<-- NIET ACTIEF -->

3,7 miljoen, zoveel Nederlanders lopen een sportblessure op in een jaar. Kun je dat voorkomen, door een sport te kiezen die past bij je lichaamsbouw en zwakke plekken? Dus: zou iemand met overgewicht of een zwakke knie hardlopen moeten vermijden? We vragen het aan bewegingswetenschapper Jo de Ruiter.

Is het verstandig om rekening te houden met je lichaamsbouw en gebreken bij het kiezen van een sport?

Bewegingswetenschapper Jo de Ruiter: “Als je klein en licht bent gebouwd, kun je verwachten dat kogelstoten in de atletiek frustrerend kan zijn. Datzelfde geldt voor basketbal. Maar bij het kiezen van een sport is ‘goed willen zijn’ meestal niet de doorslaggevende reden. Mensen willen een sport beoefenen die ze leuk vinden. En basketbal kan ook leuk zijn op een lager niveau waar niet alleen mensen van twee meter rondlopen.”

202115.plantina-incontent

Toch zou je denken dat mensen met overgewicht beter niet kunnen hardlopen

“Ja, intuïtief zou je dat inderdaad denken. Hardlopen is een slagbelasting: elke landing geeft een dreun. Je verwacht dan dat je eerder geblesseerd raakt als je zwaar bent. Dat klinkt logisch, maar uit onderzoek is dat niet overtuigend aangetoond. Overgewicht heeft geen duidelijk verband met een hogere kans op blessures.”

Hoe zit het dan met een zwakke enkel, rug of knie?

“Als je zwakke plekken hebt, zul je voorzichtig moeten zijn met bepaalde sporten. Heb je van nature een zwakke rug, dan moet je niet hele zware krachttraining doen. Dat betekent niet dat je nooit in de sportschool moet komen: het kan juist goed zijn om aan krachttraining te doen om te voorkomen dat het verder achteruit gaat. Waar je wel rekening mee moet houden: heb je eenmaal een blessure gehad, dan is de kans op een nieuwe blessure op die plek groter. Heb je een zwakke plek, dan moet je accepteren dat je hoogstwaarschijnlijk op een lager niveau presteert dan wat je kunt bereiken zonder die zwakke plek. Uiteindelijk kun én wil je mensen een sport niet verbieden. Het plezier ergens aan beleven is op langere termijn zeer belangrijk om te blijven sporten.”

Dus u zou een sport nooit afraden op basis van lichaamsbouw of gebreken?

“Je kunt bijna alle sporten beoefenen ondanks zwakke plekken en gebreken. Alleen in extreme situaties, waarbij een zeer specifiek probleem is, kun je zeggen dat bepaalde sporten niet geschikt zijn. Denk aan iemand bij wie het sleutelbeen niet goed staat, waardoor het elke keer half uit het gewricht schiet. Het is dan niet verstandig om een sport te beoefenen waarbij je bovenhands slaat, zoals tennis of volleybal. Dat is vragen om problemen.”

Ik las over DNA-training. Wat is dat?

“Er zijn sportscholen die aan de hand van je genetisch profiel bepalen of je meer een duursporter of krachtsporter bent. Onze genen bepalen voor een groot deel hoe goed we ergens in kunnen worden. Sommige mensen hoeven bij wijze van spreken maar aan gewichten te ruiken en ze worden al gespierder, anderen trainen zich suf en zien nauwelijks een toename van spiermassa. Dat ligt vast.”

Zou je op basis van je genen wel bepaalde sporten aan- of afraden?

“Nee, om meerdere redenen lijkt me dat geen zinvolle aanpak. Allereerst zijn bij alle sportprestaties en eigenschappen (vb. kracht, uithoudingsvermogen) zoveel verschillende genen betrokken, dat je er niet zomaar een paar genen uit kunt pakken om op te screenen. Bovendien bepalen verschillende factoren gezamenlijk of je geschikt bent voor een sport (vb. kracht, uithoudingsvermogen, coördinatie, doorzettingsvermogen). De meeste mensen zullen niet voor al deze factoren heel veel (of juist heel weinig) aanleg hebben, hierdoor zullen de meeste van ons gemiddeld presteren. Alleen topsporters zullen op veel factoren een bovengemiddelde aanleg hebben die ze zeldzaam geschikt maakt om uit te blinken in een bepaalde sport.”

En welke redenen heeft u nog meer?

“Een belangrijke: voor veel prestaties is nog niet bekend welke genen belangrijk zijn, waardoor we nog niet nauwkeurig kunnen voorspellen voor welke sport iemand heel geschikt is. Vanwege de geringe toegevoegde waarde, zou ik niet een hele sportkeuze baseren op het screenen van enkele genen. Vooral voor de gemiddelde sporter en sportschoolbezoeker voegt dat met de huidige kennis niet veel toe. Ik zag laatst in een televisieprogramma twee freerunners. Zij werden op het hebben van het ‘thrill seeker’ gen getest. Beiden bleken het niet te hebben, terwijl ze wel hun ‘thrill’ hadden in die extreme sport. Statistisch gezien blijkt een bepaald gen vaker voor te komen bij mensen die de neiging hebben om gevaarlijke sporten of situaties op te zoeken. Maar dat wil niet zeggen dat als je het gen hebt, je per definitie dat soort sporten gaat doen. En andersom geldt dat dus ook niet. Bovendien geldt hier wat ik al eerder zei. Stel je wilt met krachttraining dikkere spieren kweken, maar het blijkt dat je daar niet veel aanleg voor hebt. Wil dat zeggen dat je daarom niet aan krachttraining moet doen? Of dat je daar geen plezier in kunt hebben?”

Wil je meer lezen over hoe je makkelijker kunt bewegen? Lees het dossier »