<-- NIET ACTIEF -->

Voeten, benen, schouders, handen, armen en ogen. Je hele lichaam praat. Dag in dag uit, minuut tot minuut zend je met de stand van je schouders, benen en voeten signalen uit. Maar hoe lees je lichaamstaal? Waar moet je op letten? We geven je vijf beginregels en negen lichaamssignalen. Zo leer je mensen écht kennen en kun je beter een gesprek voeren.

Gaat jouw gesprekspartner ineens op tafel leunen, net als jij? Een belangrijk lichaamssignaal! Hij wil zijn als jij, hij zoekt toenadering. Wil je mensen beter leren kennen, weten of ze de waarheid spreken of een relatie tot een dieper level brengen? Dan heb je kennis over dit soort lichaamstaal nodig. We vertellen zo wat het betekent als iemand zijn handen op z’n rug doet, maar eerst: de vijf beginregels.

Regel 1: Kijk niet alleen, maar observeer

Veel mensen kijken niet naar de dingen die ze zien. Om lichaamstaal te begrijpen, moet je goed observeren. Hierbij is het ook belangrijk om te weten hoe iemand normaal gesproken zit, hoe de voeten normaal staan en waar diegene zijn handen dan heeft. Zo valt het sneller op als iets afwijkt.

Regel 2: Verplaats je in de context

Als je de context weet waarin lichaamstaal plaatsvindt, kun je beter begrijpen wat het betekent. Je vindt het logisch dat mensen na een ongeval in shock zijn en warrig praten. Maar dat geldt ook als iemand net uit de auto stapt of klaar is met sporten.

Regel 3: Ken de universele en unieke lichaamstaal

Sommige non-verbale signalen zijn wereldwijd hetzelfde. Andere signalen zijn juist uniek. Probeer hier achter te komen. Vooral de universele gebaren zijn makkelijk te onthouden en kunnen je al een heel eind op weg helpen.

Regel 4: Probeer linkjes te leggen tussen signalen

Wuift iemand met zijn hand en kijkt hij vrolijk? Dan geeft hij je twee signalen dat hij het leuk vindt je te zien. Als verschillende non-verbale signalen samenwerken is dat een sterke boodschap. Als je aan drie dingen kunt zien dat iemand gestrest is, kun je dit met meer zekerheid stellen dan als hij alleen wiebelt met zijn been.

Regel 5: Maak twee groepen van emoties

Door emoties in ‘hokjes’ te stoppen, kun je makkelijker een algemeen beeld krijgen. Maak twee groepen: comfortabel en niet comfortabel. Emoties die horen bij een comfortabel gevoel zijn blij, relaxed en vrolijk. Niet comfortabel is iemand die gestrest, onzeker of boos over komt. Zo kun je iemand snel lezen.

En nu?

De beginregels helpen je op weg om niet verkeerde conclusies te trekken en om te starten met observeren. Maar dan is het wel handig als je weet waarmee je moet beginnen. Wat is vaak voorkomende (universele) lichaamstaal? En wat zeggen deze signalen?

  • Wegdraaien van een lichaamsdeel » geen interesse, weg willen
  • Spiegelen » comfortabel gevoel
  • Gekruiste armen » discomfort, gesloten, met name als iemand de handen om zijn armen klemt
  • Schouders ophalen » iets niet weten. Maar: één schouder die op en neer beweegt, kan wijzen op liegen
  • Handen op de rug » afstandelijk: kom niet te dichtbij, ik houd je graag op afstand
  • Handen tegen elkaar wrijven » nervositeit of onzekerheid
  • Korte aanraking van de ogen » oneens met wat er wordt gezegd
  • Lip likken » om te kalmeren. Gebeurt vaak voordat iemand iets belangrijks moet doen
  • Handen in de broekzak » onzekerheid of discomfort. Boven in de broek? Dan wordt het gezien als dominantie

Lees meer over dit onderwerp