<-- NIET ACTIEF -->

Hoe gezond is sporten eigenlijk? Zowel amateurssporters en kinderen blijken een steeds hoger risico te lopen op blessures. Hoe kan dat? We vroegen het aan Paul van Otterloo en Sanne Lelijveld, beiden fysiotherapeut. “Veel mensen doen op zaterdagavond een drankje en staan zondagmiddag op het voetbalveld. Dat is zwaar voor je lichaam.”

Hoe kwetsbaar is een amateursporter?
Kwetsbaar – onlangs onderzocht het UMC Utrecht dat een amateursporter een 35 procent hoger risico heeft op blessures. Alleen al op het voetbalveld zijn er in Nederland elk jaar 620 duizend acute blessures en overbelastingsblessures. Paul van Otterloo, fysiotherapeut van DBZ fysio, herkent dat. “We zien vaak dat amateurs niet getraind zijn op intensief sporten. Hierdoor wordt het lichaam te veel belast. Vaak hebben ze ook minder kennis van de sport en hebben ze minder gevoel voor het spel.”

En waarom worden onze kinderen steeds kwetsbaarder?
Sanne Lelijveld, fysiotherapeut van DBZ fysio: “Kinderen komen minder buiten, ze bewegen minder en hierdoor zijn ze niet voorbereid op een valpartij. Wanneer een kind veel beweegt, leert het zichzelf beschermen wanneer het toch ten val komt. De motorische ontwikkeling blijft achter. Al die spelcomputers houden kinderen binnen, waardoor kinderen minder spieren hoeven te gebruiken. Dit heeft natuurlijk effect op de motoriek van kinderen. Ook steeds meer kinderen zijn te zwaar. Waardoor de kans op blessures ook groter wordt.

Is dat anders bij professionals?
Van Otterloo: “Ja, professionals sporten onder begeleiding. Ze worden nauwlettend in de gaten gehouden en houden overal rekening mee. Professionals hebben een goede balans gevonden tussen belasten en belastbaarheid. De belastbaarheid van je lichaam betekent eigenlijk hoeveel het hebben kan. Een getraind persoon kan vaak meer hebben, dan iemand die net begint. Professionals zijn zich hier erg van bewust, waardoor ze ook niet gaan overbelasten.”

Wat kan ik als amateursporter anders doen?
“Vaak zien we dat amateursporters eens in de week gaan trainen. Prima natuurlijk, maar je lichaam is dat niet gewend. Veel mensen doen op zaterdagavond een drankje en staan zondagmiddag op het voetbalveld. Dat is zwaar voor je lichaam. Het trainen zit niet in je systeem en je spieren zijn er dus niet op voorbereid. Verder heb je weinig rust gehad vooraf. Het komt vaak voor dat zulke amateursporters met overbelasting kampen.”

We moeten dus vaker sporten?
“Ja. Je hebt de amateursporter die op zondagmiddag een potje gaat tennissen, maar er zijn ook fanatieke hardlopers die om de dag 15 kilometer lopen. Wanneer je regelmatig traint, vindt je lichaam meer balans tussen de belasting en belastbaarheid. Je lichaam kan meer hebben, doordat je vaker traint. Dat resulteert in meer belastbaarheid.”

Dus met meer trainen voorkom je blessures?
“Ja, maar ook met rusten. Trainen bestaat uit lichamelijke beweging én uit rust. Wanneer je niet rust, heeft je lichaam geen kans om zich te wapenen tegen de volgende training, waardoor je meer kans hebt op een blessure.”

En maakt het nog uit of je voetbalt of volleybalt?
“Jazeker wel. De sport die je beoefent, heeft wel degelijk invloed op het blessurerisico. Wanneer je een contactsport speelt, zoals voetbal of basketbal, is er meer kans op een blessure door contact. Je krijgt sneller een trap op je kuit of een elleboog in je rib, dan wanneer je tennist. Dat komt doordat de amateursporter bij een contactsport vaak minder techniek heeft, waardoor een trap op het scheenbeen niet uitblijft.”

Wat kan ik dan doen om een blessure te voorkomen?
“Vraag niet te veel van je lichaam. Zoek de balans tussen belasting en belastbaarheid, dat is erg belangrijk. Verder is gezond leven een tip. Dit spreekt voor zich, toch zien we veel mensen die vet blijven eten, elk weekend alcohol drinken en dan toch klagen over een blessure van een voetbalwedstrijd op zondagmiddag. Ontspanning is ook belangrijk. Rust wanneer dat nodig is. Verder is goed materiaal aan te raden. Dit kan je bescherming bieden bij een contactsport. Wat ook aan te raden is, begin altijd met een warming-up. Op die manier bereidt je jouw lichaam voor op het trainen.”

En wat kan een kind doen om een blessure te voorkomen?
Sanne Lelijveld: “Het is belangrijk dat kinderen veel bewegen. Ze zullen minder snel aankomen en ze leren omgaan met valpartijen. De spieren en gewrichten kunnen zich beter ontwikkelen waardoor ze beter bestand zijn tegen een stootje. Kinderen die moeite hebben met het bewegen kunnen trainen met een bewegingsagoog. Hij helpt dan in het proces om de motoriek op orde te krijgen.”

Heb ik toch een blessure, wat kan ik dan doen?
Van Otterloo: “Er zijn twee blessures, je hebt een acute blessure, die je meteen voelt. Denk aan een verzwikte enkel of een verrekte nekspier. Ook heb je een niet-acute blessure. Dit zijn vaak blessures die je na afloop pas voelt opzetten, zoals overbelasting.”
“Bij een acute blessure is het raadzaam meteen naar de eerste hulp te gaan. Wanneer je denkt dat het wel over gaat, zul je uiteindelijk met een groter probleem kunnen eindigen.” “Met een niet-acute blessure kun je het even aankijken. Wordt de pijn of zwelling na drie dagen niet minder, dan moet je even langsgaan bij de huisarts. Hij zal je hoogstwaarschijnlijk doorsturen voor een foto of naar een fysiotherapeut. Tegenwoordig kun je ook zelf direct naar de fysiotherapeut gaan. Hij zal het specifieke probleem opzoeken en gaat met jou aan de slag om de blessure te verhelpen. Dit kan door thuis te oefenen, door rust te nemen, te oefenen in een sportzaal onder begeleiding of een manuele behandeling te ondergaan.”

En bij kinderen?
Lelijveld: “Voor kinderen is gips vaak een goede oplossing. Zij hebben vaak last van een breuk waardoor gips kan ondersteunen terwijl het bot zich herstelt. Bij kneuzingen wordt vaak aangeraden om rust te houden. Kinderen zijn nog jong, waardoor de botten zich nog snel kunnen herstellen.”

Hebben kinderen met veel blessures meer gezondheidsrisico’s later?
“Daar is weinig over bekend. Wel zie ik vaak, dat wanneer iemand als kind zijn enkel vaak knakte, er later meer last van heeft. Maar ook het toenemende gewicht bij kinderen vormt een risico voor later, denk maar aan hart- en vaatziekten of diabetes. De ouder moet er daarom op letten dat kinderen genoeg bewegen en gezond eten. Op die manier blijven meer blessures uit en zijn nemen de gezondheidsrisico’s niet toe.”