichzelf gaat richten, want ‘van de ander moet ‘ie het niet hebben’.” Van Oers vult aan: “Ook kinderen die te veel op een voetstuk zijn geplaatst zonder grenzen en waarbij geen sprake was van agressie in de opvoeding, kunnen narcisme ontwikkelen.”

Feit 6: Er is discussie over het woord ‘vernederen’ in combinatie met narcisme

Van Oers schrijft in haar nieuwste boek over narcisme ‘Natuurlijk, we zijn allemaal weleens boos, egoïstisch of oneerlijk, maar dat is niet geboren uit een verlangen om andere mensen te kwetsen en te misbruiken. Geen normaal mens doet dat, en daarin schuilt het grootste verschil met iemand met de narcistische persoonlijkheidsstoornis.’ Appelo is het hier niet mee eens, want volgens hem worden hier narcisme en de antisociale persoonlijkheid door elkaar gehaald. “Bij narcisme is soms ook sprake van psychopathie, en het gemeen zijn, expres pijn doen en vernederen hoort daarbij.”

Van Oers reageert hierop door een poll aan te halen van de Facebookpagina Narcisme in relaties. Op de vraag ‘Ben je in een relatie met een narcist ooit vernederd of gemeen behandeld?’ geeft 99 procent ‘ja’ aan. “De psychiatrie is het vaak oneens met elkaar over de vaststelling van verschillende stoornissen, daarom valt nog te bezien of er daadwerkelijk verschillen zijn in de antisociale persoonlijkheid, narcisme en psychopathie. Een echte scheidslijn is moeilijk aan te brengen.”

Feit 7: Narcisme is lastig te behandelen

Sterker nog: de daadwerkelijke stoornis is niet te genezen, die is permanent en komt voort uit een interactie tussen hechtingsproblemen en een biologische aanleg. Van Oers: “Iemand met de stoornis heeft een onvermogen en/of de weigering om te geloven dat ze een probleem hebben. Het is dan ook niet bewezen dat psychotherapie effectief is.”
Therapie kan een narcist wel helpen om met de stoornis om te leren gaan, vindt Appelo. “Stap één is dat diegene verantwoordelijkheid neemt voor zijn gedrag en erkent welke schade met het gedrag wordt veroorzaakt. Er is een groep mensen met narcisme die worstelt met zichzelf. Die groep verdient het om gesteund te worden en begeleid te worden in het zoeken naar hulp.” Van Oers vindt dat valse hoop. “Iedereen verdient hulp, maar beweren dat narcisten kunnen veranderen is gevaarlijk voor de mensen die zich in deze destructieve relaties bevinden. Door therapie kan een narcist zijn gedrag tijdelijk aanpassen, maar meestal leert een narcist zo alleen wat normaal algemeen geaccepteerd gedrag is. Hierdoor zal hij juist nog meer in staat zijn om anderen te manipuleren.”

Feit 8: Het komt voor bij mannen én vrouwen

Bij narcisme denken we vaak aan mannen, terwijl er ook vrouwelijke narcisten zijn en die zorgen voor net zo veel pijn en vernedering. Onderzoek laat zelfs zien dat er steeds meer vrouwen bijkomen met narcistische kenmerken. Het lastige: zij hebben meer kans om niet herkend te worden, omdat het minder bekend is en ze zich op een subtielere manier weten te gedragen. Bij mannelijke slachtoffers heerst er bovendien veel schaamte en schuldgevoel.

Feit 9: Een narcist voelt zich ook aangetrokken tot zelfstandige mensen

Een narcist kan zich aangetrokken voelen tot iedereen die liefde zoekt. Volgens Mjon van Oers zoeken ze vaak juist niet naar een kwetsbare partner; ze willen van alles het beste, dus ook de beste partner. In haar boek geeft ze aan dat ook deze mensen, die sterke grenzen hebben en zelfstandig zijn, slachtoffer kunnen worden van narcisme. Bij narcistisch misbruik gaat het namelijk om een langzaam toenemende vorm van manipulatie, sociale isolatie en psychische mishandeling. Appelo ziet juist dat mensen die zelfvertrouwen hebben en goed voor zichzelf opkomen, goed met een narcist kunnen omgaan en die vaak ook kunnen beteugelen. Van Oers: “Maar wie wil er een partner waar je jezelf honderd procent voor moet wegcijferen en die je moet ‘beteugelen’?”