Hoe groot is de overgang van ‘gewoon’ gezond eten naar veganistisch eten? Lian van Doorn van gezondNU probeerde het drie dagen uit. Reden: binnenkort begint de Veganchallenge, een maand waarin mensen uitgedaagd worden om veganistisch te eten. Lian wil voordat de challenge start, alvast deze veganistische lifestyle uitproberen. Het wordt vast een makkie: ze eet immers al vegetarisch. Helaas … “Ik moet opnieuw leren koken. En: wat is kaniwa?”

Veganisten hebben meerdere, goede redenen om heel bewust dierlijke producten te mijden. Gebruik van (te) veel landbouwgrond, het milieu, de gezondheid en de slechte behandeling van dieren zijn enkele redenen. Met alles ben ik het eens, maar is veganistisch eten ook lekker? Ik ga het uitproberen!

Dag 1: Wat kan ik (nog) eten als vegan?

Mijn ogen scannen de schappen van de supermarkt. Na vijftien minuten is mijn boodschappenmandje nog steeds leeg, op één product na; amandelmelk. Mijn dagelijkse ontbijtdrank is gelukkig ook de komende dagen goed. Ik hoor mijn maag knorren. Misschien is het niet de beste tijd om boodschappen te doen, zo rond lunchtijd. Ik loop stevig langs het zuivelschap, de yoghurt, melk en eieren kijken me aan. Het geflirt kan ik met moeite weerstaan. Mijn ontbijt (normaal yoghurt, met fruit, noten en zaden), zal nu iets totaal anders moeten zijn. Maar wat?

Avond 1: Wat doe ik op een feestje?

Sinds twee jaar gaat mijn mond niet meer open voor vlees, E-nummers en toegevoegde suiker(s). Het grootste gros van mijn voeding is biologisch, vers en onbewerkt. Hoeveel nieuws is er voor mij nog te ontdekken? Voor nu heb ik het gehouden op producten die ik wel ken, maar vrijwel nooit eet. Tofu, hummus en sojamelk vanille. Één nieuw product kwam ik tegen; pseudograan kaniwa of canihua. Een zaad dat familie is van quinoa.

’s Avonds word ik op de proef gesteld. Een vriendin is jarig en geeft een feestje. Er is genoeg te eten. Chips, chocolade, stokbrood met brie. Maar wat is er voor mij? Vriendinnen kijken me scheef aan als ze mij na een uur nog steeds zien knabbelen aan een stokbroodje. Ik voel me een beetje ongemakkelijk als ik zeg geen dierlijke producten meer te eten. Het klinkt als een afwijzing. Als ze oppert om iets anders te halen, schud ik snel mijn hoofd. Ik wil absoluut niet dat ze speciaal voor mij iets gaat kopen. De rest van de avond houd ik het bij droog stokbrood en naturel chips.

Dag 2: Dit mag wel!

De tweede dag besluit ik het anders aan te pakken. Niet hebben over wat niet mag, maar kijken naar mogelijkheden. De koelkast ligt vol met heerlijke producten. In mijn enthousiasme maak ik een broodje dat te groot is voor mijn mond. Avocado, komkommer, sla, tomaat en gemengde kiemen. Het vult enorm en ik merk dat het me gezonde energie geeft. Tijdens het middaguur volgt een broodje met hummus, tuinkers en tomaat en sojayoghurt met fruit, noten en zaden.

Zodra mijn vriend thuiskomt, merkt hij onmiddellijk mijn positieve vibe op. Ik reik hem een broodje aan en mompel: “Lekker, moet je echt proeven”. Barstend van de energie, skeeler ik een flinke ronde. Maar komt dat positieve gevoel en die energie door het niet eten van zuivel? Of heeft het meer te maken met een gezondere keuze? Of met de tijd die ik nu neem om te eten? In plaats van gehaast een broodje kaas – lekker eenvoudig – naar binnen te werken, bedenk ik nu hele creaties om hele lekkere broodjes te maken.

Dag 3: Ik droom van een omelet

Langzaam word ik wakker, wrijf in mijn ogen en slaak een geeuw. Wat zal vandaag me brengen? Eerst maar eens verder gaan in mijn boek. Ik leg mijn benen in kleermakerszit en laat mijn ogen over de pagina’s glijden. Na een paar bladzijdes merk ik dat ik helemaal niet echt aan het lezen ben. Ik knipper met mijn ogen en slaak een zachte gil. In mijn handen ligt geen boek meer, maar een omelet. De geur van geitenkaas, gebakken ei en basilicum borrelt mijn neus in. Één hapje kan geen kwaad, toch? Onmiddellijk schaam ik me voor mijn gedachte. Ik ben toch wel sterker dan een omelet? Ik bepaal toch zeker zelf wat er in mijn mond verdwijnt? Ik sla zachtjes met mijn handen tegen mijn wangen, schud met mijn hoofd en adem diep. Niet aan toegeven. Als ik mijn ogen open, ontsnapt een zucht van opluchting. Het was maar een gedachte. Het boek is terug.

Ontdekking: Kaniwa

Tofu, een product dat ik meerdere malen heb klaargemaakt, maar telkens sponzig, taai en smakeloos is. Vanavond voeg ik het toe aan een ovenschotel met aubergine, spinazie, tomaat en het, voor mij nieuwe, zaad kaniwa. Zonder eieren en kaas. Na dertig minuten staat er een prachtig gerecht op tafel. Het ruikt heerlijk naar basilicum en knoflook. Als ik de eerste hap aan mijn vork spies en door mijn keel laten glijden, ben ik positief verrast. De kruiden hebben zijn werking goed gedaan en de substantie van de tofu past goed bij de overige producten. De kaniwa heeft een nootachtige, zoete smaak. het is zo lekker dat ik nog een keer opschep.

Gebruik van (te) veel landbouwgrond, het milieu, de gezondheid en de slechte behandeling van dieren – veganisten hebben meerdere redenen om zo bewust te eten. Met alles ben ik het eens, maar voor mij is veganistisch eten (nog) niet de oplossing. Wel heb ik geleerd zelf te kunnen bepalen wat er mijn mond ingaat, dat dit niet altijd zuivelproducten hoeven te zijn en dat mijn voeding toch minder divers is dan ik had verwacht.
In veel producten zitten dierlijke ingrediënten – denk aan honing in notenrepen – en daar let ik nu beter op. Een ovenschotel zonder kaas en eieren? Drie dagen geleden moest ik er niet aan denken, nu heb ik er meteen zin in.  Zo lang ik me bewust ben van wat ik binnenkrijg, kan ik met een goed gevoel eten. En voor alle veganisten: petje af!

Mijn favoriete, nieuw ontdekte veganistische recepten:

Ontbijt: sojamelk met havervlokken, walnoten, rozijnen en cranberries

Bereiding: Vul de avond van te voren een kommetje met sojamelk (vanille) en havervlokken. Doe niet te veel havervlokken, want het gaat flink uitzetten. Laat het een nacht staan in de koelkast. Haal het er ’s ochtends uit en voeg eventueel extra sojamelk toe. Doe er een handje walnoten, rozijnen en cranberries in. Eetsmakelijk!

Ovenschotel: kaniwa met spinazie en aubergine

  • kaniwa/canihua (Ekoplaza)
  • 1 aubergine
  • 500 gram spinazie
  • 1 bakje cherrytomaten
  • 1 teentje knoflook
  • paar blaadjes basilicum
  • 1 bosje lente-ui
  • edelgistvlokken (vervanging voor kaas)
  • kokosolie

Bereiding: Verwarm de oven voor op 200 graden. Kook de kaniwa ongeveer 12 minuten. Proef of de kaniwa gaar is, laat indien nodig langer koken. Snijd ondertussen de aubergine in stukjes en wok dat heel kort. Maak op smaak met peper en knoflook. Vet een ovenschotel in met kokosolie en doe daar de aubergine, spinazie en lente-ui in. Besprenkel met een teentje knoflook. Voeg vervolgens de kaniwa toe. Garneer met partjes cherrytomaat, basilicum en edelgistvlokken. Zet de schotel ongeveer 30 minuten in de oven, of tot het goudbruin wordt. Naar smaak kun je groenten en kruiden toevoegen en weglaten.