Zo’n vijftien procent van de bevolking is hoogsensitief. Toch wordt er vaak wat zweverig over gedaan. Volgens Elke van Hoof, klinisch psycholoog en professor aan de Vrije Universiteit Brussel, is dat onterecht. “De hersenen van hoogsensitieve personen (HSP) verwerken informatie daadwerkelijk anders dan die van mensen die niet hoogsensitief zijn. MRI-scans laten dat ook zien.”

Wat houdt hoogsensitief zijn precies in?

“Simpel gezegd mist iemand die hoogsensitief is een filter in het informatieverwerkingssysteem in de hersenen. Zonder dit filter komt alles wat je ziet, hoort, ruikt en ervaart even hard binnen en wordt het op hetzelfde niveau door de hersenen verwerkt. De hersenen maken dus geen onderscheid tussen belangrijke en minder belangrijke prikkels, terwijl bij iemand die niet hoogsensitief is de informatie wel gefilterd wordt voordat het door de hersenen verwerkt wordt. Iemand met hoogsensitiviteit onderscheidt zich door het vermogen om veel informatie uit de omgeving te halen én deze diepgaand te verwerken.”

Hoe is dit te zien op een hersenscan?

“Als je mensen met hoogsensitiviteit een bepaalde opdracht laat doen terwijl zij in een MRI-scan liggen, zie je dat er meer hersengebieden actief zijn dan bij mensen zonder hoogsensitiviteit. Dit noemen we diepgaande verwerking. Mensen die hoogsensitief zijn, denken dus daadwerkelijk anders dan mensen die dat niet zijn. Van hun omgeving krijgen HSP’ers dan ook vaak te horen dat ze dingen te moeilijk maken, dat ze te ver doordenken.”

Wat voor problemen geeft deze diepere vorm van informatieverwerking?

“Je kunt je voorstellen dat het heel vermoeiend kan zijn als elke prikkel, belangrijk of niet, op dezelfde manier in de hersenen binnenkomt en verwerkt wordt. Overprikkeling kan dan het gevolg zijn. Daarnaast kan hoogsensitiviteit een aantal eigenschappen met zich meebrengen die voor problemen zorgen. Zo hebben mensen die hoogsensitief zijn meestal veel oog voor detail en zijn ze gevoelig voor de emoties van anderen. Hierdoor staan ze snel klaar voor anderen, maar gaan daarbij gemakkelijk over hun eigen grenzen heen. ‘Nee’ zeggen is extra moeilijk als je elke negatieve emotie van de ander betrekt op jezelf. Mensen met hoogsensitiviteit laten zich daardoor sneller voor het karretje spannen. Vooral op de werkvloer leidt dit dikwijls tot meer werkstress en negatieve gevoelens, waardoor een burn-out op de loer ligt. Daar komt bij dat de gedachten van mensen met hoogsensitiviteit zich vaak toespitsen op problemen die zich mógelijk voor kunnen doen. Ze kunnen niet stoppen met doordenken over wat er zou kunnen gebeuren. Dit leidt tot piekeren.”

Zitten er ook voordelen aan hoogsensitief zijn?

“Ja, zeker. Hoogsensitief zijn is geen persoonlijkheidsstoornis, maar een persoonlijkheidseigenschap waar je mee wordt geboren en doodgaat. Het hoeft geen problemen te geven, mits je deze eigenschap goed kunt inzetten. Dan is het zelfs een talent dat je in je voordeel kunt gebruiken. Zo kunnen mensen die hoogsensitief zijn met dezelfde hoeveelheid informatie veel meer doen. Hun hersenen beginnen bij de eerste prikkel meteen te associëren, waardoor ze verder denken dan mensen zonder deze eigenschap. Ze zien ook eerder patronen. Dit kan tot vernieuwede ideeën en verrassende oplossingen voor problemen leiden.”

Wat heb je als HSP’er aan jouw onderzoek?

“Naar hoogsensitiviteit werd in de wetenschappelijke en medische wereld nog met argwaan gekeken en het werd als iets zweverigs beschouwd. Met gevolg dat veel mensen, vooral kinderen en jongvolwassenen, met hoogsensitiviteit ten onrechte het label van een stoornis in het autistische spectrum als diagnose krijgen. En dat volwassenen met HSP sneller vastlopen op hun werk, omdat ze niet de hulp krijgen die bij hen past. Het erkennen van het feit dat hoogsensitiviteit aantoonbaar bestaat, was dus een eerste stap op weg naar meer begrip en een betere behandeling voor HSP’ers.”

Wil je meer lezen over de menselijke psyche? Ga dan naar ons dossier »