<-- NIET ACTIEF -->

Geen rommelende maag, maar toch zin om te eten? Het is hoofdhonger, of emotie-eten; een onbedwingbare drang om te eten zonder trek.

 Hoofdhonger heeft geen echte lichamelijke oorzaak. Je maag is niet leeg en het glucosegehalte in het bloed is op peil, dus daardoor geven je hersenen geen seintje dat je moet gaan eten. Toch kun je een haast onbedwingbare trek in iets lekkers hebben. Hoofdhonger kan dezelfde soort onlustgevoelens geven als bij de ‘gewone’ trek in eten. We vertalen die gevoelens in trek in voedsel of zoetigheid. We denken dan snel: ‘als ik wat eet dan gaat het wel over’.

Maar dat is niet zo, want het gaat hier om andere behoeften. Dat kan van alles zijn. Meestal liggen ze op het emotionele vlak zoals de behoefte aan intimiteit, warmte en aandacht. Vandaar dat deze honger ook wel ‘harthonger’ wordt genoemd. Emotionele behoeften zijn natuurlijk niet met voedsel te stillen. Daarvoor is een goede vriend(in), partner of aandacht voor jezelf nodig.

Emotie-eten

Ook een vervelend gevoel kan aanleiding zijn iets te gaan eten. Denk aan boosheid, verdriet, onzekerheid, eenzaamheid of stress. Honger door dit soort onplezierige gevoelens – zonder dat de maag erom vraag – noemen we eveneens hoofdhonger of harthonger. Zo’n gevoel ‘weg-eten’ wordt emotie-eten genoemd. Ook dit is geen echte oplossing. Wellicht kun je het vervelende gevoel met voedsel onderdrukken of verdoven, maar de oorzaak van het ongemakkelijke gevoel verdwijnt niet. In tegendeel: je kunt er wel gevoelens van spijt of schuld aan overhouden.

Waar komt emotie-eten eigenlijk vandaan? Soms ligt de oorsprong in de kindertijd. Denk aan de volgende situaties: ‘Gevallen en pijn? Een snoepje erop en klaar’. En: ‘als je lief bent, krijg je wat lekkers’. Zoetigheid als troost of beloning. Wie als kind werd getroost of beloond met zoetigheid kan die associatie ook nu nog hebben: pijn of succes is gekoppeld aan (zoet)eten.

Bij dit soort hoofdhonger gaat het erom dat je leert omgaan met het feit dat je niet zo lekker in je vel zit. Dat kan – om te beginnen – door je gevoelens te uiten. Probeer er in eerste instantie over te praten met een goede vriendin of partner. Of schrijf het eens voor jezelf op of praat er over met je huisarts of een andere hulpverlener.

Eten uit gewoonte

Naast emotie-eten kun je ook uit gewoonte eten: onbewust een zak chips of snoep terwijl je tv kijkt of in de file staat. Of altijd een koekje bij de koffie, een gebakje bij de thee, een patatje in de stad of een flesje wijn bij de openhaard. Gezellig! Maar ook calorierijk.

Eet- en drinkgewoonten zijn heel persoonlijk en meestal geleidelijk ontstaan. Het lastige is dat gewoonten vaak moeilijk te doorbreken zijn. Gewoonten zijn hardnekkig, mensen zijn echte gewoontedieren. Daarnaast willen we niet altijd van onszelf weten of toegeven dat we ‘slechte’ gewoonten hebben. Heel menselijk! Ook eten we vaak zonder erbij na te denken een schaaltje pinda’s, chips of ander lekkers leeg. Hetzelfde geldt voor eten uit verveling. Verveling kan een heel leeg gevoel geven. Die leegte proberen we met voedsel te vullen: een extra koekje, een handje van dit of een handje van dat.

3x bewust eten

Onbewust eten of eten uit verveling zijn niet goed voor de lijn, omdat je daarmee snel te veel of verkeerd eet. Alleen daarom al is het van belang bewust en met aandacht te eten.

  • Sta eens stil bij momenten waarop je trek hebt. Vraag jezelf eerst af of het echte maaghonger is. Heb je voldoende gegeten en toch honger? Dan is het geen maaghonger. Kijk eens welke onlustgevoelens het hongergevoel veroorzaken
  • Echt trek? Kies voor iets gezonds: fruit, een zuivelproduct, een volkorencracker met beleg..
  • Het bijhouden van een ‘eetdagboek’ kan een hulp zijn dit te herkennen. Het helpt je bewust te worden van wat je allemaal eet en wanneer. Gewoonten zijn pas te veranderen als we ze (her)kennen.