<-- NIET ACTIEF -->

Weten we eindelijk hoe we quinoa uit moeten spreken, ligt het granenschap alweer vol nieuwe ingewikkelde namen. De dominantie van tarwe lijkt nu echt voorbij. Heb jij bijvoorbeeld wel eens gehoord van canihua, eenkoorn of fonio? Deze ‘nieuwe’ granen verdienen ook een plek op je bord.

Oude graanrassen zoals spelt lijken ineens weer populair. Toch haalt culinair trendwatcher Anneke Ammerlaan ons in het oktobernummer van gezondNU uit deze waan: “Vooral in het natuurvoedingskanaal speelde dit al een lange tijd. Vroeger moest brood vooral goedkoop zijn. Tarwe werd daarom ver doorontwikkeld om de opbrengst te verhogen. Het glutengehalte steeg en zo kon men er nog sneller brood van bakken.”

Langzame koolhydraten

De echte ommezwaai kwam toen veel mensen een glutenallergie of –intolerantie bleken te ontwikkelen, de glutenhype was geboren. “Hierdoor ontstond onder een grote groep de vraag naar andere graanproducten. Quinoa kwam in beeld als alternatief voor rijst, spelt werd populairder en natuurlijk haver. Mensen zijn op zoek naar langzame koolhydraten en die vind je in granen die nog in het schilletje zitten”, vertelt Ammerlaan. Naast dat het natuurlijk fijn is om een grote keuze te hebben in langzame koolhydraten, krijg je door te variëren met granen ook een scala aan voedingsstoffen binnen. Maar welke ‘nieuwe’ granen zijn de moeite waard om mee te pikken?

Canihua, ook wel babyquinoa genoemd

Canihua is familie van de bekende quinoa. De zaadjes van deze babyquinoa zijn alleen kleiner, iets steviger en donkerder van kleur. Dit nieuwe graan bevat vitamine E, B2 en mineralen als ijzer en koper. Canihua is glutenvrij, bevat relatief weinig koolhydraten en ongeveer evenveel eiwitten en vezels als quinoa.

Wat kan ik er mee? Omdat het een broertje is van quinoa, kun je het net zo gebruiken. Canihua is warm en koud lekker. Het is een gezonde toevoeging aan salades of een alternatief voor pasta en rijst. Ook is het de basis van toetjes, een warm ontbijt of een gezonde toevoeging aan je zelfgemaakte muesli.

Eenkoorn, ook wel kleine spelt

Eenkoorn is de voorloper van spelt, emmertarwe en tarwe en werd al duizenden jaren voor Christus verbouwd. Het dankt zijn naam aan de manier waarop de korrels groeien, die staan namelijk individueel en los op de stengel. Het bevat ongeveer evenveel vezels als tarwe, maar het eiwit- en vetgehalte ligt hoger. Daarnaast is het een bron van vitamine B2.

Wat kan ik ermee? Je kunt het malen tot meel en gebruiken om brood, pasta en koekjes van te maken. De gekookte korrels zijn lekker in een salade of als goede vervanger van rijst, pasta en muesli. Je kunt eenkoorn weken in koud water voor een bijzondere risotto.

Fonio, graan uit Afrika

Fonio is een graan uit Afrika, net zoals gierst en teff. In een tropisch klimaat groeit het als een speer, er zit zes tot acht weken tussen het zaaien en oogsten. Ook groeit het op arme grond. Het smaakt een beetje nootachtig en wordt wel een kruising tussen quinoa en couscous genoemd. Omdat het zaad zo klein is, wordt hier een speciale pelmachine voor gebruikt. Bovendien is het een grote bron van vezels, voedzaam en bevat het calcium, zink en ijzer. En niet te vergeten; fonio is glutenvrij.

Wat kan ik ermee? Fonio is net zo te gebruiken als couscous. Ook het bereiden is even eenvoudig, je kookt het vijf minuten heel zachtjes en laat het daarna staan. Van fonio kun je meel of pap maken, in een stoofpotje verwerken of in een salade.

Wil je meer ‘nieuwe’ granen ontdekken? Lees dan het artikel in gezondNU10.